Tommy Wieringa
Utrecht
Sines, maandag 5 april 1999
Beste Tommy,
Heb je nog iets leuks gedaan met de Paasdagen? Of is Pasen net voor jou net als voor mij gewoon een dag dat we winkels dicht zijn — en tegenwoordig zelfs dat niet meer? O wacht, jij hebt op de Vrije School gezeten, dus dat was dan paasvuren aansteken en drie keer in je blote kont eromheen lopen tegen het aardmagnetisme in, neem ik aan, ondertussen luisterend naar muziek van onze medemens die dikke lippen heeft en een goed ontwikkeld ritmegevoel.
De feestdagen zijn alleen maar leuk als je kinderen hebt. Ik kan me herinneren dat mijn ouders er steeds minder aan deden toen wij het huis uit waren. En nu mijn moeder op Tweede Kerstdag overleed en mijn vader drie maanden later de Pasen een week miste, kijk ik er helemaal met gemengde gevoelens naar. Al is dat misschien een te romantische verklaring.
Ik denk dat alleen Carnaval nog voor me telt en dan haal ik het meteen voor de rest van het jaar in...
Ik had mezelf dus voorbereid op een even rustige Pasen als toen ik vijf jaar geleden in Sines was, met een Paaszondag in een uitgestorven pension. Volgens mij heb ik toen de hele middag op mijn knieën voor het bad gezeten om mijn kleren te wassen. Op zaterdag belde ik R. op, een kennis uit de Apple-wereld die beurtelings in Reeuwijk bij Alphen aan de Rijn en in Torre, bij Cascais, bij Lissabon woont en die gevraagd had of ik langs wilde komen als ik in Portugal was. Tot mijn verrassing nodigde hij me uit Pasen bij hem en zijn familie te komen doorbrengen. Ik ben dus als een gek in de wasbak o.a. mijn nette spijkerbroek gaan wassen. Gelukkig was het een warme dag met veel wind, dus toen ik na twee uur terugkwam van het strand was alles droog. Daarna mezelf geschoren en mijn haar gewassen en om half zeven in de auto gestapt naar Cascais, met in de gettoblaster mijn verzamelbandjes en een cassette van Underworld (doet me denken aan 808 State, lekkere autorijmuziek).
Aan de rand van Sines stonden twee jongens te liften en ik ben de kwaadste niet (en zit ondanks mijn atheïsme nog vol gevoelens van medemenselijkheid). Tot ik in november 1990 mijn eerste Daf kocht heb ik altijd gelift. Ik heb me toen voorgenomen later lifters mee te nemen, maar twee maanden later werd de OV-kaart ingevoerd en daarna stonden er alleen maar wazige Fransen langs de weg die zich een weekend schizofreen hadden zitten blowen in Amsterdam.
Geen onbekend verschijnsel in Portugal. Toen de lifters eenmaal zaten, zag ik van de jongen achter me in mijn achteruitkijkspiegel alleen het wit van zijn ogen. Sines is een havenstad waar schepen uit de hele wereld komen. Voor de wijde omgeving is het dé plek voor je heroïne en daar waren deze twee jongens blijkbaar voor op pad geweest. Ze deden verder geen kwaad, maar ze stonken zo erg dat ik het de volgende dag nog rook. Ik was zelfs even bang dat de jongen op de achterbank in zijn broek had gescheten, maar dat was waarschijnlijk een Nederlandse boer die zijn mestquotum was ontvlucht en nu zijn Portugese stuk land aan het gieren was. De junks moesten naar Santiago do Cacem (Santjagoe doe Caceij) en zouden me de weg wel wijzen, zodat ik midden in het dorp uitkwam. Toen was ik toch bezig en heb ik een jongen meegenomen die naar Santo Andre (Santandreij) wilde. Ik vertelde hem dat ik hem slechts een stukje kon meenemen, maar toen ik hem afzette begon hij te dwingelanden dat het maar nog 10 kilometer was. En 10 kilometer terug, dus daar had ik geen zin in. Het was niet naar meneer zijn zin, dus die neem ik nooit meer mee.
De rit naar Lissabon was verder wel aangenaam. De aanleg van de snelweg naar de Algarve is al voor een kwart klaar, zodat het nu al minder druk is op de twee/driebaansweg. Op deze belangrijkste noord-zuidverbinding bedenken halvegaren ter plekke regels over hoe je hoort in te halen en die je voor idioot uitmaken in woord, gebaar, lichtsignalen en afsnijmanoeuvres als je niet precies snapt wat ze in hun hoofd hadden. Als er bijvoorbeeld een gek aan het inhalen is en jou op jouw weghelft tegemoetstormt dan is híj degene die lichtsignalen geeft en claxonneert, en dan ben jíj degene die opzij hoort te gaan. Richtingaanwijzers gebruiken ze nooit, zodat je maar moet gokken wat degene achter, voor of naast je doet.
