maandag 29 maart 1999


Vrouwkje Tuinman
Utrecht

Sines, Maandag 29 maart 1999

Lieve Vrouwkje,

Het was vandaag kiezen aan wie ik het eerste moest gaan schrijven, aan jou of aan Jiska. Je hebt gewonnen.
Mijn vierde week buiten Nederland is begonnen en ik begin nieuwshonger te krijgen. Ik ben vandaag bijvoorbeeld naar het nabijgelegen Santiago do Cacem gereden in de hoop dat daar misschien een zaterdagse Volkskrant te vinden. Ik kan hem op internet lezen (ja, alles is nu veranderd), maar dat is niet hetzelfde. Ik wil hem op het strand kunnen lezen.
De vierde week onderweg. Mijn god, wat gaat de tijd snel. Ik zit voornamelijk heel veel na te denken en vragen te stellen. Ik heb een goed contact op de Turismo en via hen weet ik al veel. Ook de Nederlanders in de omgeving leveren aardig wat voor me op.
Er zitten hier bijvoorbeeld een hoop Nederlandse boeren, omdat Portugal zijn Europese melkquotum niet haalt. Die hebben in Nederland hun quotum goed verkocht en zijn hier opnieuw begonnen, met Nederlandse irrigatie- en melkveehouderijmethodes. Je moet dan of echt van de melkveehouderij houden, of goed gek zijn, om naar Portugal te verhuizen om de Nederlandse regelzucht te ontlopen. Ik kijk ook altijd een beetje smalend naar Nederlanders die in België gaan wonen om de belasting te ontlopen. Ik vind dat ziek. Vooral nu ik zelf ondernemer ben – al is het maar een kleine eenmanszaak met een te verwaarlozen omzet – en zie hoe godvergeten veel privileges ik heb.
Het barst hier van de verhalen, maar ik ben blij dat ik daar niet over hoef te schrijven als een journalist, want ik ben geen journalist. Laat mij maar van een afstandje kijken en mijn verhaal erover vertellen. Ik zit hier lekker in het pension, ik drink mijn glaasje, ik eet mijn 'Carne de porco a Alentejana' (ik vrees dat ik weer aan het aankomen ben), ik ga eens op een terras zitten, verstop mijn leesvoer als ik Nederlanders aan hoor komen en denk heel veel na over hoe ik het boek ga opzetten. Ik maak aantekeningen, gooi ze weer weg en schrijf eens wat op. Niet alles is te gebruiken. Er is bijvoorbeeld een mevrouw met een droevige hond. Ze laat hem elke dag uit en hij loopt dan langzaam, een beetje schommelend met zijn dikke kont als een middelbare man, naast haar. Het is ook net alsof ze met haar man op stap is. Als ze voorbijkomen kijkt die hond me aan. Zo droevig. Ik heb nog nooit een hond zo droevig zien kijken. Hij is waarschijnlijk van jongsaf kort gehouden door die vrouw. Hij heeft toen gedacht, er komt nog wel eens een tijd dat ik mag springen en rennen en me mag aanstellen op het strand. Maar nu is hij oud en nu kan hij het niet meer. Daarbij mag hij het nog steeds niet. Zo keek die hond. Als ze nu voorbijkomen kijk ik de andere kant op. Ik kan er niet tegen.

hond

De verhouding Portugees-hond is trouwens erg verwarrend voor me. Er zijn honden die vertroeteld worden en er zijn honden die geschopt worden. Die laatsten zijn bijna altijd van hetzelfde model. Ik heb eens gelezen dat je, wanneer je alle honden met elkaar zou kruisen, een soort oerhond krijgt die heel veel op de wolf lijkt. Niet dus. Je krijgt een bruinig-beige kortharig beest, met een relatief lang lichaam op relatief korte pootjes, met een spitse kop en een krulstaart: de Portugese hond. Het barst ervan, overal. Ik haat honden, ik heb echt de schurft aan die beesten. En ze stinken. Alleen puppies zijn leuk, maar dat is de truc, ze laten je erin lopen met die wollige poppenkoppies. Zo werkt de natuur. En dan zit je opgescheept met zo'n schijtend beest dat altijd aandacht wil en niet alleen gelaten kan worden, alsof je een zwakzinnig kind in huis hebt. En dat stinkt. Ik hoef hier waarschijnlijk niet aan toe te voegen dat ik van katten hou.
Ik probeer alles maar in me op te nemen en later zie ik wel wat ik ervan kan gebruiken.

