Vandaag pas mijn kater eruitgeslapen. Maar toch het gevoel dat bij elke onverwachte beweging mijn hoofd openbarst. Ik ga me toch licht zorgen maken: alle uitbundige avonden zijn verbonden met drankgelagen. Ik moet niet teveel naar mezelf gaan verlangen zoals ik dan ben, want dan ligt het alcoholisme op de loer. Gelukkig denk ik meestal met afgrijzen terug aan de manier waarop ik me heb lopen aanstellen. Helaas kan ik me over het algemeen alles nog precies herinneren. Er zijn een paar zwarte gaten in mijn geheugen, zoals afgelopen carnavalsdinsdagnacht, toen ik mijn bronchitisaanval heb opgelopen. Laat die maar oningevuld blijven.
De eerste dag van de laatste week. Ik denk niet dat ik nu nog veel zal doen. Ik ben langzaam begonnen met inpakken. Ik breng natuurlijk weer veel meer mee terug dan ik heb meegenomen en nog zal ik me moeten beperken in de aanschaf van souvenirs. Ik kan trouwens niets bedenken. Veel typisch Portugese dingen vind ik namelijk lelijk. De rood-aardewerken wijnkannetjes en kopjes en borden en soepkommen bijvoorbeeld. Heel Portugees, maar ik hou van porcelein. Als ik af en toe een blik door een openstaand raam werp, dan schrik ik van de wansmaak. Ik denk dat ik mijn flessen port maar ga uitdelen. Veel dingen hebben vreemd genoeg hun aantrekkelijkheid verloren nu ik weet dat ik er Rijk maar om hoef te vragen en hij brengt het mee (Toch? Rijk?). De kipmarinade, de nieuwe oogst olijfolie, de blikken sardientjes. Want dat is eigenlijk het enige wat ik meestal meeneem, etenswaren.
Een mooie zonnige dag, dus ik ben weer op het strand gaan zitten. Ik heb er een streepje bijgezet op het plaatje hieronder. Ik zit aan de voet van de 'Pontal' een rotsblok dat in zee steekt. Stak.

Na een kwartier betrok de lucht natuurlijk weer. Ik heb dit jaar wel pech. Maar Portugal blijft een land aan de Atlantische oceaan. Het water komt van veertig meter diep dus blijft het hele jaar koud en het waait altijd, zoals Thijs ook zei, windgat Sines. Thijs vertelde overigens ook dat de luchtvervuiling helemaal tot aan Marokko komt. Op de foto hieronder zie je helemaal bovenin de kolenhaven, waar de kolen voor de thermo-elektrische centrale worden aangevoerd. Portugal hoeft zich tot 2002 niets aan te trekken van de milieu-eisen en stookt daarom Zuid-Afrikaanse kolen, die het hoogste zwavelgehalte ter wereld hebben. Vandaar die vieze gele damp. Thijs' kurkeiken zijn dan ook allemaal doodgegaan.

's Avonds eindelijk Harry weer gezien. Een samenzweerderig lachje. Netzoals Pessoa had hij meer last van zijn darmen dan van zijn hoofd gehad. Door de 'mixtura'. Nee jongens, we waren niet ziek omdat we teveel gezopen hadden, maar omdat we alles door elkaar hadden gedronken.
Het mysterie van de onbekende belster werd opgelost, het was een vriendin van me, maar hoe haar naam ooit verhaspeld kon worden... Er waren twee Duitse toeristen, dus Harry was weer blij, ook door de Miss Portugal 1999 verkiezing op tv. Daar heb ik een kwartier van gekeken, maar de gebruikelijke Portugese omslachtigheid werkte al heel snel op mijn zenuwen. Ik wist bijna te voorspellen wie er zou winnen, maar het blonde 1.81 lange meisje van 17 werd tweede. Niet slecht. Ik zou modellenscout kunnen worden, ik heb er oog voor gekregen. Toen de rest van de gasten weg waren deed Harry de deur op slot en toen werd het tijd om de zaterdagavond te evalueren. Dat was geruststellend, want daaruit bleek dat animeermeisjes niet in elke plattelandsdisco van Portugal zitten. Hij had me mee meegenomen naar speciale tenten, waar normaal ook shows werden gegeven. Het leek hem leuk als ik dat ook eens zag. Daarin had hij gelijk. Vanwege de rustige tijd waren er echter geen shows.
Harry was een beetje down. Hij is het café en resaturant beu. We kwamen erop toen ik vroeg waarom hij geen sigaretten meer verkocht. Hij rookt zelf niet, dus ik dacht dat het een soort principe was. Maar het was heel banaal. Elizabete is zo dom dat ze ze vergeet af te rekenen, dus hij verliest er alleen maar op (of ze rookt ze zelf weg, dat kan ook, natuurlijk). Ontsla haar dan, zei ik, maar hij zei dat er aan zat te denken om in oktober het café en resaturant dicht te gooien, of te gaan verhuren. Het bracht bijna niets op, het kostte veel tijd en hij begon oud te worden. Dat is waarschijnlijk de reden dat hij heel vaak klanten wegsnauwt. Hij wilde zich alleen nog maar aan het pension gaan wijden, daar was nog genoeg te doen. Ik heb voor de laatste keer betaald. Hij keek ervan op, dat ik binnenkort alweer weg ben. Hij gaat me missen.
Ondertussen was er op tv zo'n vreselijk erotisch programma begonnen, over het vrouwelijk orgasme, zodat we verhalen uitwisselden over vrouwen die luidruchtig klaarkwamen (Harry) en over vrouwen die vreselijk stonken (ik). Ik vond zijn verhaal wel opmerkelijk, toen hij vertelde dat hij vier uur had zitten aandringen bij een vrouw om het te gaan doen. Aandringen! Vier uur lang! Ik weet ook wel dat een vrouw soms 'ja' bedoelt als ze 'nee' zegt, maar dat weet je meestal binnen het uur en zeker zonder aan te dringen.
Maar ook Portugal wordt nu overspoeld door de erotische Veronica-shit. Je kunt wel zien dat Endemol hier een dikke vinger in de pap heeft (no pun intended). Op de voorpagina van de Portugese Cosmo: 'Klaarkomen in de buitenlucht. Waarom niet?' 'Orale seks. Leer alle geheimen.' Terwijl je nog een boete krijgt voor topless zonnen.
De eigenaar van het Vasco da Gama-restaurant kwam ook nog binnenlopen en die ging me een onfeilbaar systeem van lottospelen uitleggen. Ik moest tien getallen opnoemen en die noteerde hij in combinaties van zes. Daarna nam hij er de uitslag van deze week bij en hij zou helemaal niets gewonnen hebben. Het is trouwens een aardige vent en hij spreekt zowel Engels als Frans. Die heb ik dus veel te laat ontdekt.
