maandag 24 mei

We hebben allemaal onze onschuldige afwijkingen. De mijne is dat ik gek ben op buitenlandse supermarkten. Al die dingen die je in Nederland alleen maar in exclusieve zaken kunt krijgen, die hier gewoon in het schap staan. De rare smaken soep die Knorr hier verkoopt. De veertig soorten olijfolie. De tweehonderd soorten wijn.

Een jaar of twee geleden is in Lissabon het grootste winkelcentrum ter wereld geopend. Colombo, groter dan Amoreiras en in het begin 24 uur per dag open. Dat is inmiddels niet meer en het is in grootte overtroffen door een winkelcentrum in Engeland (dat is weer zo groot dat de plaatselijke kerk er schande van spreekt). Maar het is nog steeds indrukwekkend. Drie verdiepingen, met de grootste supermarkt die ik ooit gezien heb: een deel van het personeel rijdt op rolschaatsen. Ik schatte het een kwart kilometer breed en vijftig meter diep (maar ik heb een lui oog en kan geen afstanden of diepte schatten, het kan ook een halve kilometer of honderd meter zijn geweest). De derde verdieping is geheel gevuld met restaurants. Het ronde gebouw, vlakbij het Benfica-stadion, lijkt van buiten een beetje op een arena. De barokke vormgeving gaat door in de inrichting, die af en toe op het mallotige af is, maar wel consequent. Het post-modernistische Amoreiras ziet er van binnen uit als Hoog Catharijne tien jaar geleden. Dit is een stuk prettiger. Ontzettend licht en ruim en dan neem je de fiberglas bomen en ruïnes wel op de koop toe. Het Vasco da Gama-winkelcentrum dat een paar weken geleden is geopend moet ik voor een volgende keer bewaren.

Ik was toch in Lissabon, nadat ik met Rijk het zolderappartement heb bekeken dat nu vrij is. Het appartement dat ik op het oog had is verhuurd, waarschijnlijk tot eind oktober. Maar dit was niets voor mij. Zelfs als studentenkamer had ik het niet willen hebben.

Daarna nog even door Lissabon gelopen, wat gedronken bij A Brasiliera en op zoek gegaan naar een zaterdagse Volkskrant. Een AD genomen, en vergeten dat de Telegraaf wel erg slecht is, maar het AD de diepgang heeft van een hockeyblaadje. Verder had ik een tante beloofd ansichten van Portugese kerken mee te brengen. Op de Avenida de Liberdade vond ik een winkel die kaarten uit heel Portugal had, dus ik scoorde in één klap 26 kaarten met kerken. Sommige met auto's uit de jaren vijftig en zestig erop, zo oud. Ook weer mijn dosis porno gekocht op mijn vaste adres en ook nog een half uur in andere bladen geneusd en me staan verlekkeren: zo'n Macworld is uit voor je het doorhebt.

Wat is Lissabon toch een aangename stad. Ik ben door een deel gereden dat ik helemaal niet kende. Fantastisch. En waarom kan ik geen appartement krijgen in het centrum voor vijfhonderd gulden? Rijk zei dat als ik hier kwam wonen een goed wijf moest meebrengen, of er zo snel mogelijk plaatselijk een moest opsnorren. Mijn idee,

Ik ben via de toeristische route teruggegaan, al kreeg ik op een gegeven moment mijn twijfels: nadat ik getankt had weigerde de startmotor weer. Hij ratelde alleen maar heel akelig. Ik ben stug blijven doorstarten en op een gegeven moment pakte hij. Toen durfde ik niet meer te stoppen, of in ieder geval de motor af te zetten. Via Sesimbra ben ik binnendoor naar de Serra da Arribida gereden. Ik kwam na het dorp Pedreira op een zandweggetje terecht, waar de konijnen aan alle kanten wegschoten. Ongelofelijk: dertig kilometer van Lissabon zit je in de jungle. Als ik daar pech had gekregen was ik de lul: het was al acht uur. Gelukkig ging alles goed. Het is een prachtige route, dwars door de bergen, vol parkeerplaatsen om van het uitzicht te genieten. In de auto's die overal geparkeerd stonden werd echter van een ander uitzicht genoten. Observatie: hoe duurder de auto, hoe mooier het meisje dat zich laat bepotelen. Aan denken als ik hier ga wonen.

Ik kon de veerboot in Setúbal dus niet nemen, want ik durfde de motor niet meer af te zetten. Omgereden dus. En dat rare gevoel toen ik de lichtjes van Sines weer zag: het gevoel thuis te komen. Ik maak mijn derde maand vol deze week. Het gaat snel. Het is langer licht, het begint eindelijk zomer te worden. Het is bijna afgelopen. Misschien wordt het tijd. Ik heb al elf weken diarree.

Harry begroette me hartelijk toen ik binnenliep. Hij was blij me weer te zien. Het is geen kwaaie vent, absoluut niet. Tegen twaalven ben ik even beneden gaan zitten. Hij heeft zijn vader terug naar Pedrogão bij Castelo Branco gebracht. Ze lijken op elkaar, alleen heeft zijn vader enorme oren en grote gok, zoals oude mannen van boven de 80 altijd hebben. Harry vindt het maar niks. Hij is bang dat zijn vader niet goed te eten krijgt in het bejaardentehuis waar hij gaat eten en dat het alleen zijn in zijn huis niet goed voor hem is, dat het gebrek aan indrukken hem zal afstompen. Hij had hem liever bij hem. Maar zijn vader wil met zijn maten op een bankje zitten en naar passerende auto's kijken en in zijn tuintje af en toe aan een tak trekken. Ik kon het me helemaal voorstellen. Ik vond het een ontroerend mannetje, maar ik heb ook een zwak voor oude mannetjes. Zal ik ooit ook een oud mannetje worden? Mijn zussen herinnerden me er laatst aan dat ik altijd gezegd heb dat ik nooit veertig zou worden. Nog anderhalf jaar. Ik kan het me niet herinneren. Het zou kunnen dat ik het gezegd heb, dat was mode in zes athenaeum, geloof ik. Van onze hele club is er nog maar één dood en dat was zelfs de jongste van het hele stel, toen ze 24 was. Veertig. Wat maakt het uit. Ik word toch nooit ouder dan zeventien.