Ik denk eigenlijk dat het jou niet eens zou opvallen, met je Antilliaanse rijbewijs en dito rijstijl.
Ik hoorde dat er in Portugal 15.000 verkeersdoden per jaar vallen, dat is eenentwintig keer zoveel als in Nederland, gecorrigeerd naar bevolkingsaantal, al ben ik tot nu toe in Portugal alleen maar getuige geweest van blikschade. Zolang je zelf maar een beetje oplet en je niet laat opjagen door andere automobilisten, die verkeersborden en signalering op de weg beschouwen als een suggestie van hoe het ook zou kunnen, dan is er niets aan de hand. Sterker: in Portugal leer je pas autorijden! En dan vind je het vanzelf wel grappig om te zien dat de waarschuwingen vlak voor een gevaarlijke bocht Portugezen uitdagen om juist dán te gaan inhalen.
Ik heb dus genoten, met het uitzicht op uitgebrande bussen tussen de kurkeiken, wildgroei van huizen met kankergezwellen van golfplaat en ruïnes met ooievaarsnesten erop.
Overigens zijn de wegen in Portugal onbeschrijfelijk slecht. Terwijl in Nederland je auto wegroest, verslijt je hier schokbrekers bij het leven. Een provinciale weg heeft meestal vier kleuren asfalt plus gaten, opgevuld met vergruisde dakpannen. Aan nieuwe wegen wordt bijna geen onderhoud gepleegd.
Het had iets weemoedigs om langs Lissabon te rijden. Ik heb daar toch twee keer vijf dagen met H. doorgebracht die erg leuk waren. Zoals ik in mijn eerste brief schreef bracht de reis veel herinneringen omhoog, die in de weken daarna weer weggezakt waren. Maar niet verdwenen.
Het gebied rond Lissabon is niet echt het mooiste deel van Portugal, een onafzienbaar strook bebouwing, vergelijkbaar met het gebied rond Donostia in Baskenland. Alleen omdat het niet zo grauw is, is het niet zo deprimerend. En niets typisch Portugees eraan, in verschillende opzichten niet. Het barst van de buitenlanders, waardoor de huizen schreeuwend duur zijn. Ik hou toch meer van de landelijke gebieden, ook al ben je daar totaal geïsoleerd als je geen auto hebt.
Ik had gelukkig goede instructies gekregen van R., want mijn oriëntatievermogen is heel erg slecht. H. voorkwam altijd dat ik verdwaalde en zelfs dan reed ik nog verkeerd, omdat ik me niet kon voorstellen dat 'hier rechts' betekende dat ik op die plaats ook echt onmiddellijk meteen naar rechts moest. Gelukkig vond ze dat heel komisch. Ze vond alles komisch, zelfs als de ruitenwissers erafvlogen, de motorkap losschoot en we door mijn verkeerde zuinigheid pas na vijf uur een peperduur hotel vonden.
R. deed open in t-shirt en korte broek. Ik voelde me overdressed.
Over de hele wereld zwermen mensen die dan weer eens daar, dan weer eens daar werken. Ze komen uiteindelijk allemaal weer bij elkaar uit, in de voorsteden rondom een metropool. Fransen, Britten, Duitsers, Nederlanders. IBM, Nedlloyd, Philips, ze sturen hun mensen de hele wereld rond. Het gevolg is dat ze veranderen van stugge afstandelijke Nederlanders in een soort wereldburgers die de ruimere normen van gastvrijheid van andere landen hebben overgenomen. Of misschien herinneren ze zelf nog te goed hoe het was om in een land te leven waar je de taal amper kende en de wegen nog niet kende om je leven te vergemakkelijken. Je krijgt meteen je eigen kamer, 'mijn koelkast is jouw koelkast' en 'blijf je twee of drie dagen?'
Ik ben niet met gastvrijheid opgegroeid. Mijn moeder was een bijzonder ongastvrije vrouw. je kreeg niet eens koffie als je bij haar op bezoek kwam. Vreemden die vlak voor etenstijd kwamen konden in de kamer wachten tot we klaar waren. Toen ik in 1988 mijn nieuwe vriendin kwam voorstellen was ze de ramen aan het zemen en daar ging ze gewoon mee door. Ik heb daar veel van meegekregen en alleen door flinke kritiek van mondig bezoek heb ik geleerd bezoek altijd onmiddellijk iets aan te bieden. (En wat me natuurlijk ook een beetje vrijpleit is dat ik de gastvrijheid niet kan retourneren in dat hondenhok waarin ik woon.)