Liefs,
Jack


Jiska Bours
Utrecht

Sines, maandag 29 maart 1999


Bráááve Jiska,


Zo mag ik het horen, onmiddellijk naar de winkel rennen, Primo Levi en Garcia Marquez (welke?) opzij leggen voor
De gemonteerde vrouw, het dan in één ruk uitlezen en het daarna aan iemand meegeven. Je bent des schrijvers droom (no pun intended). Dank je voor de complimenten, ik hoop ze bij gelegenheid te kunnen retourneren.
Dat autobiografische gehalte zal ik uitleggen. Nagenoeg alles wat in het boek staat is echt gebeurd, maar niet per se toen, niet per se in die volgorde, niet per se in dat land, niet per se door een persoon doorstaan en niet per se uit eigen ervaring opgeschreven. Het zijn gewoon bouwstenen waar een heel ander verhaal is mee gemaakt. Ook
De honden van Porto Branco, zoals het tweede boek voorlopig heet, is gebaseerd op Ware Gebeurtenissen in 1988, maar ik laat alles zich afspelen in 1994, terwijl het in 2004 wordt verteld. Dat klinkt onnodig gecompliceerd, maar ik wil ook in dit boek een spelletje met de lezer uithalen (alleen doe ik dat in DGV zo subtiel dat bijna niemand het doorheeft).

Er zijn geen bijzonder literaire redenen waarom ik nog nooit iets van Manon Uphoff heb gelezen. Ik heb samen met Tommy en haar iets voor Rails gedaan en tijdens het werk hebben we afgesproken ons boek te ruilen. Ik heb haar mijn roman gegeven en ik zit nog steeds op de hare te wachten. Dat is alweer twee boeken geleden, maar ik hou vol. Koppigheid is een van mijn best ontwikkelde eigenschappen. Ik ga pas lezen als ik het boek krijg.
Ik geniet wel van de tijd die ik hier heb om eindelijk eens die boeken te lezen die ik nog moest lezen. Andere boeken blijven toch verplichte kost voor de schrijver. Om te zien waar de ander zich mee bezig houdt, om erachter te komen dat jouw idee al een keer is uitgevoerd. Om jezelf scherp te houden en om jezelf moed te geven: als je ziet wat er soms wordt uitgegeven, weet je dat je op de goede weg bent.
Helaas bestaat er geen direct verband tussen kwaliteit en verkoopcijfers, anders zouden al die boeken van joodse balkanschrijvers die Michaël Zeeman in de Volkskrant op de voorkant van Cicero ophemelt wel bestsellers worden.

Ik zit nog steeds zachtjes na te gloeien. Ik ben erg verbaasd dat twee middagen zonder te smeren aan het strand voldoende is geweest om me bruin te kleuren. De laatste keer dat ik (tamelijk egaal) bruin ben geworden was in 1996, toen ik in Tavira aan de Algarve met H. per ongeluk op het homo-naaktstrand terecht kwam. Ik heb me erg vermaakt daar met de baltsrituelen. Af en toe lachwekkend stupide: je gaat met een halve stijve rondjes lopen langs de branding. Komt er een man en loopt hij door dan is hij hetero, is het een homo, dan loopt hij de duinen in terwijl hij schalks over zijn schouder kijkt of je wel meegaat.

God, wat leid ik hier een decadent leven. En jij, stel je niet zo aan. Als zon zo belangrijk voor je is: die is maar drie uur vliegen van je vandaan. Ik ben wel blij dat ik na een jaar zonder een zomer, nu een jaar heb met een zomer van zes maanden.
Maandag: brief van Jiska. Je brengt een beetje regelmaat in mijn bestaan. Ga zo door.