Dinsdag 25 mei 1999

In Lissabon een AD gekocht. Ik vond daarin een telefoonnummer van 'een Portugese kok en zijn Nederlandse vrouw' die kamers verhuurden. Het nummer begint met 069, net als Sines. Daar moet ik zijn.

Het was mooi weer vandaag. Heet en zonnig. Op het strand viel het echter tegen. Omdat het vijf uur was geweest. Er was een fax van Lieke, i.p.v. een brief. De post doet er tegenwoordig opeens heel erg lang over.

Pessoa was dronken. Toen ik terugkwam uit het restaurant bood hij me lallend een koffie aan. Elizabet kreeg de ironische frons niet meer uit haar voorhoofd gestreken. Het was ook wel aandoenlijk om hem zo te zien. Vooral als hij zijn loopje deed: opstaan van zijn kruk, nonchalant naar de deuropening wandelen, een beetje vooroverbuigen en dan kort naar links en rechts kijken alsof je je naam hebt horen roepen. Dat doen ze allemaal hier in Sines en zeker in Fredemar. Ook Elizabet. Ik heb me nog kunnen inhouden. Vooral het blijven staan is wonderlijk. Afijn, dat allemaal, met drank op.

Ik blijf mezelf maar moe voelen. Ik kom bekaf uit bed en om negen uur sta ik alweer te tollen van de slaap. Er komt bijna niets meer uit mijn handen. Vandaag week 9, 10 en 11 opnieuw bewerkt. Daarna naar beneden gegaan en twee flessen bier weggeslagen. Het eten bij A Nau was toch te zout. Misschien was het de soep. Harry vertelde dat het komend weekend 'Feira' is in Santiago. De grootste van de wijde omgeving, dus daar ga ik zeker rondkijken.

Nog een stukje meegepikt van 'Herman 99', de talkshow van de nationale komiek Herman José. Ik ben er niet aan uit waarmee ik hem moet vergelijken. Is hij André van Duin, Paul de Leeuw of Seth Gaaikema? Zijn radioprogramma is in ieder geval erg flauw. Humor is hier nog erg van gekke stemmetjes doen. Hij is in ieder geval razend populair. Er zijn nog een aantal shows die ik bijna wekelijks zie. Chuva d'Estrelas (=De Soundmixshow) en Reis de Musica Nacional (=Op Losse Groeven). Er is me iets opgevallen. Ondanks de snelle montage van de leaders en de tussenstukjes zijn de programma's ongelofelijk traag. Er wordt oneindig geouwehoerd. Ze duren dan ook anderhalf tot twee uur en als ze op de commerciële zender zijn worden ze onderbroken door tien minuten reclame. Er is me nog iets opgevallen: meeklappen. Portugezen klappen altijd mee. Ik kan me dat ook nog van Op Losse Groeven met Chiel Montagne herinneren, alleen ebde het altijd na een halve minuut weg, omdat de maat te moeilijk was. Portugezen hebben een beter gevoel daarvoor. Die houden het het hele nummer vol. En ook heel erg zijn dan de meisjes die hun armen in synchrone figuren bewegen tijdens het klappen. Heel ingenieus en heel stupide. Herman José is de enige die het publiek voortdurend tot de orde roept. Niet meeklappen!

Inmiddels is er een gedurfde telenovela voor na twaalven, met af en toe een blote kont & borst. Dat moeten ze in Nederland ook maar eens invoeren. Daarbij lijkt een soap hier maar één seizoen te duren.

Nog iets ontdekt. Als ze hier iemand voor halfgaar verkopen heet het dat 'er een schroefje los zit bij hem'. Precies zoals in het Nederlands. Natuurlijk, zei Harry, Portugezen zijn over de hele wereld uitgevlogen, dat hebben jullie van ons overgenomen. Dat klopt, zei ik, Da Costa en Querido zijn geen ongewone namen in Nederland. Harry verbaasd. Ik vertel hem dat dat de Portugese joden zijn die in de zeventiende eeuw naar Nederland zijn gevlucht/verhuisd. De reactie van Harry had ik kunnen voorspellen.


Lieke Timmermans
Utrecht

Sines, dinsdag 25 mei 1999


Lief zeikwijf,

Sorry dat ik je op lange tenen ben gaan staan met mijn gemok over de verkeerde enveloppen. Ik heb gewoon mijn neurotisch drang tot alles hetzelfde hebben als ik het gewend ben. En ik wil gerust dat juridisch woordenboek in mijn hol steken, als dat maar betekent dat je de volgende keer precies mijn instructies volgt. Ik hou van vrouwen die initiatief nemen (een eerste voorwaarde), maar er zijn grenzen: mijn boodschappenlijstje moet nauwkeurig gevolgd worden. Dat heeft vast met dat Sinterklaascadeautjestrauma te maken waarover ik in een andere brief al heb geschreven.
Ik hoop dat je de geschreven versie van je brief bewaard hebt, want de fax is af en toe onleesbaar door je kriebelige handschrift.