Jiska Bours
UTRECHT
Sines, Maandag 31 mei 1999
Companheira Jiska,
Ja, dit is de laatste brief die ik je vanuit Portugal stuur. Het is de week van afscheid nemen. Van overal nog eens een keer rondlopen en beseffen hoe kort drie maanden eigenlijk is. Waarschijnlijk komen nu pas alle goede ideeën. Ik had bijvoorbeeld een cursus Portugees moeten gaan volgen. Ik had een ander stamcafé moeten uitzoeken, een ander terras, weet ik veel allemaal. Net als eind februari, begin maart, toen ik ging vertrekken, toen het erop neerkwam dat ik alles op het laatste moment moest doen. Nu hier ook weer. Ik zou best langer kunnen en willen blijven, maar hier is het op. Ik ben het beu dat de gesprekken stokken als ik voorbij kom lopen. Ik ben het beu dat ik niet normaal kan communiceren. Er is nog zoveel dat ik te weten moet komen. Gelukkig heb ik wel wat permanente contacten overgehouden. Ik zou een slechte journalist zijn geweest. Maar ik kan overtuigend verzinnen. Zie Sum.
En ik moet terug. Ik heb het bericht gekregen dat er een brief van een incassobureau ligt. Ik had mijn internetabonnement bij Casema opgezegd per 1 februari. Daar kreeg ik zelfs een bevestiging van. Het abonnement bleef echter doorlopen. Ik heb gebeld, ge-emaild en gefaxt en daar werd niet op gereageerd. De automatische afschrijving heb ik natuurlijk terug laten storten. Ik wil dit best op een rechtzaak laten aankomen, want ik vind dat ik gelijk heb. Het doet denken aan 1994 toen ik een maand in Boedapest zat. Mijn auto werd toen door de politie in beslaggenomen, nadat een zeikerd had gebeld dat 'er al een week een onbekende auto in de straat staat, is die misschien gestolen?', omdat ik op zijn plek geparkeerd stond. (Het was een Daf uit 1974, met kentekenplaten uit 1984. Ik had het oude kenteken terug aangevraagd, maar de bijbehorende platen er stom genoeg nog niet opgeschroefd) Uit wraak parkeer ik nu al vijf jaar op die plek (ik kan heel koppig zijn als ik onheus bejegend ben).
Al met al: de watten daaglijksheid dwingt me terug te keren naar Nederland. De telefoonrekeningen, de Woonkranten, de giro-overschrijvingen, de belastingen, de cv-ketel. Ik heb ook een nieuwe PowerBook nodig, een nieuwe zomergarderobe (Portugese maten passen me niet) en daarbij heb ik inmiddels weer wat optredens in mijn agenda staan.
Wil ik me voor langere tijd hier vestigen, dan moet ik of een zaakwaarnemer in Nederland aanstellen, of alles afsluiten voor zolang ik weg ben.
Ik heb een maand of vier de tijd om daarover na te denken in Nederland.
Ik ben goddank zo slim geweest dit aan te kondigen als "het afronden van het voorbereidende werk" en zo gezien zijn deze drie maanden een succes geweest. Ik ben weer op gang, ik schrijf weer, er schieten weer allerhande absurdistische associaties door mijn hoofd, ik zie de grote lijnen weer, kortom ik zie het weer zitten.
Natuurlijk is het een soort van lange vakantie geweest. Ook al doet verandering van spijs niet zozeer eten dan wel schijten – ik zal je de diaretails besparen. Ik snak er alleen naar weer eens gewone bolus te draaien, zonder een halve rol pleepapier te gebruiken om je reet schoon te krijgen. Eén lange vakantie: ik zal het dagelijkse werken op het strand missen, de gebakjes, het sappige fruit en de smakelijke tomaten.
Ja, die brieven buiten Nederland... Sommige brieven doen er twaalf dagen over om aan te komen in Sines, andere twee. Hetzelfde geldt voor de omgekeerde richting. Ik snap het allemaal niet goed. Alle pakjes doen er zowiezo twaalf dagen over, want Nederland is een drugsland en in elk land worden ze onder de röntgen gelegd en door kwijlende honden besnuffeld.
Ik begrijp de hysterische populariteit van e-mails versturen niet, vooral als je dat niet vanuit je eigen huis kunt doen. Hoe kan iemand dan eisen dat die snel antwoord terug wil. Het raarste is het nog als iemand je opbelt om te zeggen dat hij je gaat e-mailen of om te vragen of je zijn/haar e-mail wel hebt ontvangen. Dat is iets voor kantoorpikken, die niets beters hebben te doen in de baas zijn tijd. In Nederland keek ik zowiezo alleen 's avonds en hier in Portugal eens per week. Ik vind een e-mail het onpersoonlijkste wat er is. Erg geschikt voor zakelijke mededelingen, zoals adreswijzigingen en dergelijke. Verder niets.
O, natuurlijk zijn e-mails ook geschikt voor stiekeme communicatie, maar ze zijn te lezen door de sysop.
Overigens is 90% van de e-mails die ik krijg onbelangrijk. "Alles goed?" of zoiets. Jezus, bel me dan op als je je zorgen over me maakt. Het ergste zijn die domme kettingbrieven over Bill Gates, of viruswaarschuwingen. Daar reageer ik tamelijk hysterisch op, maar daar hoef ik jou niets over te vertellen.
Nee, met een uitgebreide e-mail doe je me zelden een plezier. Ik maak een uitzondering voor mensen die aan de andere kant van de wereld wonen. Dan ben je bijna gek dat je nog brieven stuurt.
Dat was het dan voor wat onze Portugese correspondentie betreft. Dat is in ieder geval iets was ik zal missen.
Até logo!
Jack
Dinsdag 1 juni
Harry is het meteen grondig aan het aanpakken. Hij is de muur aan het openbreken in een van de kamers, waarin een lekke waterleidingsbuis loopt (toevallig de kamer waar ik in 1996 met H. heb geslapen). Moet daar geen specialist bijkomen, vroeg ik. Ik ben de specialist, zei hij. Het is te doen, maar het is hetzelfde als een startmotor vervangen zonder het juiste gereedschap. Het kan, maar het kost veel meer moeite. Veel te veel werk voor één man, zei hij. Het zal best, zei ik, maar ik ga naar het strand.
Vlak bij mijn favoriete plekje lag een meisje te zonnen, dus ik ben maar tegen de muur gaan zitten, omdat ik haar niet het idee wilde geven dat ik naar haar kwam gluren. De pislucht was verstikkend, dus na een uurtje weer weggegaan en bij een 'Todo 300$00'-winkel een zogenaamde turkentas gekocht. De alliteratie is mooier dan de bijbetekenis, maar het is zo'n gestreepte vierkante tas, waar heel veel in kan. Ik laad mijn auto namelijk altijd helemaal uit en hoe meer je in één tas krijgt, hoe minder vaak je hoeft te lopen.
Geen brieven vandaag. De laatste twee weken krijg ik nagenoeg geen post meer. Het nieuwtje is er vanaf dat ik weg ben.
Door Sines gelopen en weer twee rolletjes volgeschoten. Lokaties spotten. Nadenken over de plekken waar sommige scènes zich zullen afspelen.