Liefs,
Jack




dinsdag 30 maart

Ik wilde vandaag week 3 gaan doorseinen, bleek het internetabonnement van het cultureel centrum verlopen. Als ik daar maar niet verantwoordelijk voor ben.
Vandaag de hele dag een rotgevoel. Gisteren veel post. Lang besteed aan terugschrijven, dat gaat tenminste. Ik zit nagenoeg alleen maar brieven te schrijven. Aan mijn boek doe ik niet veel. Ik ben nu een brief aan Joost Zwagerman aan het schrijven, als reactie op zijn stuk in VN.
Op het strand gezeten en mijn dagelijkse loop langs de giechelende jeugd gemaakt. Het is veel drukker op het strand dan vijf jaar geleden. Misschien ook omdat het warmer is. Ik vergeet iedere keer dat het zomertijd is. De zon blijft langer warm.
De werksters zijn een stuk rustiger 's ochtends, nadat ik er gekscherend iets over gezegd had. Om zeven uur vertrekken de mannen naar de fabriek. Om acht uur gaan de sleutels op alle deuren. Ook van de kamers die leeg staan. Waarom ze dat doen, ik heb geen flauw idee. Misschien omdat ze dat altijd zo al gedaan hebben. Alle deuren gaan open en dan wordt er geboend. Vanaf een uur of een. Erg uitgebreid gebeurt dat niet. Volgens mij is er onder mijn kast en bed nog nooit geveegd. Ik eet niets dat op mijn kamer op de grond valt. Over de manier waarop de wc's en douches worden schoongemaakt heb ik ook nog wel een verhaal.
Tegen zessen komen de mannen terug van de fabriek. Ze douchen zich. Daarna ruikt het naar frisgewassen mannen. Dat komt waarschijnlijk omdat ze zich nog ouderwets met zeep wassen. Ook die Spanjaard van zondag rook zo frisgewassen, met zijn natte haar achterover gekamd. Zo rook mijn vader ook aan het eind van de dag. Misschien moet ik maar eens afstappen van mijn Melkmeisje honing doucheschuim. Hoe kom ik er achter wat voor zeep ze gebruiken? Het is niet iets wat je gewoon vraagt.
Vanaf een uur of elf begint iedereen terug te gaan naar zijn kamer. Soms komen ze nog heel laat lawaaierig binnen. Tussen negen en tien uur ben ik weer wakker.

Ik heb pijn in mijn linkerarm. Het is een soort kramp-achtige pijn. Hopelijk niet die pijn waar mannen van rond de 38 altijd bang voor moeten zijn.
Ik heb Tetris en alle andere spelletjes weggegooid. Ik was er uren per dag mee bezig en zat alleen maar gefrustreerd op mijn PowerBook te rammen. Hárd te rammen.
Ik moet gaan schrijven.




woensdag 31 maart 1999

Ik ben verstijfd. Ik werd al wakker met een houten gevoel in mijn nek, maar vanmiddag schoot het opeens in mijn schouders. Ik ben nu in mijn hele bovenlichaam verstijf en alles doet pijn. Ook last van tranende ogen. Algeheel malheur.
Niet veel gedaan. Er was geen post. Bezig met de brief aan Joost Zwagerman. Die begint nu eindelijk te vlotten. Er zit ook een lijn en idee in, eindelijk.
Goed idee gekregen. Sines heeft sinds 3 jaar een tweewekelijkse krant. Ik moet gewoon in contact komen met een van de journalisten. De redactie zit hier om de hoek.
Morgen alweer 1 april. En Witte Donderdag. Wat gebeurde er toen ook alweer? Ik kan me nog herinneren hoe het in 1994 was rond Pasen: aangepaste muziek alsof er een vliegtuig was neergestort en programma's die je het idee gaven dat er alsnog live verslag werd gedaan van de herrijzenis van Christus. Zalvende priesters die hun woorden aanstellerig lieten naklinken: 'oesjj palavresjj dChrieiessjjtoeoe'. Het gaat me nu tamelijk onopgemerkt voorbij. De supermarkten staan vol met paaseieren en de overstelpende hoeveelheid reclame op tv is in het paasthema.
Op 13 mei wordt altijd herdacht dat Maria voor de eerste keer verscheen in Fatima. Het is niet dichtbij, maar ik denk dat ik eens ga kijken. Het beeld van honderdduizenden bedevaartgangers schijnt toch heel indrukwekkend te zijn.
Dit is een heel katholiek land, maar als je er niets mee te maken wilt hebben laat het je ongemoeid.