OK, dan schrijf je je diepste gevoelens maar niet. Ik weet toch wel dat ik ze hoor zo gauw ik je dronken gevoerd heb. Dat dronken worden in de Bastaard (na uit eten en naar de film, natuurlijk: na twee keer is het een traditie) zal ergens na 10 juni zijn. Op maandag 7 juni stap ik in de auto. Ik rij dan in twee dagen naar midden-Portugal. Vandaar vertrek ik woensdagochtendvroeg naar Bordeaux. Donderdagochtend 10 juni rij ik dan weg. Als alles goed gaat zit ik dan 's avonds tussen 11 en 12 in de Bastaard. Als je er bent maken we meteen een afspraak. Breng eenieder mee die de feestvreugde kan vergroten. Laten we zingen en dansen op het biljart.
Ik heb overigens niet echt zin terug te komen. Hier in Sines ben ik het beu, maar in Portugal niet. Het is vluchtgedrag, dat besef ik. Weggaan heeft me de juiste opdonder gegeven, maar nu zit ik hier weer vastgesoldeerd. Het appartement in Lissabon is verhuurd. Ze lieten me een ander zien, dat volgens de (Nederlandse) makelaar, nog leuker was dan het eerste. Het was een zolder met een wc waarop je zittend moet pissen. Een kruisvormige ruimte waar je alleen in het midden rechtop kon staan. Ik kreeg meteen een tweedejaarstrauma. Het andere appartement heeft tenminste twee slaapkamers en aparte keuken.

Maar ik moet terugkomen, want ik ben bijna door mijn geld heen. Nog een jaar van financieel succes zoals in 1998 en ik kan naar het uitzendbureau.

Ik heb ook geen roddels.

Liefs,

Jack




woensdag 26 mei

plee
Vanochtend bleek er geen water te zijn. Ik dacht eerst dat het alleen op de derde verdieping afgesloten was, dat was mijn eerste dag ook, maar zoals Harry vertelde, het was in heel Sines. En het zou tot middernacht duren. Krankzinnig. De koffie bij Vela d'Ouro was daarentegen extra lekker, die werd nu met mineraalwater gezet. Hoop ik. Ik kwam Pedro nog op straat tegen en die had zijn haar gewassen. Ik neem aan dat iedereen tien vijfliterflessen met kraanwater heeft klaarstaan in de garage voor het geval dat. Toen ik terugkwam in Fredemar kwam de stank uit de toiletten me op de trap al tegemoet. Er zijn de laatste dagen weer wat extra gasten gekomen en dat was te merken. Als je in de wasbak pist en dat niet met ruim water wegspoelt gaat dat na vijf minuten al stinken, laat staan een plee waarin al meerdere keren is gescheten en gepist.

strontmand
Nu zijn de plees van Fredemar al niet het allerschoonst. Het is ook daar dat ik de inspiratie kreeg voor de strontscène in DGV. Niet voor niets.

Het klinkt als zelfkwelling dat ik toch iedere keer weer naar Fredemar ga en geen kamer met eigen badkamer neem. Ik begrijp mezelf ook niet, maar zo kan ik beter met mezelf leven, door mezelf af en toe te verrassen.

Menselijke stront stinkt het hardst van alle stront. We vinden het ergst stinken, sterker dan hondenstront, die ook niet mis is. Het komt door de herkenning, denk ik. Vinden moeders de geur van de stront van hun baby minder stinken? Ik ben op het strand verhuisd naar een nieuw stekkie, omdat de pislucht te erg werd (ik verdenk de jeugd ervan dat ze expres daar pisten om mij te koeioneren), maar ook omdat ik na een middagje zitten de hele tijd een vage poeplucht rook. Pas toen ik terug op mijn kamer was zag ik dat ik mijn hakken in een menselijke drol had gezet. Gelukkig heb ik een hogedrukplantenspuit bij me (voor de auto) en daarmee kon ik alles uit de kieren en naden spuiten.
Om mezelf dus de kwelling van de stinkende plees te besparen heb ik dus op mijn kamer in een jampotje gepoept. Het deksel sluit het luchtdicht af. En daarna in de glasbak, natuurlijk, we denken wel aan het milieu. (Voor Sander van Walsum.)