Je moet natuurlijk al geen doorsnee Nederlander zijn om rondgestuurd te willen worden. Zoals R., die na een carrière bij Nedlloyd in Portugal woont en nu zijn eigen zaakjes runt. Aandelen in een tinfabriek, mede-eigenaar van een appartementengebouw en partner in een beletteringsbedrijf in Nederland. Hij is vijfentwintig jaar getrouwd met A., uit Engeland. Zijn dochters zijn Engels-, Nederlands- en ook een beetje Portugeestalig opgevoed. Ik heb hem leren kennen op een Apple-beurs, nadat we al een paar keer via een discussiegroep snedigheden hadden uitgewisseld, hij heeft met plezier mijn boeken gelezen en dat is blijkbaar genoeg om me over de vloer te hebben alsof ik er al jaren kom.
Zo voelde het wel. Ik was er om een uur of negen, en kon bijna meteen aanschuiven, nadat we eerst een fles Armilar hadden weggeslagen, Portugese champagnoise. Uitgebreid van de Portugees/Nederlands/Brits/Deense keuken van A. gegeten en de verhalen van een carrière over de halve wereld gehoord. Ik denk vaak dat ik de onconventionele weg heb gekozen door te gaan schrijven, maar zolang je niet in Nederland op een kantoor gaat zitten maak je genoeg mee. En wat is schrijven vaak: in een Nederland op een kantoor zitten.
R. had me graag de omgeving van Lissabon laten zien: Sintra, Mafra, Boca do Inferno, maar dat deel van de Rough Guide ken ik al nagenoeg uit mijn hoofd. Op Paaszondag zijn we daarom op tijd opgestaan om naar de markt van Cascais te gaan, waar zigeuners uit heel het land spotgoedkoop kleding en aardewerk verkopen. Dat is leuk, je in het dagelijks leven mengen. Ik doe in Sines ook veel boodschappen op de markt, al was het omdat je daarmee de plaatselijke economie steunt.
Daarna was het traditionele Paasontbijt van de familie, ingeleid met een Buck's Fizz (champagnoise met vers sinaasappelsap). Scrambled eggs met gerookte zalm, diverse soorten in plakjes gesneden dood beest, kazen, verschillende soorten broodjes en zelfs een Nederlands paasbrood. Dat liet ik aan me voorbijgaan omdat ik niet van rozijnen houd. Er was zelfs een paasei voor me.
Omdat het ontbijt meer een brunch was, deed de familie meteen daarna een middagdutje. In die tijd heb ik de derde week van het dagboek verstuurd en een flinke zooi e-mails binnengehaald.
Daarna heb ik een rondleiding in het appartement gehad dat R. verhuurt. Dat is dat appartement waar ik het over had toen jij naar Lissabon ging. Het ligt in Alcântara, buiten het spitsuur een minuut of zeven met de auto van het Praça Commercio. In een doodlopend straatje en keurig opgeknapt. Het is ongeveer 55 vierkante meter en ik kan me wel voorstellen dat ik daar een jaar zou kunnen wonen. Logées ontvangen vraagt wat logistieke voorbereiding, maar het is mogelijk. De omgeving is ook heel aardig.
Het gebied is aan het veryuppen. Er staan wat failliete fabrieken, waarvan het niet ondenkbaar is dat ze verdwijnen om plaats te maken voor appartementen. Ook hier zie je veel postmodernistisch vormgegeven complexen. Niet echt authentiek, maar mooier dan wat je in Nederland ziet. Het is maar goed dat Portugal slecht vaarde in de jaren zeventig en tachtig, zo was er tenminste geen geld om de foeilelijke nieuwbouw uit die tijd neer te zetten. Dat geldt helaas niet voor het centrum van Lissabon, waar de statige sjieke Avenida de Liberdade ernstig verminkt is door betonnen kokers. (het geldt trouwens ook niet voor Sines, dat sinds de jaren zeventig een groeikern is.)
Aan de Taag of Tejo (Te-zjoe, niet Teg-cho, wat ik Nederlanders vaak hoor zeggen) barst het van de trendy cafés. Veel jong volk, veel modieuze zonnebrillen, helaas ook modieuze gezichtsverminkingen, veel harde muziek. Maar wel heel levendig en niet zoals ik Lissabon ken. (Ik ben ook niet in de bidonvilles geweest, dus ik ken Lissabon ook helemaal niet) De brug over de Taag is recentelijk van een extra verdieping voorzien (in de letterlijke betekenis van het woord, ver-diep-ing), voor een rechtstreekse treinverbinding met het zuiden. Die was er nog niet, leve de EG. Maar halverwege de Alentejo verandert het geëlectrificeerde dubbelspoor in een dieselend boemeltje op een enkelspoor. Terug naar Torre was een hel over de Avenida da Marginal, een van de gevaarlijkste wegen van Portugal. Nu een lange rups van traag voortsukkelende auto's. Er was geluncht, er was geflaneerd, er was nu geen haast.
's Avonds heb ik met R. in de ondergaande zon op het balkon gezeten met een halve liter Tsjechisch bier en een Zwitserse sigaar en het AD op de knie. Ideaal voor het betere koloniale gevoel. Vooral als A. ons toast met gerookte zalm bracht en onze drankjes bijvulde. In elke moderne begrijpende man schuilt toch een onvervalste macho.