donderdag 1 april 1999

Ik heb zalf gekocht vanwege de pijn in mijn nek. Het is niet uit te houden. Ik loop als een ouwe vent door het dorp. Toen ik net naar boven liep schoot er pijn door mijn linkerknie. Houdt het dan niet meer op.
Vandaag weer voornamelijk met de brief aan Zwagerman bezig geweest. Is nu bijna af, maar ik vraag me af ik niet aan het doordraven ben.
Een brief gekregen van iemand dat ze niet in mijn internetdagboek kon komen. Dus ik meteen in paniek naar Kaspar gebeld. Dat kostte me uiteindelijk weer 300 escudo.
Vandaag weer niet voor elkaar gekregen een week van het dagboek online te zetten. Iemand heeft maandag het wachtwoord veranderd o.i.d. Godzijdank ben ik het dus niet geweest. Nog vrij lang met Pedro zitten praten. Hij vond het jammer dat ik op een gegeven moment wegging, leek het wel.


Marianne van Helden
Amsterdam

Sines, donderdag 1 april 1999


Ha Marianne,

Je hebt me wel even laten schrikken. Op de dag dat jij je brief verstuurde heb ik namelijk eindelijk na anderhalve frustrerende week kunnen inloggen. Ik was bang dat er toch iets mis was gegaan, maar het grappige is dat waarschijnlijk op het moment dat je keek ik bezig was met uploaden. Om half vier ben ik daarmee begonnen. Ik heb iemand gebeld en die kon keurig alles lezen.
Misschien heb je in de tussentijd al wel de eerste twee weken gelezen.
Ik heb vlak voor mijn vertrek een digitale videocamera gekocht, zo'n superklein dingetje en die kun je rechtstreeks op je Mac aansluiten, zonder dat je een montagekaart nodig hebt. Voor de research. Ik film hier locaties voor het boek, ik maak foto's en aantekeningen, ik interview mensen. Een beetje stiekem allemaal, want ik wil niet dat ze weten wat ik hier doe. De weinigen die weten dat ik hier zit te schrijven (uitgezonderd de Nederlanders in de omgeving, die weten waarom ik hier ben) denken dat ik een boek over roodharige meisjes aan het schrijven ben. Dat is ook niet zover bezijden de waarheid.
Verder heb ik de tijd op mezelf ook wel nodig. Zoals je misschien weet zijn H. en ik weer uit elkaar. Deze keer definitief, want in tegenstelling tot de andere keren heb ik me onmiddellijk in het vrijgezellenleven gestort tot ik het tijd vond worden om ook daar afstand van te nemen. Vandaar dat ik hier zit, als onbekende, zonder gezeik achter mijn kop, zonder dingen die gebeuren die me doen denken dat er complotten achter mijn rug aan de gang zijn. En zo.
Ik heb het erg naar mijn zin. Ik werk niet echt hard, maar het is elke dag lekker weer. Als ze op de radio zeggen dat het 'zoit graus' is (achttien graden), dan loopt tegen de strandmuur om vier uur de thermometer in mijn multifunctionele klokje op naar de 33 en moet ik echt met factor 15 smeren om te voorkomen dat ik verbrand. Wat al gebeurd is.