Vanmiddag bij Thijs langsgeweest. Die kon me helaas niet heel veel vertellen over Sines, ook omdat hij weinig tijd had. Hij vertelde dat vorig jaar in het hoogseizoen, met 50.000 toeristen in Milfontes, het water TWEE dagen afgesloten is geweest wegens onderhoud aan het drinkwaterproductiebedrijf. De weinig klantgerichte en strikt volgens de letter uitgevoerde werkzaamheden doen heel erg aan het Oostblok denken. Zal wel geen toeval zijn. Daarna nog even Milfontes in geweest en toen op zoek gegaan naar de Portugese kok en zijn vrouw. Nou ja, op zoek, Thijs vertelde waar ze ongeveer woonden en ik ben er naartoe gereden. Erg idyllisch, ze bezitten zo ongeveer een half dorp, dat verlaten is toen de weg omgelegd werd. De zandweg waaraan ze woonden was in de jaren zeventig nog gewoon de hoofdweg. Ook hier ben ik niet veel wijzer geworden. Dat infiltreren van mij slaat ook nergens op. Gewoon verzinnen is maar het beste, dan ruim voor publicatie laten lezen aan Portugezen en klaar.
Ik kreeg een brief van Nijgh & van Ditmar, als reactie op een sombere brief van mij. Soms is het goed dat anderen in jou geloven als je het zelf opgeeft. Ik ben hier nog twaalf dagen, nu komt er niets meer uit mijn handen. Niets meer. De brief deed er overigens 21 dagen over vanuit Nederland. Misschien vermoed een overijverige douanebeambte een drugslijn, vanwege de uitzonderlijke hoeveelheid Nederlandse post die ineens naar Sines gaat. Dat heb ik ook nog meegepikt. De Portugezen klagen, maar doen niets, ze laten alles maar gebeuren, maar zien wel dat buitenlanders grote lappen grond kopen en de vervallen montes opknappen. 'Het zal wel drugsgeld zijn,' roddelen ze dan. Alleen door deze observatie is het al geen verloren dag geweest.
Vanaf elf uur hadden we weer water. Er zat iets van bicarbonaat in. Het kwam melkachtig uit de kraan, waarna het helder werd. En het róók naar bicarbonaat (=bakpoeder, zuiveringszout). Er moest iets gerepareerd worden. Ik vroeg aan Harry waarom ze dat niet 's nachts deden, zodat ze weinig mogelijk mensen er last van hadden. Hij haalde zijn schouders op. Dat is Portugal.
Aan de bar zaten twee kleine diepbruinverbrande mannetjes, met rugzakjes (ik heb een zwak voor meisjes met rugzakjes, maar mannen gaan er als kabouters uitzien met een rugzakje). Ze kwamen uit Frankrijk en begonnen dus in het Frans tegen me te ratelen en uit welk deel ik vandaan kwam (slijmballen, mijn Frans moet klinken als: 'U heeft goed dat gedaan' en 'Het zijn vandaag ik ben hier de tachtigende dag.'). Dus ik zei dat ik uit Nederland kwam. En toen begon het gedoe natuurlijk weer met de 'koffieshoppe'. Beeld ik het me nu maar in dat beneden Parijs iedereen is geobsedeerd door blowen?
Toen ze opstonden bleken het inderdaad mannetjes te zijn. Ze haalden de 1.60 niet. Ik heb in Fredemar overigens een vrouwtje zien binnenkomen dat de 1.50 niet haalde. De deurklink zat ter hoogte van haar kin. Ik heb Harry die mop over de ideale vrouw maar niet verteld.




Donderdag 27 mei

Ik heb alle weerzin bij elkaar geraapt en de startmotor vervangen. Ik ben naar de rand van Sines gereden en heb onder de molen op de heuvel staan sleutelen. Terwijl ik af en toe uitkeek over Sines uitkeek besefte ik opeens waarom ik er zo lang mee gewacht had: het is weer een stap dichter bij mijn terugkeer. Ik weet niet of ik er al vaker over geschreven heb en ik heb geen zin om het op te zoeken, maar ik heb gemengde gevoelens. Ik zou eigenlijk best voorgoed hier kunnen blijven. Misschien niet per se in Sines, maar wel in Portugal. Ik hoef niet per se terug. Ik weet dat ik binnen een paar dagen weer helemaal gewend zal zijn aan Nederland, aan Utrecht, dat ik probleemloos weer elke dag ga koken, in plaats van voor dertien piek elke dag uit eten te gaan, dat ik tot drie uur 's nachts naar Discovery Channel kijk, niet de deur uitga voor ik de Volkskrant uitgelezen heb en vloekend in de deuropening sta als het weer regent. En volgens mij hebben allebei mijn fietsen een lekke band. Ik kan dit heel goed, alleen maar leven, alle confrontaties uit de weg gaan, alle opwinding vermijden, alleen maar eten, slapen, lezen, liggen. Met af en toe wat activiteit.
Ik ben net een mier.

Mieren waren er genoeg onder de molen. Ik zag een grote werkster met een tor vier keer haar omvang en gewicht sjouwen. De tor stribbelde enorm tegen, maar ze hield vol. Een prachtig gezicht. Ik weet niet hoe de pas-de-deux afgelopen is, want ik ben waarschijnlijk op de twee beesten gaan staan tijdens het sleutelen.
Het was een werkje van niks, ook omdat ik er inmiddels ervaring mee heb, natuurlijk. Drie schroeven losdraaien, een vierde van de pluskabel en dat is het. Deze keer was ik wel zo slim om werkhandschoenen aan te trekken, maar zo dom om met opgerolde mouwen te werken en een motor is gloeiend heet, ook na een ritje van vijf minuten. Weer een mooi litteken erbij. De enige reden dat het mij drie kwartier kostte was door het gebrek aan goed gereedschap.
Harry vond het heel knap van me. Als beloning kreeg ik een Fredemar t-shirt van hem. Dat ga ik hier natuurlijk niet dragen.

's Ochtends de nieuwe week doorgeseind. Ik heb aan Pedro gevraagd of hij ook nog Alentejanenmoppen wist. Hij vertelde er een hele reeks, maar ik kende ze bijna allemaal, maar dan als Belgenmop. Er konden er wel een paar die leuk waren uitwisselen, dus we zaten op een gegeven moment te gillen van het lachen. De mop van de drie orgasmes vond Pedro wel leuk: Het bevestigende orgasme, 'O ja, o ja'; het ontkennende orgasme, 'O nee, o nee'; het gefaket orgasme, 'O Pedro.'
Nee, je mag geen grappen maken iemands mannelijkheid, ook al is hij nog maar 18.