Ik heb nu twee manieren van in Portugal leven gezien. De ene is het kopen van een stuk grond, al dan niet met een ruïne of een huis op het platteland. Je buren zie je bijna niet, zo groot is je land. Je kinderen gaan naar een Portugese school. Je hebt water uit een pomp en zover mogelijk weg staat een gebouwtje met een generator erin zodat je een wasmachine kunt gebruiken. De andere is het kopen of het huren van een huis in een voorstad, tussen andere buitenlanders. Je stuurt je kinderen naar een internationale school en als je het beu bent ga je weer naar huis.
Wat is mijn manier? Ik weet het niet. Ik woon liefst in pensions, dan wordt er voor me gezorgd.
Ik ben vergeten of het nu typisch Engels of Portugees is om borracho, lam, te eten met Pasen. Maakt niet uit. Veel te veel Portugese wijn gedronken en daarna een beetje nagesoesd voor de tv met een kop koffie. R.'s jongste dochter is 17, dus die had alleen maar uitgaan in haar hoofd en dat heeft ze het hele weekend gedaan (was ik ooit maar jong geweest). Op Sky News het hele verloop van de gebeurtenissen in Kosovo in retrospectief gevolgd. Dat blijft het enige buitenlandse nieuws dat je krijgt en ik voel me verplicht het te volgen.
R. zei dat hij naar Kosovo was gegaan als hij 35 was geweest. 'Wat wil je daar doen?' vroeg ik hem. Dat wist hij niet, maar hij zou niet thuis werkeloos kunnen toezien. Dat deed me denken aan het verwijt dat ik ergens las dat schrijvers zich tegenwoordig niet meer in het strijdgewoel begeven, zoals vroeger tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Iemand had daar op gereageerd door te zeggen dat de tijden tegenwoordig anders zijn. Niemand neemt nog de wapens op, er wordt op een andere manier oorlog gevoerd. Wat zou ik in Kosovo kunnen doen, vroeg ik me af. Ik heb geen bijzondere kwaliteiten die daar nuttig kunnen zijn. Wat kan daar doen met mijn schrijvershandjes?
Misschien moeten we er naartoe rijden met zijn tweeën. Maar ik rij.
Het bittere is dat mijn moeder dit al half jaren tachtig voorspelde. Niet dat dat iets kon uitmaken. Omdat ze tolk Servisch-Kroatisch was en veel in het toenmalige Joegoslavië kwam wist ze al dat de anti-moslim en anti-Albaniërs gevoelens steeds sterker werden en dat het op uitbarsten stond. Het heeft eigenlijk nog lang geduurd. Ik kan me alleen niet meer herinneren wat haar positie was. Als katholiek koos ze waarschijnlijk de kant van de Serviërs. Dat valt haar wel te vergeven, ik geloof niet dat ze onbevooroordeelde informatie kreeg. Ik moet dat eens aan mijn zus vragen.
Als ik wilde had ik tot dinsdag bij R. en A. in Torre kunnen blijven, maar ik wilde me niet teveel verwennen. R. popelde om sushi voor me te maken. Maandag had hij een van zijn zakenpartners op bezoek, een zwijgzame no-nonsense Fries. die zag dat ik last had van mijn nek. Hij heeft me nog gekraakt door me min of meer aan mijn hoofd op te tillen. Het voelde wel even beter, daarna verstijfde ik nog meer. Inmiddels, woensdag lijkt het iets beter te gaan. Maar dat kan ook door de Paracetamol komen die ik ben begonnen te slikken.
Ik ben Lissabon ingegaan. Op weg daarheen natuurlijk weer een afslag gemist. Eerst even door Amoreiras gelopen, het opvallende winkelcentrum, waar ik geen Volkskrant, noch een Amerikaanse MacWorld kon vinden. Een van de dingen die me opviel toen ik eindelijk door Lissabon reed: het is drukker geworden, er zijn nog meer bioscopen dicht en er is betaald parkeren ingevoerd. En bijna alle werken die in 1996 het verkeer verstopten zijn nog steeds niet af. Afijn, die moet jij afgelopen december ook gezien hebben.
Het viel me op hoezeer ik me er thuis voel, mijn voetstappen staan er ingesleten, ik heb er mijn vaste routes, ik herkende goddomme zelfs gezichten.
Dat is niet raar bij de lootjesverkopers. Vlak naast Nicola dat in 1995 en 1996 wegens de metrowerkzaamheden gewoon dicht was, staat een vent met een gezicht als een druiventros. Het is onbeschrijfelijk zoals hij eruit ziet. In 1995 was een helft van zijn gezicht nog normaal en de andere een keurige meetkundige formatie van paarse gezwellen, maar nu is de andere kant ook totaal gedeformeerd. Toen ik hem de eerste keer zag was ik er een uur beroerd van.