baai2

Een housewarming? Dat werd tijd. Hoe lang heeft die verbouwing onderhand geduurd? Anderhalf jaar? Ik woon nog steeds in mijn hondenhok en mijn erfenis is inmiddels in de vijf-cijfer regionen gekomen. Er komt nagenoeg niets vrij in Utrecht en mijn dertien jaar inschrijftijd legt geen gewicht in de schaal voor mijn bescheiden wens van een driekamerwoning in het centrum. Maar misschien heb ik wel gescoord bij de Postcodeloterij/Sponsorloterij/ Giroloterij/Staatsloterij als ik terugkom. Er heel overmoedig van uitgaand dat je me zou uitnodigen, weet ik niet of ik eind mei alweer terug ben. Misschien wel, misschien niet. Misschien koppel ik een soort vakantie aan het eind van mijn verblijf en ga wat door het land rijden.
Ik weet nu al dat ik mezelf kwijt ga kopen aan grand cru olijfolies, speciale porten, sauzen en rare typisch Portugese dingen die niets kosten (vreemdgevormde bezems, stukken zeep van een halve meter, retro-design tandenpasta). Ik heb er rekening mee gehouden door heel veel pockets mee te nemen en versleten kleren of t-shirts met nu mallotige opschriften, rafelige schoenen, verbleekte colberts, overhemden met bobbelige manchetten en kragen, flodderige boxershorts en doorschijnende sokken, allemaal dingen die weg kunnen.
Het is echt een werkvakantie. Als ik terug ben zal ik niet meer aan de realiteit kunnen ontkomen. Ik heb geen flauw idee hoe de wereld ervoor staat, buiten de aanvallen van de NAVO op Belgrado. Misschien zijn mijn aandelen weer ingezakt. Voorlopig hoef ik daar gelukkig niet aan te denken en dat doe ik dan ook niet.

Groet,
Jack




vrijdag 2 april


Daniëlle Serdijn
Utrecht

Sines, vrijdag 2 april 1999


Lieve Daniëlle,

Wat is het toch dat mensen iedere keer weer naar de zee trekt. Aan het eind van de dag zie je in Portugal overal auto's geparkeerd staan, met de neus naar de zee. Daarin twee zwijgende mensen die naar het water staren. In Sines lopen de hele dag mensen naar de strandmuur en over het water uitstaren. Ook als alle vissersbootjes allang terug zijn.
Ik heb het ook. Ik wil elke dag naar het water kunnen kijken. Het mooiste is om langs de vloedlijn te lopen. De zee is getemd door een reeks golfbrekers, maar toch (of misschien juist daardoor) ruist hij met een rustgevende, regelmatige beweging het strand op. Als het water terugloopt klinkt dat eerst gorgelend door de enorme hoeveelheid zeepieren en dan tinkelend door de kiezels. Het strand is opgespoten.

eb
Het strand van Sines in 1994. De foto is gemaakt vanaf het
rotsblok dat op de foto onder nog te zien is. Het ligt er nog, maar
is verdwenen onder het opgespoten zand.


strand1
Het strand van Sines in 1988. De strandmuur ontbreekt hier
voor een groot deel. Het was de bedoeling dat de baai
uitgebaggerd en geasfalteerd werd. Dat is op het laatste
moment niet doorgegaan. Ik zit meestal uiterst rechts,
net buiten beeld.


oud1
Het strand van Sines in de jaren vijftig. Veel rotsachtiger,
maar ook een stuk schoner.



Het is net alsof het water praat, maar ik versta het niet, of ik weiger het te verstaan. Ik kan niet zwemmen en tegelijk trekt het water me heel sterk aan. Ik wou dat ik kon zwemmen, of liever, ik wou dat ik onder water kon ademen en zien. Dan kwam ik er nooit meer uit. Langs het water lopen vraagt af en toe om een elegante danspas, als een golf verder het strand opkruipt dan je had verwacht. Vanaf de strandmuur ziet er dat vast tamelijk belachelijk uit. Nu ik hier al voor de derde week rondstruin, zonder dat de bewoners precies duidelijk is wat ik hier uitvreet, begin ik toch al de aandacht te trekken. Meestal zit ik van vier tot zes op het strand te werken of te lezen. Als ik dan terugga naar het pension, passeer ik een hele rij jongens en meisjes die hun baltsrituelen op de trappen opschorten om me met nauwelijks onderdrukte proestlachen aan- en daarna na te staren. Ik kan er tegenwoordig wat beter tegen. Daarbij hebben de cilinders in mijn nieuwe glazen nu zo'n sterke kromming dat ik alleen nog maar recht vooruit scherp zie. Als ik opzij kijk loop ik in mijn eigen lsd-trip.
In mijn hoofd loop ik ondertussen te schrijven, als ik mijn ballet met de vloed uitvoer. In De gemonteerde vrouw heb ik Chris Verhaeren laten zeggen dat hij niet kan zwemmen, dus het is dan wel mooi om hem op het laatst van het tweede boek, het vervolg, het water in te jagen. Daar heb jij waarschijnlijk wel weer een Freudiaanse verklaring voor dat ik hem de zee in stuur zonder dat hij kan zwemmen, de zee, de oermoeder, de zee, de oerkut. Met wat ik van plan ben kun jij je analyserende lol inderdaad niet op, ik zou als ik jou was de verzamelde werken van Freud nog maar eens doorwerken. Ik wil je mijn exemplaar van 'Psychopathologie van het dagelijkse leven' anders wel lenen.
De taal van de zee. Ik blijf het een fascinerend verschijnsel vinden, die enorme plas water. Op een flinke boot ben ik niet bang, maar in of op alles dat je aan het wiebelen krijgt sta ik doodsangsten uit, al is het in de bootjesvijver van de Efteling. Het roept, het zuigt (hou je in, Daniëlle).
Tja.