Ik heb van een Rijk een stapel oude nummers van Onze Taal meegekregen. Ik wou dat ik ze had afgewezen, want ze zijn erg verslavend. Sommige kwesties vind ik te onbenullig voor woorden. Zo is er iemand die vindt dat we "10.000,78" voortaan als "10,000.78" moeten schrijven omdat het belangrijkste spreadsheetprogramma onder DOS dat ook doet. Ik leef in een andere wereld. Bij Macintosh geef je in het regelpaneel 'Getallen'(Systeem 7.5.3) op dat je een Nederlandse getalsnotering wilt die dan in al je programma's verschijnt. Misschien moet ik een een stukje schrijven voor Onze Taal over de verpestende invloed van DOS en Windows op de Nederlandse taal en spelling. In het januarinummer van 1998 schreef iemand over de nadelen van de overstap van WP 5.1 naar Word voor Windows. In 1997!!! Toen 'iedereen' al met Windows 95 werkte...
Andere dingen zijn wel grappig. Ik maak ontzettend veel 'fouten' in mijn Nederlands, omdat het Brabants nog steeds nadrukkelijk in me aanwezig is. Ik werd er voor de eerste keer op gewezen toen Rob van Erkelens mijn verhaal
Het Dopplereffect redigeerde. Hij snapte (begreep?) bepaalde constructies niet, die voor mij helder waren.
Er is zoveel kunstmatig. Ik hou van spreektaal in mijn teksten. Vandaar dat ik ook zo vaak herschrijf. Dit dagboek is een van de weinige dingen die zonder veel bewerking gepubliceerd worden. Ik hou ervan om te proberen in één keer de gedachte vast te leggen en me daarna pas druk te gaan maken over een efficiëntere formulering. Elegantere niet. Als de gedacht goed is, is de formulering ook meteen goed. Moet ik me dan zorgen maken dat sommige hoofdstukken in Dgv 17 keer herschreven zijn?

De stroom brieven droogt op. Deze week slechts twee brieven gekregen en een betekenisvol pakje (alleen begrijp ik de betekenis niet). Ik schrijf voornamelijk met vrouwen. Als je brieven schrijft aan een vrouw heb je een voet in haar bed,' heb ik eens gelezen. Er is zelfs een variant op: 'Als je een vrouw aan het lachen maakt heb je een voet in haar bed.' Er zijn meerdere vrouwen die ik geschreven heb en ook nog eens aan het lachen heb gekregen. Misschien had ik wel twee voeten in hun bed, maar de rest van mijn lijf lag dan op de grond.



Vrijdag 28 mei

Ik hoorde van Thijs dat je de mooiste schelpen bij Santo André vond. Dus naar Santo André gereden, na het werk aan het mierenboek op het terras van Ponto d'Encontro. Het was weer een mooie dag. En het was warm. De werkster (Harry's copine, die al weken met een gezicht van drie dagen onweer rondloopt) heeft weer een deken verwijderd. De zomer begint echt. Je ziet het aan de kleding. In Nederland is 13 graden in februari voldoende om de terrassen open te gooien, 20 in april voldoende voor bloesjesdag en 28 in juni om in als zomerkleding dienende hobbezakken rond te gaan lopen. Hier moet het eerst 30 graden worden voor de t-shirtjes uit de kast komen. Ik zie trouwens steeds meer kuitbroeken. Heb ik iets gemist?

Geen schelpen gevonden in Santo André. Met blote bast over het uitgestorven strand gelopen en daardoor flink verkleurd. Als ik iemand zag aankomen onmiddellijk mijn t-shirt aangetrokken. Ik werd laatst in een brief met een teddybeer vergeleken. Een man vergelijken met een teddybeer is natuurlijk dodelijk. Er is niets zo erg als 'een aardige man zijn'. Dat is netzoiets als 'een karakteristieke kop hebben'. Ik heb een paar vrienden die door vrouwen als lief, schattig, aardig en knuffelbaar worden beschouwd en dus nog steeds vrijgezel zijn. Aantrekkelijkheid heeft veel met scherpte te maken, met een vleugje onbetrouwbaarheid, met een paar hoorntjes dat heel af en toe door het engelenhaar heenprikt.
Ik heb zelfs het idee dat vrouwen eerder op klootzakken vallen dan op teddyberen. Netzoals mannen op keurige meisjes vallen die soms een nacht wegblijven of op kakmadammen die in de zomer geen broekje dragen onder hun mantelpakje, of op regelrechte slettebakken.
Gelukkig ben ik vaak genoeg voor duivel uitgemaakt, zodat ik wel tegen die teddybeerkwalificatie kan. Ik weet dat ik gespleten hoeven heb.
Als ik voor de spiegel sta begin ik tot mijn schrik andere associaties met een teddybeer te krijgen. Als ik een beetje doorloop op het strand voel ik mijn vetrollen bewegen als de borsten van een vrouw. Moet er in slow-motion vast indrukwekkend uitzien. Terwijl ik zo lekker dun was na mijn bronchitis.
Dat worden strafkilometers op de skates als ik terug ben in Utrecht, zodat ik snel terugkom in mijn vroegere slanke atletische staat. Een beetje lichaamsbeweging zou toch al niet slecht zijn voor me. Drie maanden op een keukenstoel werken en op het strand liggen (bij goed weer, dat vijf van de zeven dagen uitblijft), me volproppen met hompen vlees, afgeblust met slempen aan de bar, dat begint zijn verwoestende werking te vertonen. Ik begin krom te lopen, als ik me uitrek kraakt mijn ribbenkas (deed-ie eerst nooit) en ik raak van vijf trappen al buiten adem. Ik wilde een fiets huren, maar dat is meer voor suicidalen. Dus ik loop na het eten maar weer eens een rondje.

Harry vertelde me, toen ik op weg was mijn lottoformuliertje in te leveren, dat er iemand gebeld had. Een zekere meneer 'Comeríe'. Ik heb zeker een kwartier staan nadenken voor ik wist wie het was.