En de junks die rond de Avenida de Liberdade voor 50 escudo je auto naar een lege plek dirigeren lijken natuurlijk allemaal op elkaar. Ze hebben concurrentie gekregen van de parkeerautomaat.
Sommige winkels hebben nog steeds dezelfde vrouwtjes achter de toonbank, op de bankjes zitten dezelfde mannetjes.
Het was weer een melancholieke wandeling, ook al was het 28 graden en denk je bij melancholie in de stad natuurlijk altijd aan die poster van James Dean in zijn overjas weggedoken in een regenachtige stad. Of was dat Hans van Mierlo? Afijn, je begrijpt het beeld. Behalve H. kwam deze keer ook C. naar boven, met wie ik in 1988 en 1991 in Lissabon ben geweest. Ik ben zo veel van haar vergeten, terwijl ik ook vierenhalf jaar bij haar geweest ben. Soms komt er opeens iets naar boven uit het begin van onze relatie en dan denk ik, mijn god, waarom was ik dat al na een jaar vergeten. Het is meer het idee dat je niet het uiterste eruitgehaald hebt. Retoriek, ook bij H. zal ik dat nooit weten.
Toen ik om zes uur naar de auto liep kwam er ook iets anders terug. Nog steeds verandert de Avenida als de winkels sluiten in een grote tippelzone, maar de hoeren verloederen even hard als het gebied zelf. Ik voelde me bijna beledigd toen de tandeloze hoer naar me siste. Godallemachtig, dat het altijd lelijke homo's zijn die me proberen te verleiden is daaraan toe, maar zie ik er zo wanhopig uit dat zo'n afgeragd wrak denkt aan mij te kunnen verdienen?
Maar goed, ik kom nog wel in Lissabon voor ik wegga. Ik reed op het spitsuur weg, dus het duurde drie kwartier voor ik de zestien kilometer had afgelegd om Lissabon uit te komen. Ik had geen haast. Me ook weer eens bezondigd aan eten bij MacDonald's, vanwege twee MacRoyals voor zes gulden. Hebben we die in Nederland? Op de snelweg weer wat staaltjes Portugese rijkunst meegemaakt: er lijken veel mensen bang om in te voegen. Dus ze rijden met veertig de invoegstrook op en stoppen daar om te kijken of er geen auto's aan de horizon zijn. Dan rijden ze op hun gemak de snelweg op. Ik ben echter gewend snelheid te maken, dus als je zo'n sukkel voor je hebt, zoals me gebeurde, moet je een flinke zwieper maken. En op dat moment reed hij ook nog eens de snelweg op. Hij had me niet eens gezien, zo druk was hij bezig geweest naar het verkeer te kijken. En dit was geen ouwe taart in een Datsun Laurel uit 1968, maar een jonge vent in een gloednieuwe 4x4.
Zo werd maar weer eens bewezen dat niemand zo goed kan rijden als ik.
Ik wilde niet over de tolweg terug, zodat ik me vastgereden heb op wanstaltige industrieterreinen met Makro's en in slaperige dorpjes met wanhopige verkeersdrempels en ik tenslotte vastzat achter een tankwagen die diesel lekte of iets anders plakkerigs dat niet meer van de voorruit af gaat.
Het was heel raar om terug te komen in Sines, Ik was totaal uit mijn dagelijkse ritme en voelde me bijna schuldig tegenover het dorp voor mijn afwezigheid. Ik was nog net op tijd voor de film, dus ik heb me even opgefrist, een schoon t-shirt aangetrokken, een kop koffie gedronken en ben naar 'You've got mail' gegaan. Wat een waardeloze shitfilm was dat. Walgelijk genoeg applaudisseerde het publiek. Een Braziliaanse soap is boeiender en die versta ik niet eens. Volgende week hebben we het cinematografische meesterwerk 'Mighty Joe Young'. Wat een ellende.
Dat waren mijn paasdagen.
Hoe was het eigenlijk in Turkije? Heb je nog iets bijzonders gedaan daar? Je nek laten kraken door een zweterige masseur? Westerse beschaving onder de Moren gebracht? Koerden helpen ontsnappen? Ik hoor het wel. Doe de groeten aan je duifje,
Groet,
Jack
Dinsdag 6 april 1999
Vandaag gebeurde er iets raars. Ik ging naar het postkantoor om te vragen of er iets bij de 'poste restante' voor me lag. Het sjaggrijn vroeg mijn naam en ik zei 'Nouws'. Ze bladerde even door de enveloppen en zei toen 'Não'. En verdomd: er verscheen iets van een glimlach op haar gezicht! Ze snapte dat dat grappig was! Klankrijm! Per ongeluk moest ik ook lachen en dat moet je nooit doen. Zo raken alle verhoudingen zoek.