Omdat het warm was stikte het weer van de hagedisjes, de muizen van het Iberische schiereiland. Ze zitten ook heel vaak op de trappen naar het strand. Als je aan komt lopen schieten ze in paniek weg. Het grappigste was een hagedisje dat zich onder mijn schoen verstopte. Ik hoefde alleen maar het gewicht op mijn voet anders te verdelen en ik had hem geplet.
Ik las iets grappigs over de trekmieren. Als deel van de werksters afgesneden raakt van de groep gaan ze in een cirkel lopen, omdat ze gewend zijn de voorganger te volgen. Vier dagen later, na vier dagen in een cirkel lopen, zijn ze dood. Ik herken er wel iets in. En staat ook weer genoteerd als anekdote voor het boek.
Vandaag na het douchen met een stanleymes een eksteroog uit mijn voet gesneden. Zo'n tijdje alleen is atijd goed voor mijn persoonlijke verzorging. Ik kom thuis zonder enige mee-eters, ingegroeide haren, woekerend neushaar, gerstekorrels of likdoorn. Overigens ook zonder grijze haren in mijn sik, maar het is onbegonnen werk om dat bij te gaan houden.
Woensdag 2 juni
Nu ik op het punt sta terug te gaan ontvouwt Sines zich ineens als de gracieuze maagd die zich het hof laat maken door de zee.

Morgen is het een feestdag, Corpus Christi. Ik ben katholiek opgevoed, maar ik heb geen flauw idee wat het betekent. Sines lijkt in ieder geval al in de feeststemming. Drukte op het strand. Deze keer ben ik naar mijn vaste plekje gegaan, maling aan de gezinnen om me heen. Zij ook aan mij, dus afgeleid door geblèr en gejank. Op een gegeven moment een meisje (twee jaar hooguit) dat op haar dikke kromme pootjes door het zand ploegde, ondertussen totaal op mij gefixeerd. Wat niet kon uitblijven gebeurde ook: ze knalde keihard tegen een rotsblok. Gelukkig begon ze niet te janken, want het was zo komisch dat ik zeker een kwartier heb zitten lachen (zonder dat de moeder het merkte). Het zijn net voetballers, kinderen. Als ze vallen, of tegen een rotsblok aanlopen, dan vegen ze het zand van hun knieën en lopen door. Als hun moeder geschrokken toe komt snellen beginnen ze te janken.
Typisch voor Spanje en Portugal: nog in de wieg krijgen meisjes al oorbellen in. Het ziet er bij iedereen al zo dom uit, laat staan bij een baby. Toen mijn zus met haar dochtertje in Spanje op vakantie was zei alle Spaanse vrouwen 'O, wat een mooi jongetje.' Ik vind de Nederlandse manier, met roze en blauwe kleding eleganter.
Weer stap dichter naar het afscheid gezet: de voorwielen laten balanceren. Die trillen licht bij 70 km/u. Tegelijk de bandenspanning laten controleren. Weer wat souvenirs gekocht. Ook de ramen met glassex schoongemaakt, binnen en buiten.
Radio Sines bestaat 11 jaar en daarom is er in samenwerking met de brandweer van Sines (Bombeiros Volentarios) een groot feest in de sporthal. In 1988 heb ik daar met Willem, C. en Ineke de verkiezing van de Carnavalsprinses 1989 gezien. Ineke, een echte fotografe heeft toen nog in de kleedkamers foto's gemaakt. Ik had mijn telelens. Ik heb er even gekeken, van tien tot twaalf (dus waarschijnlijk ben ik te snel weggegaan). Dit was natuurlijk weer zo'n hoogtepunt van het jaar voor Sines. Sterren van nationaal niveau, waarvan ik sommige inderdaad van tv herkende, inclusief de vertegenwoordiger op het Songfestival. (Wie heeft dat eigenlijk gewonnen? Ik weet dat Miss Botswana Miss Universe is geworden, maar ik weet niet wie het Eurovisie Songfestival heeft gewonnen. Ik heb veel in te halen.) De Sineensen hadden zich weer uitgedost. De pubermeisjes stonden overdreven te dansen alsof ze hoopten door de lokale tv ontdekt te worden, de puberjongens dansten met elkaar, iedereen ging braaf rechtop staan als het moest van de artiest, die braaf de Portugese versie deed van 'Is everybody happy?' en daarna zogenaamd deed alof hij de zaal niet hoorde. De muziek was waardeloos, genre 'piratenzender'. Ik denk dat je elk lied een Nederlandse tekst kon geven en dan had je weer een hit voor Hanny of Jolinda of de Riwiki's. De mannen van de vrijwillige brandweer liepen in hun uniform orde te houden (inclusief het erelid met Down-syndroom, waar iedereen heel lief naar luisterde zonder acht te slaan op zijn aanwijzingen) en mini-macho's bekogelden mij van boven met popcorn (ik kreeg even een rilling over mijn rug omdat het me herinnerde aan de keer dat ik op de roltrap van Hoogh Catharijne poseerde voor een foto en door de hang-Marokkanen ondergerocheld bleek). Het was best allemaal heel gezellig, maar ik heb het gehad. Elizabete was er, ze stond vóór me, maar ze zei niets. Ik word er zo moe van, dat iedereen morgen weet dat ik er ook was, maar dat niemand iets zegt. Ik geloof dat het tijd wordt dat ik terugga.
Daarna nog even bij Harry aan de bar gezeten. Er kwam iemand binnenlopen die een kamer wilde, maar Harry had geen zin die te laten zien. Dat heb ik al vaker zien gebeuren. Na tienen laat hij geen kamers meer zien, zegt hij. Maar wil hij na tienen ook geen geld meer verdienen dan? Nog lang over Fredemar gehad. Hij wil overal badkamers in maken, maar dat kost een hoop geld. Ik heb gezegd dat hij een fax moet nemen. Daar ziet hij niets in. Hij snapt ook niet waarom de Portugezen altijd maar zeuren dat Fredemar geen tv op de kamers heeft. Altijd die tv, zei hij. In zijn geboortedorp kijkt hij nooit tv.
De droom is nog niet weg om een pension te beginnen. Maar niet hier. Misschien moeten we eind dit jaar met een aantal schrijvers naar Fredemar om hier een paar maanden te werken en te genieten. De aanwezigheid van anderen werkt als sociale druk om harder te werken.
Donderdag 3 juni
Vrij lang wakker gelegen vanwege de herrie buiten. Nadat het feest in de sporthal was afgelopen, begon er discotheek keihard te bonken, tot vier uur. De jeugd keihard lallend over straat. Het was net alsof ik weer thuis was, in de Utrechtse binnenstad. Ik ben er nog steeds niet achter welke disco het nu is. Het begint op woensdag. Normaal doet het me niets, maar nu lag ik ervan wakker. De Deense gasten konden ook niet slapen, die verhuisden van de voorkant naar de achterkant. 'Ils sont parti en colère,' zei Harry. Hij ging een brief naar de burgemeester schrijven. Ik moest die mede ondertekenen. Wel ja, waarom niet, ik heb mijn kans op populariteit toch al verpest hier.