Ingmar Heytze
Utrecht

Sines, Vrijdag 28 mei 1999


Beste Ingmar,

Toen ik net een paar dagen in Sines was, verkeerde ik in de veronderstelling dat de mobiele telefoon hier nog niet echt was doorgedrongen. De tv en de reclameborden waren wel vergeven van de reclame, maar daar bleef het bij. Als je een man stil in een portiek zag staan, met een zwart ding tegen zijn oor gedrukt waar een antenne uitstak, dan was dat gewoon een radiootje, afgestemd op een liveverslag van een voetbalwedstrijd. Wat blijkt? Ik wilde zo graag nog steeds een traditioneel achterlijk Portugal zien dat het me ontging dat nagenoeg iedereen zo'n ding voor zich op tafel legt, dat vrouwen het als mode-accessoire achteloos naast hun enveloppetas leggen en dat mannen het als tweede pik opzichtig aan hun riem hebben bungelen.
Ik was laatst op bezoek bij iemand in Cascais die me de anekdote vertelde van zijn moeder die een zielige bedelaar geld had gegeven en hem later in zijn mobiele telefoon zag praten, dus de mobiele is hier tot in alle lagen van de bevolking doorgedrongen.
De mobiele telefoon is een populariteitsradar heb ik gemerkt. Sinds het begin van mijn verbijf ben ik onder de indruk van een on-Portugees mooi, slank en lang roodharig meisje. Enige weken geleden ben ik van terras veranderd en stomtoevallig behoort dat bij haar stamcafé. Ze heeft ook een mobiele en die gaat de hele tijd over. Er lopen wel meer leuke vrouwen rond en ze hebben allemaal een telefoon die de hele tijd overgaat. (Het kan natuurlijk hun vriendje/echtgenoot zijn dat de hele tijd opbelt en zegt: 'Waar zit je?' maar dat geloof ik niet) Zo zie je meteen wie iets te betekenen heeft in Sines of bij wie je uit de buurt moet blijven. Want wat is er nu erger dan een mobiele in je zak te hebben die nooit overgaat?
Is een mobiele telefoon handig? Toen ik op de eerste dag van mijn reis in Frankrijk om 1 uur 's nachts langs de kant van de weg stond was hij best handig geweest, ja. En toen ik de andere dag in Spanje langs de kant van de weg stond en vijfhonderd peseta in de telefoon moest gooien om het steunpunt Barcelona te bellen, toen ook ja. En toen ik twee smoezelige mannetjes moest uitleggen wat er aan de hand was, toen ook ja. Maar ja, er zijn ook momenten in mijn leven geweest dat een machinegeweer, of het hebben van twee lullen best handig was geweest.
Ik weet dat ik uiteindelijk ook zo'n ding zal hebben. Mobiel bellen is voor een telefoonmaatschappij veel goedkoper dan kabels in de grond stoppen, vooral nu gemeentes geld zien in het kabels in de grond stoppen. Of ik wil of niet, uiteindelijk krijg ik zo'n ding door mijn strot geduwd. Maar weet je Ingmar, ik vind ze zo kil. Ik heb thuis het oude PTT standaardtoestel uit 196o aan de muur hangen, want dat rinkelt veel gezelliger dan die electronische piepknormuziek die uit mijn faxofoon klinkt. En die massieve bakelieten hoorn! Zoals een ex-vriendin altijd zei: het is prettig het idee te hebben dat je iets vasthebt.

Maar jij bent nu ook voor de bijl gegaan. Je stelt me gerust dat je een 'prepay' (ik las overigens in een oud nummer een bijdrage van je aan Onze Taal, waarvan ik een stapel heb meegekregen, hebben die taalpadvinders nog geen beter woord gevonden?) heb gekocht en dat je me niet om de haverklap lastig zult vallen met het bericht dat je in de trein zit – alhoewel dat in jouw geval eigenlijk wel iets is om rond te bazuinen. Tegelijk vraag je me om je zoveel mogelijk op te bellen met nonsens. Daarom schrijf ik je deze brief.
Dat ga ik namelijk niet doen. Alhoewel je inmiddels voor een kwartje per minuut mobiel kunt bellen, kost het nog steeds iets van drie kwartjes per minuut om van een vaste verbinding naar een mobiele te bellen. Dat is het equivalent van 32 minuten lokaal na achten bellen. Dus als je het niet erg vind spreek ik je antwoordapparaat wel in als ik je nodig heb. Of ik stuur een fax. Of een e-mail.
Maar ik ben de kwaadste niet, dus ik zal je in ieder geval een keer bellen. Ik hoop dat je dan in't Hoogt zit te dichten, zodat mensen zien dat je ook echt populair bent. Want wat is immers erger dan een mobiele die niet overgaat?


Hartelijke groet,
Jack

PS: En beloof je dat je hem niet in zo'n tuigje aan je broeksriem hangt?




Zaterdag 29 mei & zondag 30 mei

Op je rug liggen op het strand, met Underworld op je walkman en ondertussen gefascineerd naar de overdrijvende wolken kijken. Regelmatig springt er achter je iemand met een parachute uit de duinen, maar verder dan een paar meter parasailt hij niet. Een man met een hond staat met de buurvrouwen te praten, die krampachtig op hun buik blijven liggen omdat ze topless zijn. Af en toe slaat een golf onverwacht hoog op het strand.
Schapenwolken, vederwolken. Als ik op mijn buik ga liggen bewegen de zandkorreltjes in de luchtstroom die uit mijn neus komt. Hele kleine kiezeltjes zijn het. Als ik hard genoeg uitadem onstaat er een kuiltje waarin de mini-steentjes ronddwarrelen, mijn eigen uitbeelding van de chaostheorie. Weer die dikke torren, weer die springspinnen, weer die minieme rode mijten. Ik ben reusachtig.
Zaterdag zag ik Harry en Pessoa naast een Limousinstier staan op feira in Santiago. Ze kwamen geen van beiden boven de achterkant van het beest uit. Ik ben reusachtig. En ik heb een kater.