Toch vertrouw ik het niet. Nouws spreken ze hier niet uit als nãos. In Frankrijk ben ik 'Noews', of 'Zjakoboes' (Engelsen kan ik het gemakkelijk uitleggen. 'Now's the time,' zeg ik altijd). Het klinkt hier ongeveer hetzelfde. Het restaurant waar ik het liefst ga eten heet 'A Nau'. Dat doe ik toch met plezier.
Ik heb mijn koffers zo ingericht dat ik vanzelf ruimte maak voor de souvenirs en ik ben al begonnen. Ik had bij een van de supermarkten aan de rand van het dorp gezien dat ze Messias port colheita 1980 hadden voor 23 gulden. Dat leek me al best goedkoop, maar in Lissabon bleek hij dus 50 gulden te kosten. Ik heb dus meteen drie flessen gekocht. Ik zag ook dat de Dow's vintage 1994, die ik in Nederland bij Gall & Gall voor negentig gulden zag hier tweehonderdvijftig gulden kost. En je kunt hem pas in 2008 drinken.
Ik vind het iets heel moois hebben, die vintage, lbv en colheita porten. Ze kunnen namelijk opraken. Die gewone port smaakt decennia lang hetzelfde. Maar een vintage of colheita smaakt elk jaar anders en is op een gegeven moment gewoon op. Weg. Verdwenen. Als je eenmaal begonnen bent met 10 jaar oude port, neem je nooit meer genoegen met de laffe smaak van die eeuwige ruby's van vijftien vijfennegentig.
Wat me ook opviel: wat ik altijd dacht dat huismerken waren, Barros van de Hema en Don Pablo van de Makro, blijken waarachtige merken te zijn die hier overal in de schappen staan. Dat doet me plezier, dan hoef je je toch geen armoedzaaier te voelen als je zo'n merk in je kast vindt.
Woensdag 7 april 1999
Jiska Bours
UTRECHT
Sines, woensdag 7 april 1999
Tut, tut, tut, Jiska,
Als je het er zelf niet in gezet, had ik uit je brief al kunnen opmaken dat 'de rode feestweek voor de deur stond'. Mijn god, wat een uitdrukkingen kunnen vrouwen toch voor hun functioneren bedenken. Je hebt het toch ook niet over een 'muts' als het om je vrouwelijk gaat, hoop ik? Als de PMS al van je brief afdruipt, hoe moet het dan wel niet zijn om in je nabijheid te verkeren? Zonder vermanend te willen klinken: vitamine B6 slikken doet wonderen. Het maakte H. tenminste altijd hanteerbaar.
Ik ken dat mechanisme wel van je jezelf verwennen als je je klote voelt. Als het heel erg is ga ik ook geld uitgeven. Waarom denk je dat ik hier in Portugal zit? Vergis je niet. Ook mannen kunnen bevrediging halen uit nieuwe kleding. Ik heb een tijd gehad dat ik eens per jaar een compleet nieuwe outfit aanschafte. De laatste jaren is dat er nooit meer van gekomen omdat ik niets meer mooi vind. Ik vind de mode een beetje mallotig de laatste jaren, Rare flapjes aan de zakken. De zakken op rare plekken. Aanstellerige revers. Daarbij heb ik een moeilijke maat. Alleen de Westbound-spijkerbroeken van V&D passen me en alleen de strijkvrije overhemden van C&A gaan niet raar bloezen rond mijn middel. Het zijn niet voor de hand liggende plekken om je kleren te kopen. Misschien moet ik toch maar aan het Armanipak. Ik heb Zwagerman en Giphart in hun show met een Armanipak gezien en ik heb Giphart nog nooit zo slick gezien. Wie weet wat het dan bij mij doet.
Nee. dat nul-procent-autobiografisch, daar geloof ik ook helemaal niet in, welke schrijver het ook zegt. Zelfs als je iets totaal verzint, ben jij nog steeds degene die het verzonnen heeft. Als er geen blijvende band was tussen schrijver en boek, dan kon je bij elke schrijver een Grunberg, een Wolkers en een Hermans laten maken. Als je tien schrijvers een synopsis geeft voor een verhaal dan krijg je geheid tien verschillende verhalen (dit idee moet ik vastleggen voor het door de Volkskrant wordt gejat). Een boek is onverbrekelijk verbonden met de schrijver, maar moet genoten kunnen worden zonder de schrijver persoonlijk te kennen, zelfs zonder dat je de schrijver aardig hoeft te vinden (maar natuurlijk helpt dat wel – als je een schrijver aanspreekt en hij reageert neerbuigend of arrogant, dan is het nog moeilijk van zijn werk te kunnen genieten).