Ik ben begonnen eindelijk video-opnamen van Sines te maken. Bijna een uur bezig geweest, tien minuten opnamen en toen was de batterij leeg. Morgen verder. Na de eerste keren starende mensen naast me gehad te hebben ("Wat is dáár nou te zien?"), was ik over mijn verlegenheid heen. Het wordt geen cinematografisch hoogtepunt, maar een manier om makkelijker over de lokaties na te denken. Dus ik film straatjes, gebouwen, en uitzichten. Meer niet. Bij de zee is het moeilijk, omdat de junks daar samenscholen en die hoeven niet per se vastgelegd te worden.
Daarna weer naar de Areas Brancas gereden, maar het waaide daar verschrikkelijk hard. Ik was vergeten mijn mierenboek mee te nemen en mijn laatste Onze Taal was er ook alweer doorheen (ik ga een abonnement nemen), dus toen ben mooie schelpen gaan zoeken. Die vond ik niet. Wel twee mooie roze steentjes en een dode dolfijn. Ik heb nog nooit een levende dolfijn in het wild gezien, nu in ieder geval een dooie. Hij lag er al een tijdje. Ik ken iemand die gek is op dolfijnen en het leek me leuk de schedel te hebben, maar dat was onmogelijk. Hij was nog maar half vergaan. Ik heb me beperkt tot een ruggewervel. Ik heb die wervels vaker gezien, altijd gedacht dat ze van tonijnen waren. Het lospulken ging niet gemakkelijk en toen kwam langzaam, ondanks dat het beest half gemummificeerd was, de weeë geur van de dood los. Een zoetige lucht, niet echt onaangenaam, maar je weigert hem genietend vol in te ademen (zoas de geur van rijpe aardbeien) omdat hij verbonden is aan een rottend karkas. De lucht bleek ook aan mijn vingers te zitten en steeg thuis op uit het plastic zakje waarin ik de wervel had gedaan. Hij ligt nu te weken in zeepsop.
Toen ik bij A Nau aan de bar zat, rook ik nog maar één ding: dode dolfijn. En ook mijn eten smaakte naar dode dolfijn.
En doe je iemand die met dolfijnen wil zwemmen een plezier met een stuk dode dolfijn?
Spijt dat ik de wielen heb laten balanceren. Het is erger dan het eerst was: de wielen rammelen nu tussen de 70 en de 100 km/u. En ik zie er zo tegenop om terug te gaan en te gaan klagen. Waarom is er niemand meer die de simpelste vaardigheid beheerst?
Vrouwkje Tuinman
UTRECHT
Sines, Woensdag 2 juni 1999
Lieve Vrouwkje,
Je eindigt je brief met 'Ik ga mijn reistas eens inpakken'. Daar ben ik ook mee bezig. Langzaam raakt alles weer verdeeld in 'niet nodig onderweg', 'misschien nodig onderweg', 'nodig onderweg' en 'bij de hand houden'. Ik kan me bijna niet voorstellen dat ik over vijf dagen weer in het autootje zit, deze keer met de neus naar het noorden. Ik denk dat ik, als ik eenmaal aan het rijden ben, het verlangen naar Nederland weer zal voelen. Ook dat kan ik me nu bijna niet voorstellen. Ik heb een extra reistas gekocht om de aangeschafte spullen te kunnen vervoeren. De koplampen van de auto zullen verder omhoogstralen dan eerst.
Je zult me missen als ik terug ben in Utrecht. Wie moet je nu schrijven? Van de andere kant is een correspondentie ook heel vermoeiend. Het duurt zo lang voor je een reactie krijgt op een vraag of stelling. Zeker nu, nu mijn brieven er steeds nog maar twee of drie dagen over doen om aan te komen, terwijl de brieven uit Nederland er opeens twee weken voor nodig hebben. (Ik snap er niet veel van, zoals ik steeds minder van de Portugese maatschappij snap, hoe langer ik er ben.) Maar nu kun je dus weer elke dag opbellen, e-mailen of langskomen. Als ik thuisben, tenminste. Ik ga proberen me weer elke dag op te sluiten in mijn werkkamer. Ik moet die schrijfwoede proberen vast te houden.
Inderdaad een vreemde week, zoals je schrijft. Ik heb volgens mij wel eens iets over Maarten Blaauw gelezen, ik weet alleen niet meer waarin. Niet jouw interview met hem, denk ik. Longemfyseem. Het woord komt ineens vaak voor in mijn omgeving, sind ik gelezen heb dat ik met mijn chronische bronchitis kans heb dat te gaan ontwikkelen (ik ben er niet bang voor dat het ook werkelijk zal gebeuren, als ik bang moet zijn voor alles wat me kan overkomen kan ik beter vandaag nog de zee inzwemmen). Ik ben nog redelijk gespaard met dood en ziekte in mijn omgeving. Ouders gaan dood, dat is een natuurlijk gegeven. Maar vrienden en bekenden van je eigen leeftijd, dat blijft shockerend. Ik heb een klasgenote die aan een hersenbloeding is overleden (het bekende vrouwen rond de 25 die roken en de pil slikken syndroom) en dan heb je het wel gehad. O nee, een ex-huisgenote die van de Van Lieflandflat is gesprongen.
Wel interessant die opvatting van Maarten Blaauw over de maakbaarheid van het leven. Ik geloof daar zelf helemaal niet in. Maar daar gaan Dgv en Dhvpb eigenlijk ook over. Ik heb zelf de ervaring dat zogauw ik probeer in te grijpen in de loop van de dingen het eindresultaat rampzalig is. Als ik bijvoorbeeld een café binnenloop en tegen een vrouw opbots wil dat vaak op een leuk/interessant gesprek uitlopen. Komt zij binnenlopen en raap ik na een half uur mijn moed bij elkaar om haar aan te spreken, dan loopt het uit op een genant blauwtje. Op stukjesgebied zijn alle leuke dingen uit spontane gesprekken ontstaan, maar zogauw ik zelf iemand ga opbellen met ideeën, dan krijg ik lauwe reacties. Dingen gebeuren zoals ze gebeuren.
Ik kan me nog een uitzending van Oprah Winfrey herinneren met Robert Urich, die genezende was van kanker. Hij kwam binnen met zijn kop kaal en opgeblazen van de chemokuur en vertelde zijn verhaal. Het kwam erop neer dat hij dankbaar was dat hij kanker had gekregen, want het was een manier van god om hem de waarde van het leven te laten kennen.
Wat zal ik doen als er ergens een gezwel wordt geconstateerd? Zal ik gaan knokken? Of zal ik denken, "kom, het is leuk geweest, laat dat gemorrel aan mijn lijf maar zitten" en rustig mijn einde afwachten? En waarom krijgen degenen die knokken meer respect dan degenen die zich overgeven, terwijl dat een even moedige beslissing is. Ik denk daar veel over na, omdat ik Chris Verhaeren een soort van zelfmoord laat plegen in het tweede boek.