Vlak voor ik vertrok had ik nog onze schrijvende arbeiderszoon uit Geldrop aan de telefoon. Hij vertelde dat hij naar Parijs ging om rustig te kunnen werken. Hij had een goede opmerking over de behoefte van schrijvers naar het buitenland te gaan: als je in een land bent waar een andere taal gesproken wordt, ben jij op dat moment de meester over je eigen taal, de enige die die taal beheerst, waardoor het lijkt alsof je jouw taal kunstjes kunt laten uitvoeren die je thuis nooit voor elkaar gekregen had. Opzitten. Door de hoepel. Salto achterover.
Ik vind er wat in zitten. Ik had ook al gemerkt dat ik in het buitenland veel gevoeliger ben voor de nuances van het Nederlands. Misschien is het gewoon de deprivatie, misschien is het gewoon de honger naar een woordbeeld dat je onmiddellijk herkent. Misschien is het de afwezigheid van zoveel woorden dat je de weinige die je ziet, hoort of leest veel beter waardeert. Ik heb bijvoorbeeld na jaren eindelijk het ABC van Bril en Van Weelden gelezen en ik kon me opeens voorstellen dat mensen het als bron van oneindige wijsheid konden gaan zien, als middelpunt van een religie. Ik moet wel erkennen dat ik die ellenlange stukken over jazz heb overgeslagen, zoals ik in Vrij Nederland altijd de stukken over Israël oversla.
Behalve nu, nu ik zelfs ouwe nummers van Blvd. tot de kleinste advertentie heb gespeld. Wat staan er trouwens veel feitelijke fouten in dat blad. Ze hebben echt behoefte aan een eindredacteur die de geschiedenis van voor 1977 kent. Zo werd beweerd dat John Holmes (vraag maar aan Jerry wie dat was) aan aids is gestorven, terwijl het kanker was. Misschien moet ik maar eens solliciteren, want ik win altijd met Trivial Pursuit.
Mijn leeshonger zag ik ook beschreven in
Out of Africa, een pocket die bij het oud papier lag en die heb ik meegenomen. Karen Blixen schrijft daarin dat een boek in het buitenland veel meer betekenis voor je heeft dan thuis, dat je het gevoel hebt dat de personages zelfs 's ochtends naast je lopen tijdens je ochtendwandelingetje. Dat wordt dan nog druk naast Richard Tull, met Albert Egberts, Bloom, Rayuela, Laarmans, Albertine en M. de Charlus.
Out of Africa viel me trouwens tegen. Door de omslagfoto met Meryl Streep en Robert de Niro dacht ik een soort epische roman te gaan lezen, maar het blijkt een simpele aaneenschakeling van anekdotes en aan de manier waarop er in die tijd (jaren dertig van deze eeuw) tegen de oorspronkelijke bevolking werd aangekeken moest ik ook wennen. Maar ze zegt een paar dingen die zijn blijven hangen. "It is impossible that a town will not play a part in your life, it does not even make much difference whether you have more good or bad things to say of it, it draws your mind to it, by mental law of gravitation."