Ja, ik haat die beveiligingsstrips ook en ik vind ook dat je recht hebt op een nieuw boek als je een pagina kapotscheurt als je dat ding probeert eruit te halen. De streepjescode is nog erger. Ik vind het geen gezicht, vooral niet op mooie klassiek vormgegeven boeken. Maar goed, ik ben de boekenmiet die zijn handen wast voor hij een boek in zijn eigen boekenkast aanraakt. Het was dan ook een enorme zelfoverwinning om toch mijn eigen exemplaren van Ulysses, Rayuela, Op zoek naar de verloren tijd 5, De tandeloze tijd 3a+b en het verzameld werk van Elsschot mee te nemen. Maar die lees ik niet op het strand en ik heb ze gekaft. Kafka heb ik op het laatste moment terug in de kast gezet. Ulysses leek me al zware kost genoeg. Waarom dacht je dat je gek werd toen je Het proces las? Ik weet dat ik depressief werd op het suïcidale af toen ik Walging (La Nausée) las van Sartre. Vijf jaar geleden heb ik het herlezen en het liet me koud. (Zoals ik gehuild heb toen ik voor de eerste keer Turks Fruit zag en erg gelachen heb de tweede keer. One flew over the cucoo's nest, idem.) Iedere leeftijd heeft zijn eigen boeken. Als je op een verkeerd tijdstip een boek leest vind je er misschien helemaal niets aan. Ik ben tot mijn drie- of vierentwintigste verslaafd geweest aan science-fiction (ik wilde ooit de bijbel als sf-trilogie gaan herschrijven) en dat hield van de ene op de andere dag helemaal op. Het schijnt dat je van steeds dunnere boeken houdt als je ouder wordt, zoals schrijvers dunnere boeken gaan schrijven als ze ouder worden. Een theorie die in Nederland niet opgaat.
Ik vroeg me niet af wélke Garcia Marquez je aan het lezen was, maar welk bóek van hem. Ik heb er twee gelezen: Honderd jaar eenzaamheid en Liefde in tijden van cholera. Die vond ik erg goed. Ik ben aan Het huis van de geesten begonnen, en daar kwam ik niet doorheen. Ik ben dus benieuwd wat ik van Rayuela vind. Ik zie er een beetje tegenop, want dat gedoe met dat hinkelspel, waarbij je zelf de compositie bepaalt, vind ik maar niets. Ik wil dat de schrijver voor mij de weg wijst in een boek. Ik wil niet ook nog eens in een doolhof gezet worden met de boodschap dat ik maar moet zien hoe ik eruit kom. Dat is juist de charme van een boek, dat je je laat meesleuren door een ander.
Het jammere is ook dat je, als je eenmaal zelf schrijft, bijna niet meer onbevangen kunt lezen. Ik heb het goddank nog wel bij buitenlandse schrijvers. Misschien dat ik daarom ook meer dichters dan prozaïsten om me heen heb en de schrijvers zowiezo de minderheid van mijn kennissen- en vriendenkring uitmaken.
Overigens kreeg ik nog een grappige e-mail van een zeventienjarige vwo-scholier die De gemonteerde vrouw op zijn lijst gezet had en er een mondelinge overhoring over kreeg. Hij gaf me de volgende goede tip:
"Tenslotte nog even een tip om als schrijver beroemd te worden: schrijf een niet te dik boek: elke leerling leest nl. zoveel mogelijk dunne boeken, als BINT en KAAS."
Schrijven van deze brief doet helse pijn. Ik werd vorige week woensdag wakker met een stijve nek. Later die middag maakte ik een rare beweging, waardoor er iets verkeerd schoot en ik ben nu helemaal verstijfd, van mijn navel tot mijn nek, van mijn schouders tot mijn ellebogen. Zelfs lopen doet pijn. Het is niet prettig. Misschien moet ik toch maar een dokter gaan opzoeken. Ik ben al net zo'n wrak als mijn auto, want ik voel ook een opkomende tandpijn in twee voortanden. Dat wordt wat als ik hier echt langere tijd zou gaan wonen.
Ik kan namelijk per 1 september waarschijnlijk een appartement in Lissabon huren, voor een jaar. Ik ben er geweest en het bevalt me wel. De vijfde week in Portugal is begonnen en ik heb het erg naar mijn zin. Ik zou het hier best langer kunnen uithouden.
Nog een laatste vermaning: veel in de zon zitten als je jong bent is niet goed voor je huid. Op je dertigste heb je een vel van perkament. Ik kan je angstwekkende voorbeelden aanwijzen.
Liefs,
Jack
Donderdag 8 april 1999
De pijn in mijn nek is nog steeds hels. Omdat ik ook een voortdurende vermoeidheid in mijn rechterarm voel, ben ik toch bang voor een RSI-achtige aandoening. Ik weet dat ik de hypochondrische trekjes van mijn vader heb overgenomen, maar ik weet ook dat we hem altijd hebben uitgelachen om zijn hartklachten, tot later bleek dat hij inderdaad een licht infarct had gehad.
En dat pijn psychosomatisch is neemt niet weg dat het nog steeds pijn doet.
Het toeristenseizoen begint. Ik zag gisteren dat het strand geëgaliseerd was en gemeentewerkers zijn bezig de verloederde strandtenten te herstellen, de loopplanken te repareren en het zand van de terrassen te vegen. In 1994 was het strand nog niet helemaal gerenoveerd, dus dat verklaart waarom het nu drukker is.