Ik pleit voor de terugkeer van het naturalisme in de literatuur (of was die nooit weggeweest: zie De tandeloze tijd).
Ja, alles wordt relatief als je op korte tijd met ziekte en dood wordt geconfronteerd, maar toch loop je de andere dag te vloeken omdat je je giropasje niet meer kunt vinden. Zo hoorde ik ook dat alles relatief wordt als je kinderen krijgt. En dat alles wordt relatief als je relatie kapot gaat. Zelfs alles relatief zien, wordt relatief. Pas op, ik ben in staat alles kapot te relativeren.
Godverdomme, ben jij op Tommy's verjaardag geweest? Ik nog nooit. En als ik nu opeens vervroegd naar huis was gekomen? Dan had ik niet eens geweten dat jullie met z'n alleen bij hem zaten. Dan had ik in mijn eentje aan de bar gehangen. Of thuis naar een slechte kneukfilm op SBS6 gekeken.
De woordverhaspelarij waar je over schrijft ken ik ook. Ik vraag me af in hoeverre dat komt door de computerschrijverij. Woorden vergeten doe ik altijd, of ik nu met pen schrijf of WP, daarom heb ik me ook aangeleerd over te lezen voor ik verstuur. Ik las in Onze Taal dat 20% van de jeugd een vorm van dyslexie heeft. Het zal wel weer van dat politiek-correcte gereken zijn. Volgens allerlei normen ben ik visueel gehandicapt (met mijn linkeroog heb ik maar 21% gezichtvermogen), een CARA-patiënt (vanwege mijn bronchitis en hooikoorts) en een darmpatiënt (ik heb een spastisch colon, dwz, dat stress bij mij op mijn darmen slaat). Toch voel ik me geen kasplantje. Ik ben geslagen door mijn vader en moeder (tot ik begon terug te slaan, toen was het afgelopen), gepest op de lagere school, middelbare school en zelfs op de universiteit. En toch voel ik me niet gefrustreerd.
Of zou dat dan de reden zijn dat ik regelmatig woorden verhaspel? Eens aan Daniëlle vragen, die is mij de hele tijd Freudiaans aan het duiden.
WP 3.0 voor de Mac is inderdaad een kutprogramma. Niet omdat het vier jaar oud is, maar omdat er rare bugs inzitten. Het programma bomt soms onverwacht en kan af en toe zijn eigen documenten niet meer lezen. Zo waren op de dag dat ik Dgv ging inleveren meer dan de helft van de hoofdstukken onleesbaar door een 'documentfout'.
Toch schrijf ik al sinds 1989 met WP voor de Mac, omdat elk programma zijn eigenaardigheden heeft en ik aan deze gewend ben (en ze pijnloos kan oplossen) Het is allemaal een kwestie van wennen. In Onze Taal las ik ook een klacht van iemand die met Word veel minder productief was dan met WP 5.1, omdat die icoontjes zo afleidden. Wat let je? Koop voor tweehonderd gulden een AT met amberkleurige letters op een zwart scherm en schrijf lekker in WP 4.2. Het hele concept van pc's is totaal uit de hand gelopen. Teksten schrijven, internetsurfen, films kijken, foto's retoucheren, faxen ontvangen allemaal met een en dezelfde machine? Je zet toch ook geen koffie met je broodrooster...
Ik ga deze roman schrijven omdat die al vijf jaar in mijn hoofd zit. Punt uit. Pas als hij af is kan ik aan iets anders beginnen. Dat is precies zoals in mijn persoonlijke leven. Eerst moet de was opgehangen voor ik mijn stukje voor MacFan kan schrijven, eerst stofzuigen voor ik kan koken.
Daarbij zijn de meeste uitgevers alleen maar geïnteresseerd in romans (tenzij je een vrouw bent, vrouwen mogen debuteren met een verhalenbundel: misschien nog een idee voor jou en Ingmar voor het AD). Ik wil afmaken waar ik mee bezig ben.
Het wordt een goed boek, geloof me, het duurt alleen nog een tijdje voor het af is.
Het is kwart over vijf. Na vijf minuten zon stroomt het zweet over mijn buik, dus het wordt tijd mijn twee broodjes te smeren, mijn blikje cola, walkman, mierenboek, exemplaar van Onze Taal (ik ben eraan verslaafd geraakt, ik ontdek altijd alles veel te laat) en flesje water in te pakken en op het strand te gaan zitten tot de zon achter het Sineramahotel is verdwenen.
Donderdag 3 juni
Het is me niet gelukt alle meegenomen boeken te lezen. Ulysses en De gevangene gaan ongelezen mee terug. Ik ben op het moment Rayuela aan het uitlezen. Ik lees het op de gewone manier, niet als hinkelspel. En ik vind het mooi, ook al snap ik niet waarom het Rayuela heet. Ik hou van die mengeling van filosofie met koffiezetten, lyrische liefdesbetuigingen afgemaakt met een dagelijkse opmerking. In Rayuela wordt ook de hele tijd over maté gesproken. Ik geloof dat het een manier van groene thee drinken is. Het is een heel ritueel in Argentinie, ik heb er ooit eens in de krant iets over gelezen.
Het grappige is dat ik dan hier in de supermarkt maté zie liggen en dat er in Onze Taal over wordt geschreven. Ik heb het niet gekocht. Ik ben geen theedrinker. Ik wil wel een keer naar Argentinië, naar Buenos Aires en dan zal ik het wel eens proberen. Sinds de dood van mijn ouders ben ik begonnen alles in de wereld een keer te proberen. Ik hoor hier dagelijks een pathetisch nummer op de radio dat 'Everybody wears sunscreen' of zoiets heet, vol zogenaamde levenswijsheden. In het rijtje clichés staat er een dat wel blijft haken: 'doe elke dag iets waar je bang voor bent'. Zo ver ben ik nog niet.
Maak je geen zorgen, ik ga niet álles proberen. Ik laat me niet in de bek schijten en doodmaken doe ik ook niet.
Als je deze brief krijgt ben ik onderweg. Misschien lig op mijn krent in de 'Termas de Montfortinho', misschien sta ik zonder benzine langs de kant van de weg, misschien keuvel ik met de twee meisjes met rugzakjes die ik een lift heb gegeven en geniet van het uitzicht.
Ik ben benieuwd hoe ik de terugreis zal voelen. Ik heb het hier heel lang uitgehouden, twee keer zo lang als in 1994. Dat komt ook door de fanatieke brievenschrijverij, het webdagboek en de e-mails en telefoontjes om de problemen op te lossen. Het probleem is ook niet dat ik andere mensen mis, maar meer dat ik uit hun gedachten ga verdwijnen (en je bestaat bij de gratie van andere mensen). Ik mis de Bastaard niet – ondanks dat ik er de laatste twee jaar gemiddeld vijf van de zeven dagen kwam – omdat ik daar kwam uit verveling wegens niet schrijven en, niet onbelangrijk, omdat ik gek werd in mijn eigen huis ter grootte van een hondenhok. Echt niet om de eenzaamheid te verdrijven. Eenzaamheid is een geestesgesteldheid, geen intermenselijk verschijnsel.