Om naar het begin terug te gaan. Ik ben zaterdag om negen uur opgestaan. Pas om vijf uur was ik klaar met kleren wassen (de laatste keer dat ik heb gewassen), etensinkopen doen, douchen en scheren. Daarna ben ik naar Santiagro gegaan, de feira waar Harry al opgetogen over gesproken had (zoals mijn vader al de hele dag kon genieten van het feit dat 's avonds Op volle toeren op tv kwam), en wat een tamelijk suffe tentoonstelling was van koeien, schapen, paarden, honden, tractors en bedrijven en instellingen die zich van hun beste kant wilden laten zien. Na een half uur weer terug naar huis gegaan. Ik had alles gezien, er was bijna niemand. Het toegangsbewijs bleek een dagkaart te zijn, dus ik nam me voor Harry daar blij mee te maken.
Toen ik om half negen naar A Nau liep, zodat ik op tijd gegeten had om naar de film te gaan, kwam Harry naar buiten. 'Wat ga je doen?' vroeg hij. 'Eten,' zei ik. 'Om tien hiertegenover,' zei hij. Op mijn vraag waarom zei hij dat ik dan zijn koffie mocht betalen. Kortom, hij nodigde me uit om mee te gaan stappen.
Ik was om zeven over tien hiertegenover (waarmee Harry het Vasco da Gama-restaurant bedoelde), waardoor ik met veel misbaar werd ontvangen. Ik had namelijk vrijdag nog uitgelegd dat Nederlanders altijd op tijd zijn en dat tien uur tien uur was. Pessoa kwam ook nog binnenlopen en toen vertelde Harry dat we naar de feira gingen. Koffie met cognac.

Vreemd genoeg voelde ik me tamelijk opgelaten toen we in Harry's slagschip stapten. Vooral omdat Harry bij elk jong meisje inhield en iets riep of floot. Waar ben ik aan begonnen, dacht ik. Het was dolle pret met Harry, hij had er echt zin in. Bij de feira zei Harry, toen we de ingang passeerden: 'Ga daar maar naar binnen.' Volgens mij zet Harry ook het gevouwen servet op zijn hoofd als een hoedje. Als ik bier bestel noemt hij eerst altijd alle vijf soorten op die hij heeft. Maar nu had ik hem, omdat ik al een kaartje had. Vanaf dat moment was ik de held van de avond. Die gekke Nederlander, die zomaar was doorgelopen zonder te betalen.

Koeien, paarden, tractors, honden, leren jassen, verkoopdemonstraties, het is allemaal maar een excuus om te gaan stappen en te zuipen. Het was dan ook erg druk 's avonds. Met natuurlijk de folkloristische zanggroepen, de vreettenten: de presunto's, queijo de ovelha's, bifana's enzovoort. Door het kermisachtige karakter, met de flanerende en flirtende jongeren, de mevrouwen in hun zondagse jurk, de mannen met hun pet uitgeklopt, werd het erg feestelijk. Terwijl ik er 's middags niet veel aan vond, keek ik nu mijn ogen uit. Ik vond de paarden ook erg mooi. Voor het eerst viel het me op wat een charmante elegante beesten het zijn. De koeien hadden mooie vochtige ogen, maar die bleven een beetje domme blik houden. De paarden waren leuk. Afschuwelijk waren de vijftig honden die op een vlak van vijf bij vijf meter aan kettingen waren gebonden. De hele dag in hun eigen schijt en zeik. Terwijl daarnaast de dierenbescherming een stand had. Foto's van pelsdieren, maar tot ze afgemaakt worden hebben ze goddomme een beter leven dan de doorsnee hond. Ik zal het soort dierenliefde dat Portugezen belijden nooit begrijpen.

Elke dranktent was voor Harry een excuus om te stoppen. Overal dronken we rode wijn en overal moest er iets te eten bij. De wijn was goedkoop, 100$00, en werd geserveerd in plastic bekers van colaglas-formaat. We eindigden bij een klein tentje waarvan Harry zowel de veertienjarige dochter als haar moeder beviel. Het is een echte charmeur. Ik kan me wel voorstellen dat vrouwen op hem vallen. Sommige. Hij heeft zo'n blik in de ogen. De moeder sloofde zich ook meteen voor ons uit. De dochter had meteen een hekel aan hem. Mensenkennis is niet aan leeftijd gebonden. Jonge mensen vinden het prettig als gelijkwaardig beschouwd te worden door een volwassene. Niet als prooi. Vijf bekertjes wijn (=tien glazen).

Om twee uur ging alles dicht. Het leek me een goed idee terug te gaan naar Sines, maar Harry had een ander idee en reed naar zo'n discotheek op het platteland, Alexandre's. Dat leek me nu helemaal niks, ik (38) met Harry (52) en Pessoa (50) in een discotheek. Ik zag ons al staan. 'Je hebt gelijk,' zei Harry, 'en het is er ook veel te duur.' Dus we reden naar Lagoa de Santo André. Onder het bunkerachtige 'Hotelagoa' dat tussen het handvol lage huisjes stond bleek een discotheek gevestigd. Of laten we zeggen, een dancing. Het gemeleerde publiek, van zestien (meisjes) tot zestig (mannen), danste enthousiast op de muziek van de accordeonist. Geweldig. Wat was dit geweldig. Iedereen danste. Er werd ten dans gevraagd. Op de accordeon zaten rode lampjes die iets hadden uit te staan met de ritmebox die eraan vast zat. En de acoordeonist zong. Van wat een echt plattelandsleven was ik getuige. Vrouwen in modieuze jurken. Jonge kerels met scherp gesneden bakkebaarden, ruiten overhemd en grijze pet, die schaapachtig grinnikend en wanhopig verlangend naar de dansvloer keken. Op de dansvloer een jonge kerel, keurig netjes gekleed en gekapt, maar toch met een walgelijke kop, die met alle meisjes danste, keurig in de maat, goed van leiden, maar zonder ze aan te kijken, zonder zijn hand naar hun billen af te laten glijden, zonder een woord te zeggen. En Harry die grijnzend in de hoek stond. Twee bier.