Na een week begon ik ook opeens overal Nederlands te horen in het Portugees. Het begon eigenlijk met Engels. Als je iets bestelt vragen ze altijd: 'É so?,' wat letterlijk 'Is dat alles?' betekent (maar beter als 'Verder nog iets?' vertaald kan worden). Maar het klinkt precies hetzelfde als het Engelse 'That's all?' Dat verwarde me in het begin nogal omdat ik dacht dat de verkoopster hoorde dat ik een buitenlander was en daarom overging op het Engels, waarna ik 'No, thank you' zei, waarna zij half in paniek raakte en er een collega bij haalde.
Het Nederlands dat ik hoor is echter zo absurd dat ik me er niet door laat verwarren. Zo hoorde ik vorige week iemand op straat midden in een gesprek 'Willie Alberti' zeggen. En vanmiddag viel opeens: 'Brabanders' midden in een zin. Er zijn in Portugal ook twee dorpen die Ermelo heten (overigens, als je met de trein van Limoges naar Barcelona gaat rij je langs Breda).
Maar om terug te keren naar het begin: ik schrijf als een bezetene. Minstens twee brieven per dag. Mijn hoofd maalt over de avonturen die ik Chris Verhaeren zal laten beleven en verder drink ik als een spons alle verhalen op. Soms lukt het me zelfs of mensen spontaan hele verhalen te laten horen. Gisteren in het Portugees/Frans/Engels het verhaal van een werker in de olie-industrie die acht maanden in Amsterdam had gewerkt. In Pernis. Toen ik zei dat dat eigenlijk Rotterdam was woof hij dat weg. Het was toch vlak bij Amsterdam. Zullen ze in Rotterdam leuk vinden, om te horen dat een Portugees hen een voorstad van Amsterdam vindt. Zijn collega toonde me een procesverbaal wegens rijden onder invloed. Elf uur rij-ontzegging en een boete van Fl. 1.750,-. Dat was een duur potje snookeren. Anderhalf Portugees maandsalaris.
Mijn pensionhouder vertelde mij laatst zijn hele leven en nadat hij me deelde in de wijsheid: 'vrouwen zijn geweldig maar gevaarlijk', besloot hij met 'mijn leven is net een roman'.
Maar wie vragen die worden overgeslagen.