Wat er ook gebeurt. Ik ben op vrijdag 11 juni om elf uur in de Bastaard.
Liefs,
Jack
Vrijdag 4 juni
Ik werd vannacht om half vijf wakker door loeiende sirenes. Het kon maar één ding betekenen: problemen op de raffinaderij. Sines is omringd door olie-, benzine- en gastanks. De batterij van mijn camera was opgeladen, dus ik was klaar. Maar het was niets.
Niet erg. Ik weet nu hoe ik het een op na laatste hoofdstuk van mijn boek moet beginnen.
Gisteravond was het weer dolle pret in Fredemar. Zé (de schilder) ratelt de hele tijd tegen me aan, terwijl ik er niets van versta. Dat gedoe met die presunto op de feira blijft een bron van hilariteit. Ik ben op een gegeven moment weggegaan toen een kreupele binnenkwam van wie onmiddellijk zijn kruk werd afgepakt, waarna hij er weer mee in Zé zijn gat ging poken. Dolle pret, de stemming stijgt want het peil daalt, van die dingen.
Een tegenvaller dat ze hier in Portugal ook het 'lang weekend' kennen. Ik kon vandaag de twaalfde week niet doorseinen. Dat wordt maandag nog zweten voor ik vertrek.
Zoals ik al vreesde doe ik deze week helemaal niets meer. Ik ben voorzichtig aan het inpakken, dingetjes kopen, route uitstippelen enzovoort. Meer video-opnamen gemaakt, teruggegaan met de auto. Het jongentje dat gisteren de wielen had gebalanceerd moest voor straf met de hand de achterwielen erafdraaien om die te balanceren – dat zou het probleem oplossen. Op het linkerachterwiel heeft drie jaar geen de wieldop gezeten en de moeren bleken hartstikke vastgepiest te zijn. Ik was even bang dat de wielbouten zouden afbreken. Tot mijn stomme verbazing was het gratis (als het maar niet van die jongen zijn salaris wordt afgetrokken), maar het loste ook helemaal niets op. Ik heb het maar laten zitten. Ik zoek onderweg wel een andere garage op. Het doet denken aan 1996 toen ik bij de Kwik-Fit de wielen liet balanceren. Twee keer teruggegaan, de wielen zelfs laten uitlijnen en het bleef hetzelfde. Toen met de APK bij een gewone garage ze weer laten balanceren en het was perfect. Kwik-Fit = Oplichters.
Na de sectie op de dolfijn van gisteren ben ik in stijl gebleven. Ik heb vanavond lamskoteletten gegeten. Het was waarschijnlijk de laatste keer dat ik bij A Nau heb gegeten, terwijl mijn afscheid was alsof ik er maandag weer ben. Misschien is dat maar beter ook.
De laatste twee dagen in Sines. Weemoed?
Ik weet het nog niet.
Ik heb nog een hoop reizen te doen dit jaar. Ik heb afgesproken met een vriend in september naar Boedapest te gaan. Ik heb Delia & Vincent beloofd in Galway langs te komen en er loopt al jaren een afspraak om naar Kutno in Polen te gaan. Ik heb niets meer gehoord van het Van Doesburghuis, dus ik zal wel niet geselecteerd zijn. Ik begin mijn eigen Van Doesburghuis wel.
Van het het verhaal Nooit meer slapen in Kiruna in Onderweg ben je nergens bestaat ook een andere versie. Die heb ik herschreven, nadat bleek dat Giphart een verhaal in de vorm van een brief aan mij had geschreven. Een aantal mensen vond de eerste versie beter. Ach. Anders.
Zaterdag 5 juni
Arend Timmermans
UTRECHT
Sines, zaterdag 5 juni geweest
Beste Arend,
Sinds je lieve echtgenote de bijeenkomsten van Pieter (niet meer), Frans (voorgoed), Frank (soms), jou en mij ironisch 'ouwelullenavond' noemde weet ik wat een geuzennaam inhoudt. We hebben de term trots overgenomen omdat we geen ouwe lullen zijn. Ook geen achttien meer, ik weet het, maar we houden ze nog steeds bij, dat sprot. Ook al voetbal jij nu bij de veteranen.
Na vanavond weet ik het niet meer. Het is nu een uur of drie, ik ben net thuis. Ik weet het, in Utrecht is dat de tijd dat de Bastaard dichtgaat en je gaat nadenken waar je nu eens heengaat. Maar hier niet.
Zaterdag 5 juni geweest. Overmorgen stap ik in het autootje terug naar Nederland. Ik ben daarom vandaag begonnen met inpakken. Ik heb nog wat laatste foto's gemaakt en ik heb de rechterkoplamp van mijn auto gerepareerd (het glas zat los). Het is daarmee een rare weemoedige dag geworden. Zoals je een roman kunt schrijven over het leegruimen van het huis van je overleden ouders, zo kun je een roman baseren op het inpakken van je koffer (ik claim hierbij het idee). Of je nu drie weken, drie maanden of drie jaar ergens bent, het is altijd te kort. Er waren toch altijd dingen die je beter had kunnen aanpakken. En je kunt nog zoveel willen, als je geen brutale ellebogenwerker bent van geboorte zul je het ook nooit worden. Heel veel van wat ik wilde bereiken met mijn drie maanden alleen in Portugal heb ik niet bereikt. Als er een ding is wat ik geleerd heb is het: je bent wie je bent en niets of niemand kan dat veranderen. Zinloos is het daarmee niet geweest. Zinvol is een ander verhaal.
Ik hoef niet per se terug naar Nederland. Ik ben al zo vaak in Sines geweest dat het een thuis voor me is. Ik heb hier geen heimwee, zoals ik in Utrecht op een gegeven moment zonder heimwee naar Zundert kon leven, omdat het mijn tweede thuis was geworden. Zo gauw ik in de auto stap slaat de heimwee misschien toe. Ik ben van plan nog twee dagen door Portugal te trekken, voor ik in een noodtempo terug naar Nederland rijd. Maar wie weet wat er gebeurt als ik eenmaal door 's lands dreven trek en de herinneringen aan vakanties mijn zicht op de bergen, dalen en vuilstorten vertroebelen.
Mijn pensionhouder zal me missen. Hij vermaakt zich prima met me en daarom heeft hij me, net als vorige week, mee uit genomen. Ik heb me toen een hoop lol gehad in die rare discotheken die achteraf hoerententen en animeermeisjes-bars bleken te zijn. Toen hij vanavond vroeg of ik mee ging naar Porto Covo, het dorp hier vlakbij, zei ik onmiddellijk ja. Wist ik veel.
Ik kan me uit de tijd dat ik nog studeerde herinneren dat we met een VW-busje vol uitgingen in Breda, Antwerpen, Brussel of Parijs. Het vervelende is als je met negen man uitgaat dat er al atijd een krentenkakker, zeiksnor of niet-roker bij zit. Die eindeloze wandelingen langs cafes en discotheken die om een of andere reden niet goed waren. Hier voorbij, daar voorbij, dit niet goed, dat niet goed, ik werd er hartstikke gek van. Er bestaat een kritische massa voor uitgaan in een groep. Ik weet niet waar de grens precies ligt, maar als je die landerige vrijgezellenclubjes ziet denk ik dat je in ieder geval beneden het VW-busjevol moet blijven.