Pessoa was het vrij snel beu, dus die volgden we. Aan de overkant was een echte discoteca, dus daar gingen we maar naartoe. De zaak was nagenoeg uitgestorven. Een paar verdwaalde paartjes, een paar meisjes die verveeld voor zich uitstaarden. We keken elkaar even aan en gingen weer. De bedrijfsleider vroeg waarom we weer gingen en Harry mompelde wat over dat er een buitenlander bij was. En toen zei de bedrijfsleider: 'The girls speak English.'
'Hoezo, "The girls speak English"?' vroeg ik aan Harry toen we buiten waren, 'is dit een bordeel of een discotheek?' Hij lachte alleen maar. Dolle pret samen met Pessoa. Daarop reden we een vreemd zandweggetje in, vol kuilen, vol tegenliggers en eindigden bij weer een discoteca, even leeg, op een tafel met drie vrouwen na, waarvan er een mooi was, maar die een bekende leek tegen te komen, een van de pettemansen uit Hotelagoa. Ze zoende hem op de wang en ze gingen apart zitten. En toen kwamen de andere twee vrouwen bij ons aan tafel zitten.
.
ANIMEERMEISJES! Dat het nog bestond. Harry praatte met een van de twee, een blonde Braziliaanse met dikke tieten. Pessoa wilde niet met de ander praten. En toen ik alleen maar spijtig naar die slanke brunette in haar witte avondjurk met split kijken, die met Dexy Midnight Runner aan het dansen was. Door haar had ik me wel willen laten animeren. Maar, zoals Harry vertelde: ze drinken zogenaamde whisky of champagne voor vijf conto's (5.000$00) per glas en dan is het maar afwachten of het er nog van komt.
Harry sprak met de toon van de ervaren hoerenloper die zijn kennis maar al te graag wil delen, maar naar eigen zeggen alles alleen maar weet van horen zeggen en door goed op te letten. Als dat laatste waar was, dat hij alleen maar keek, dan was hij samen met Pessoa een duo stoute pubers die veel te veel tijd besteden aan kijken. Gelukkig kon het me al helemaal niets meer schelen, anders had ik me net zo'n sukkel gevoeld. Een bier.
De dames vertrokken toen ze niets aan ons konden verdienen en wij gingen ook maar. Nu vraag ik me af: is dit normaal in Portugal? Hoort dit bij de plattelandsdiscotheek?

Goed. Wij terug naar Sines in Harry's Peugeot met zeven zitplaatsen. Ik wilde achterin, want Harry was natuurlijk begonnen met een flesje wijn bij het eten en voor de rest had hij ons perfect bijgehouden. Maar Pessoa ook niet dom stond erop dat ik voorin ging, want ik had langere benen. Om de een of andere reden zijn we hele stukken door het bos gereden. Misschien wilde Harry gaan gluren in de auto's die voor ons reden. Tot zijn stomme verbazing stonden we na een paar kilometer later weer gewoon op de weg. Daarna ging hij gek doen: plotseling remmen om Pessoa wakker te krijgen, enzovoort. Was dit dom? Ja. Had ik moeten uitstappen? Ja. Waren we toeter? Ja.

Ik lag er pas om zes uur in en om elf uur was ik alweer klaarwakker. Als een zombie door Sines gelopen en in Fredemar nog een koffie genomen, waar Pessoa als een lijk aan de bar zat, samen met de schilder Zé, stamgast. Die had dolle pret. Het lolligste verhaal was dat ik op feira de presunto (gerookte ham) van het brood had afgegeten en het brood had laten liggen. Mij ontging de lol. Naar de Areas Brancas gegaan, het strand tussen Sines en Santo André. In slaap gevallen, dus nu een verbrande rug.
Bij Fredemar weer gebruikelijk niet lekker gegeten, maar de vette hap valt altijd goed op een kater. Zé, was er ook weer. Hij lijkt op Kees van Kooten. Naar de film gaan leek me een juiste tijdpassering, dus weer tussen de eindeloos ouwehoerende Portugezen gezeten en naar 'Virus' gekeken, een onderwerp dat al tien keer eerder verfilmd is en alle tien de keer beter. Naast me het gebruikelijke stelletje met het jongere broertje als chaperon, die omgekocht werd met snoep en limonade in ruil waarvoor hij niet mocht vertellen dat de twee naast hem de hele film hadden zitten vozen.
Ik had Harry de hele dag nog niet gezien en toen ik thuiskwam was het café dicht. Op weg naar boven kwam zijn copine vertellen dat er iemand gebeld had. Ze spreekt 'telefonare' uit als 'tfnar', dat wist ik, maar van de naam kon ik niets brouwen. 'Liane?' Waarom heeft Harry toch geen fax?

Overigens. Zé noemt me 'de professor'. Dat is voor de eerste keer sinds de lagere school dat ik die bijnaam weer hoor. Maar terwijl het toen beledigend bedoeld was (niets wreder dan kinderen), weet ik dat het in Portugal een compliment is als je een bijnaam krijgt.
Ik ben geaccepteerd.