Liefs,
Jack


Wim Voermans
Tilburg

Sines, Goede Vrijdag 2 april 1999


Beste Wim,

Het is net zes uur geweest. Ik heb mijn dagelijkse twee uur op het strand doorgebracht en nu moet ik wachten tot een uur of negen voor ik me met goed fatsoen in een restaurant kan vertonen. Het zijn geen vroege eters, die Portugezen. De zon brandt nog volop en al was het volgens het weerbericht hooguit 20 graden, als je tegen de strandmuur zit loopt de temperatuur al snel op tot de 30.
Hoewel ik nog weinig aan mijn boek heb gedaan, zit ik al wel in een soort schrijftherapie. De hele godganselijke dag zit ik te schrijven: brieven, mijn dagboek, andere dingen. Ik mis mijn ergonomische bureaustoel bitter, want dit is al de derde dag dat ik verkrampt als een oude man rondloop, met een bovenlichaam dat van navel tot nek, van schouders tot ellebogen is verstijfd. Ik heb bij de apotheek een zalf gehaald (de lucht is die van de ronde van Zundert, als boertige amateurkoersers bij de bewoners aan het parcours kwamen vragen of ze zich mochten omkleden in de garage – als ze zich na afloop hadden gedoucht bleef de lucht van de verzorgende zalf die ze op hun benen smeerden nog lang in de garage en handdoeken hangen), maar ik kan niet mijn hele rug bereiken, laat staan dat ik hem kan inmasseren voor het beste resultaat. Mijn pensionhouder (die ik Harry heb gedoopt) amuseert zich met me. Hij weet een goede remedie: een touw rond mijn nek doen, om een balk slaan en er dan een half uur aan hangen, zo dat je voeten de grond niet raken, dan voelde je niets meer. Dolle pret. Ik zei dat vijf minuten waarschijnlijk al genoeg was. Of dertig seconden. De vaste gasten roepen naar me, omdat ik dan met mijn hele lichaam moet omdraaien en dat schijnt heel komisch te zijn. Er worden grappen gemaakt die ik niet snap, maar het heeft iets te maken met het feit dat ik niet om 7 uur opsta, zoals de rest, ook al heb ik gezegd dat lachen pijn doet. Iedere keer als ik me omdraai in bed word ik wakker van de pijn.
Ik zit hier om me aan de literatuur te wijden, maar dat heeft weinig prioriteit voor me. De rust is erg prettig, ver weg van verloren en onbereikbare liefdes. Gisteravond ontdekte Harry per ongeluk de satellietuitzending van de Wereldomroep, met het journaal en Nova. We hadden het er al een paar keer over gehad, maar toen we hem hadden gevonden zakte mijn belangstelling al snel weg. Het deed me denken aan de ijver waarmee H. en ik altijd op zoek waren naar een zaterdagse Volkskrant – omdat die in de zomer teleurstellend dun is, was de vreugde altijd snel verdampt (nog maar te zwijgen van het laffe gevoel als je je tevreden moest stellen met een Telegraaf of Algemeen Dagblad). Ik heb nog weinig belangstelling voor het nieuws uit Nederland. Ik ben nog maar vier weken weg, dus misschien praat ik over acht weken anders.
Vergeleken met vijf jaar geleden, toen ik ook lange tijd in Portugal was (zeven dagen onderweg, veertig in Sines en in twee dagen terug) loop ik nu veel meer op mijn gemak rond hier en met meer gevoel dat ik hier thuis ben. Het is dat ik het niet zo in me heb, anders zou ik domweg besluiten hier te blijven en niet meer terug te gaan. Zoals ik Chris Verhaeren aan het eind van het tweede boek zijn kleren op een hoopje laat leggen aan het strand en de zee in laat lopen. Zo maar, omdat er geen reden is om het niet te doen. Ik ben niet zo'n avonturier als M. die zijn huis in Barcelona, met al zijn bezittingen: boeken, jeugdfoto's, zijn eerste filmpje, vanuit Nederland onderverhuurde, om er een half jaar later achter te komen dat zijn onderhuurder spoorloos was verdwenen en dat de deurwaarder al zijn spullen in beslag had genomen en later waarschijnlijk bij het grof vuil had laten zetten. Als zelfs hij zich daardoor ontworteld voelt, hoe zou ik me dan voelen?
Ik ben dan wel avonturier genoeg om te reageren op de verhuur van het Van Doesburghuis in Parijs. Dat overzie ik nog wel. Ik meen dat Brandt Corstius de huidige huurder is, dus de kans dat ik het krijg is klein, ze zullen wel kunstenaars van een maatje groter zoeken en anders niet twee keer achter elkaar een schrijver erin zetten. Het zou leuk zijn en wie niet waagt blijft eeuwig in een HAT-eenheid wonen.

Ik weet niet meer wie van ons zou terugbellen. De laatste dagen voor mijn vertrek waren vrij hectisch. Ondanks dat ik met een week vertraging ben vertrokken heb ik toch alles op het laatste moment moeten regelen. Zelfs op maandag fietste ik om half twee nog door Utrecht, terwijl ik toen al bij Parijs had willen zitten. Efficiëntie en logistiek zijn niet mijn sterkste punten. Ik geloof niet dat ik mijn hele leven een deadline heb gehaald. Ik verdenk de redactie van MacFan er dan ook van dat ze voor mij een deadline hebben verzonnen die twee weken eerder ligt dan voor de andere medewerkers, zodat ze mijn stuk in ieder geval een week voor de echte deadline binnen hebben.

Heb je Zwagermans tweede aanval op Arjan Peters nog gelezen in VN van 27 maart? Hij haalt de recensie van
De gemonteerde vrouw aan als voorbeeld aan van de slinkse wijze waarop Peters te werk gaat. Ik ben bezig Joost een brief te schrijven, die ik ook in mijn Portugees Dagboek zal verschijnen (zoals een gecensureerde versie van deze brief), maar dat valt niet mee.
Zeven uur, ik heb mijn minimum aantal woorden weer gehaald. Een volgende keer zal ik misschien vertellen over literatuurgroupies.

Groeten,
Jack




zaterdag 3 en zondag 4 april

Deze dagen worden volgende week beschreven.