Vanavond waren we maar met zijn drieën. Harry. Luis en ik. En toch wilde het niet lukken. We hebben half Porto Covo gehad en het werd maar niet gezellig. Een blues-bar met 'musica ao vivo', een Griekse bar, nog iets anders, het was binnenkijken en wegwezen. Ik weet niet waarom het niet goed was.
Na een half uur zijn we teruggereden naar Sines, via onmogelijke omwegen die allemaal langs cafes met gesloten gordijnen voerden. Om een of andere reden zijn we over zandpaadjes door de heuvels teruggereden. Het was wel erg mooi. Zoals je weet is Sines omgeven door industrie. Petrochemische industrie die 24 uur per dag draait. Omdat dergelijke fabrieken voor een groot deel geautomatiseerd zijn, lijkt het alsof ze helemaal op zichzelf draaien. Het heeft een vreemd soort schoonheid, die stomende, helverlichte nagenoeg verlaten fabrieken die ogenschijnlijk midden in het bos liggen. Vooral als je het vanaf een heuvel ziet. Kan industrie mooi zijn? Kun je naar een olieraffinaderij kijken als naar een kerk? Het moet kunnen. Alles wat goed en logisch in elkaar zit krijgt automatisch een esthetische waarde. Waarom vindt iedereen een achttiende-eeuwse stad als Parijs mooi en een twintigste-eeuwse als Almere niet?
Maar goed, in het donker is alles mooi, zelfs Sines. En zeker de vrouwen in de 'Red Lantern Bar'. Nee, ik laat me meeslepen. Zelfs in het donker waren de vrouwen daar stuk voor stuk lelijk. Mollige mormels, onaanzienlijke gratekutten, tandenloze leeghoofden. Ja, Arend, we eindigden weer in zo'n bar. Ik keek naast me, waar een Fransoos zijn dame whisky (appelsap) voerde en ondertussen aan haar hoekige kont friemelde. Hoe dronken moest je zijn om daar aan te willen friemelen? Ik werd drie keer aangesproken en alle drie keer deed ik net of ik helemaal geen Portugees meer verstond.
Is dit dan je vermaak als je vrijgezel bent, of ver weg van huis? In een donkere tent zitten en vastpakken wat je maar vastpakken kunt? Ik heb me nooit een ouwe lul gevoeld, maar dit was pas een ouwelullenavond. Misschien dat ik daarom zovel belangstelling kreeg. Ik was de jongste van de avond.
Vorige week dacht ik nog dat Harry een ervaren man-van-de-wereld is, maar na vanavond weet ik het niet meer. Ik las laatst dat de Italiaanse man zich tegenwoordig het liefst door een transeksuele prostituée in zijn bruine sterretje laat nemen en ook aan de Portugese machisme ga ik ernstig twijfelen. Harry en Luís waren als twee dralende pubers, die pas buiten een grote mond kregen en borstomvang en schoonheid van de aanwezige vrouwen gingen bespreken. Schoonheid?
Na het rondje van de zaak (ik denk dat Harry er vaker komt) zijn we naar de dorpsdiscotheek gegaan. Ook hier waren we niet helemaal op ons plaats. Zeker Harry en Luis, die eruitzagen alsof ze hun dochter kwamen ophalen.
Ik heb heel vaak grappen gemaakt over de invulling van onze ouwelullenavonden, maar laten we hierbij afspreken dat we voor mijn part naar antropologische lezingen gaan, naar wijnproeverijen of desnoods op survival in de Ardennen. Als we maar nooit in tenten als de Red Lantern Bar terechtkomen.
Ik zie je vrijdag de elfde juni om elf uur in mijn bar.
Zondag 6 juni
Dit was het dan. De laatste dag in Sines. Ik heb niet veel gedaan vandaag. Geprobeerd mijn statief op het dahboard te plakken zodat ik met twee handen aan het stuur tijdens de terugreis kan filmen. Niet gelukt. Het statief viel uit elkaar. Naar Porto Covo gereden, nogmaals, om vandaar het gruwelijke uitzicht op Sines vast te leggen en in de toeristische winkels souvenirs te kopen. Op het strand gelegen, voor de laatste keer, en de laatste bladzijdes van The Ants van Holldöbler & Wilon uitgelezen. Ik weet nu alles van mieren. Nu bedenk ik pas dat ik een aantal mieren had moeten meenemen, want ik weet wel alles van fouragetechnieken van Lasius Niger, maar niet of die in Sines rondstiefelt.
Harry loopt al de hele dag met zijn ziel onder zijn arm rond. Ik betrapte hem er vandaag voor het eerst op dat hij over de zee stond uit kijken en vanmiddag reed hij rondjes door Sines in zijn reusachtige Peugeot.
Morgen moet ik natuurlijk nog een hoop doen. Ik ga terug zoals ik uit Nederland vertrokken ben: al drie maanden weten dat je vertrekt en dan toch nog alles op het laatste moment moeten regelen. Dat wordt op tijd opstaan, want ik wil om twaalf uur wegrijden naar Termas de Monfortinho. Daar ga ik twee dagen rondhangen en dan rijd ik door naar Nederland. Ik had nog gehoopt iets van Gerrit Komrij te horen, maar helaas. Vorige week vrijdag was er telefoon van ene Comerie, met de vraag of ik nog in Portugal was. Harry heeft gezegd dat ik nog een week bleef. Dat moest dus Gerrit Komrij zijn. Geïnspireerd op een verhaal van hem in Een zakenlunch in Sintra, heb ik hem een brief gestuurd geadresseerd aan 'Senhor Gerrit Komrij, Vila xxx'. Volgens dat verhaal moest dat voldoende zijn. En inderdaad, dat was het. Omdat ik echter uit de mededeling niet kon opmaken waarom hij belde, heb ik afgelopen maandag een fax gestuurd. Daar heb ik echter geen reactie op gekregen. Jammer, het leek me wel gezellig en de route van Sines naar zijn huis leidt via groene weggetjes (itinéraire pittoresque/percorso panoramico/natürskön vägsträckä), dat zou ook zijn meegenomen. Ik vond het te opdringerig om nog een keer te faxen en zijn telefoonnummer heb ik niet.
Ik hou van een een-op-een communicatie. Ik word zelf altijd heel nerveus wanneer ik al drie e-mails/brieven/faxen/boodschappen op het antwoordapparaat heb staan en nog op de eerste moet reageren.
Jammer dus, maar voor alle zekerheid vertrek ik morgen pas wanneer de post is geweest.
Tenslotte schenk ik alvast twee versies van het eerste hoofdstuk van De honden van Porto Branco/De honden van Monte Branco/De honden van Sines. Nee, niet eens afgelopen drie maanden geschreven, maar tijdens mijn verblijf in Sines in 1994. Als ik onderweg naar huis niet verongeluk of spoorloos verdwijn, volgt de rest in de loop van 2000.
De honden van Sines, hoofdstuk 1 (versie 1)
Zondagochtend 25 september 1994, een halve dag na de moord, vertrok Chris Verhaeren om elf uur 's ochtends uit Nederland in een vuurrode Daf 66 1300 Marathon coupé met zilveren racestrepen op de zijkant, het vinyl dak tamelijk overmoedig opengeschoven voor deze tijd van het jaar en met een lekkende afsluitdop onder aan het carter. Drie dagen later was hij 2.439 kilometer verder (inclusief twee keer verkeerd rijden), in Sines aan de Atlantische kust, ongeveer halverwege Lissabon en de Algarve. Onderweg had hij twee keer een liter olie bijgevuld, genoeg om tweeduizend vierkante meter water te vervuilen – met wat Porto Branco in het vooruitzicht stond een te verwaarlozen hoeveelheid. Toen de Portugese politie vijf maanden later in Nederland de gegevens van de Daf opvroeg, was de identificatie van het drie weken eerder in Hoek van Holland aangespoelde lichaam een kwestie van tijd. Van de 21 telefoontjes die er binnengekomen waren na het tonen van een linkersok bij 'Opsporing verzocht' waren er dertien veelbelovend, zeven onwaarschijnlijk en één van een man die zei dat hij het gedaan had. Chris Verhaeren werd door zijn oudste zus herkend aan een moedervlek op zijn linker grote teen – door die sok (wit met zwarte silhouetten van Mickey Mouse) waarschijnlijk een van de weinige intacte lichaamsdelen. Het weinige wat over hem bekend was, fotograaf met wat aanmoedigingsprijzen, drie ansichtkaarten en wat freecards, verscheen uitgebreid (De Telegraaf) of bescheiden (de Volkskrant, de NRC) uitgemeten in de dagbladen. Vrij Nederland publiceerde een serie, gedestilleerd uit de volgeschoten rolletjes die op zijn Portugese pensionkamer werden gevonden, maar eerlijk gezegd was het enige interessante daaraan dat de maker dood was en ze werden al snel vergeten. (In tegenstelling tot de ongesigneerde series van alle Laura's, Yvette's, Nicole's en tweelingen die via Internet de hele wereld rondgingen en opdoken in nieuwsgroepen en pay-sites, tot lang nadat de meisjes leeftijd waren gepasseerd die ze volgens de bijschriften hadden.) Nergens werd het verband gelegd tussen hem en de moord die gepleegd was, één dag voor hij met grote haast uit Nederland vertrok. En dat was geen wonder, want dat lijk werd nooit gevonden. Dat van hem wel. Het verhaal dat hij de hele kust omhooggeduwd was door een school dolfijnen die in diezelfde tijd voor Hoek van Holland opdook ging al snel rond. Dat zij in ieder geval degenen waren die hem, op onder andere zijn voet na, flink hadden aangevreten werd door deskundigen en Greenpeace wijselijk verzwegen. Donaties stegen, ook toen de Panorama met Het Ware Verhaal kwam, dat niemand geloofde en voor een onsmakelijke 1-aprilgrap werd aangenomen. De Hema nam de Mickey-Mousesokken kort terug in het assortiment en de Daf, vrij zeldzaam en twee jaar eerder nog gerestaureerd, werd geconfisqueerd door de pensionhouder in Porto Branco die hem uiteindelijk voor 40.000 escudos aan een sloperij verkocht.
Maar ik loop te ver vooruit.
De honden van Sines, hoofdstuk 1 (versie 2)
Zondagochtend 25 september 1994, een dag na de moord, vertrok ik, Chris Verhaeren, om elf uur 's ochtends uit Nederland in een vuurrode Daf 66 1300 Marathon coupé met zilveren racestrepen op de zijkant, het vinyl dak tamelijk overmoedig opengeschoven voor deze tijd van het jaar en met een lekkende afsluitdop onder aan het carter. Drie dagen later was ik 2.439 kilometer verder (inclusief twee keer verkeerd rijden), in Porto Branco aan de Atlantische kust, ongeveer halverwege Lissabon en de Algarve. Onderweg had ik twee keer een liter olie bijgevuld, genoeg om tweeduizend vierkante meter water te vervuilen – met wat Porto Branco in het vooruitzicht stond een te verwaarlozen hoeveelheid. Toen de Portugese politie vijf maanden later in Nederland de gegevens van de Daf opvroeg, was de identificatie van mijn drie weken eerder aangespoelde lichaam in Hoek van Holland een kwestie van tijd. Van de 21 telefoontjes die er binnengekomen waren na het tonen van mijn linkersok bij 'Opsporing verzocht' waren er dertien veelbelovend, zeven onwaarschijnlijk en één van een man die zei dat hij het gedaan had. Ik werd door mijn oudste zus herkend aan een moedervlek op mijn linker grote teen – door die sok (wit met zwarte silhouetten van Mickey Mouse) waarschijnlijk een van de weinige intacte lichaamsdelen. Het weinige wat over mij bekend was, fotograaf met wat aanmoedigingsprijzen, drie ansichtkaarten en wat freecards, verscheen uitgebreid (De Telegraaf) of bescheiden (de Volkskrant, de NRC) uitgemeten in de dagbladen. Vrij Nederland publiceerde een serie, gedestilleerd uit de volgeschoten rolletjes die op mijn Portugese hotelkamer werden gevonden, maar eerlijk gezegd was het enige interessante daaraan dat ik dood was en ze werden al snel vergeten. (In tegenstelling tot de ongesigneerde series die ik maakte van alle Laura's, Yvette's, Nicole's en tweelingen die via Internet de hele wereld rondgingen en opdoken in nieuwsgroepen en pay-sites, tot lang nadat de meisjes leeftijd waren gepasseerd die ze volgens de bijschriften hadden.) Nergens werd het verband gelegd tussen mij en de moord die gepleegd had, één dag voor ik met grote haast uit Nederland vertrok. En dat was geen wonder, want het lijk werd nooit gevonden. Dat van mij wel. Het verhaal dat ik de hele kust omhooggeduwd was door een school dolfijnen die in diezelfde tijd voor Hoek van Holland opdook ging al snel rond. Dat zij in ieder geval degenen waren die mij, op onder andere mijn voet na, flink hadden aangevreten werd door deskundigen en Greenpeace wijselijk verzwegen. Donaties stegen, ook toen de Panorama met Het Ware Verhaal kwam, dat niemand geloofde en voor een onsmakelijke 1-aprilgrap werd aangenomen. De Hema nam de Mickey-Mousesokken kort terug in het assortiment en de Daf, vrij zeldzaam en twee jaar eerder nog gerestaureerd, werd geconfisqueerd door de pensionhouder in Porto Branco die hem uiteindelijk voor 40.000 escudos aan een sloperij verkocht.
Maar ik loop te ver vooruit.