Er staan twee uitbundig vormgegeven gebouwtjes op het strand, de strandtenten. Ze hadden een zeildoeken dak dat er in flarden aanhing. Met een kraan worden die er nu afgehaald. Met een kraan. Met acht man zijn ze iets aan het doen dat twee man ook zou kunnen. Zonder kraan. Ze blijven me verbazen die Portugezen. Waarom zetten ze die gebouwtjes niet bijvoorbeeld elk jaar opnieuw in de teakolie?
Terwijl de kraan ronkt en de mannen schreeuwen en met hamers op buizen slaan wordt er om hen heen door meisjes in minikini's gevolleybald. Ik heb me laten vertellen dat de Portugezen preuts zijn, maar ik ben preuters dan zij.
Ik zie de eerste toeristen alweer komen. Hoe herken je de toerist in buitenland: man en vrouw in korte broek en met T-shirt op slippers, sandalen of sportschoenen. De twee die ik vandaag zag droegen vale kleuren, dus dat moesten wel Nederlanders zijn. Nee, dat kan best nog een jaar mee.
Allemachtig, het is helemaal niet moeilijk om er normaal uit te zien in de zomer of op vakantie en toch zomers gekleed te zijn. Als je in het buitenland niet beroofd wil worden moet je eerst dat uithangbord boven je hoofd weghalen, door je fatsoenlijk aan te kleden. Ik wordt nooit voor toerist aangezien. Strandkleren voor het strand, stadskleren voor de stad. Dat wordt weer ergeren als ik terug in Nederland ben. Het is elk jaar weer een onderwerp voor iemands column, ik weet het, maar ik vind echt dat Albert Heijn mensen moet weigeren die gekleed in niets dan sandalen en een sportbroekje de winkel binnen willen gaan. Sta je rustig na te denken of je chocolade- of vanillevla zult kopen, koekeloer je opeens in de zweterige oksel van iemand die voorlangs een pak yoghurt pakt. Eigenlijk zou ik gewoon met een bosje brandnetels moeten gaan lopen om zulke figuren even mee langs de rug te strijken.
Ik heb gisteren mijn sik afgeschoren en ik schrik van het resultaat. Ik heb een week pafferig gezicht gekregen, de laatste jaren. Een drankhoofd van de hectoliters witbier die ik weggeslagen heb. Ik durf bijna niemand aan te kijken en er gebeurde iets waardoor ik zeker wist dat ik onherkenbaar was: een van de junks sprak me gisteren opnieuw aan. Op zich is dat nog komisch ook.
Vandaag op mijn kamer broodjes gegeten. Geen koffie gedronken: ik ben ongelofelijk suf. Mijn nek blijft maar pijn doen en mijn rechterarm is heel moe. Dat is een RSI-symptoom, volgens mij.
Het mierenboek schiet niet op. Het is taaie, vermoeiende kost.
Vrijdag 9 april 1999
De vloer van de kamer loopt scheef, dat zou al wat kunnen verklaren. Gisteren wilde ik even nog wat drinken en ben, net als ik in Utrecht altijd doe om half twee 's nachts, met de post naar de brievenbus gelopen en ben – omdat ik toch buiten was – daarna aan de bar aangeschoven.
Uiteindelijk lag ik pas om drie uur in bed. Harry heeft weer een hoop verteld over Sines en hoe het is om hier te wonen als je uit Castelo Branco komt. Hij wordt niet geaccepteerd, na twintig jaar nog steeds niet. Omdat hij niet van hier is. Omdat hij remigrant is. Omdat hij in het buitenland zat toen de revolutie uitbrak. Omdat hij geen communist is. Hij zou liever terug in Frankrijk wonen. De geringe culinaire variëteit irriteert hem. 'Wat kun je op de markt krijgen,' zei hij. 'Sla, wortelen, tomaten en bonen.' Het is gechargeerd, maar het klopt. Op de markt zijn een stuk of vijftien verkopers en ze verkopen allemaal hetzelfde.
Nou zijn de Portugezen geen grote groenteneters. Je mag blij zijn als er in een restaurants wat erwten door je rijst zijn geroerd.
Ik vertelde Harry dat ik lifters had meegenomen en dat het junks bleken te zijn. Ik maakte een grapje en zei dat ik voortaan alleen nog maar meisjes zou meenemen. Toen vertelde hij dat de heroïnehoeren aan de rand van het dorp tippelen. Onder het mom van liften lieten ze zich oppikken. (En ik maar oprecht denken dat ze stonden te liften.) Hij vertelt nu heel andere verhalen over de junks. Dat hij zijn auto bijvoorbeeld liefst niet bij het kasteel zet, omdat daar geen toezicht is en alle junks zich daar verzamelen. Het is inderdaad een triest zootje. Waarom dragen zulke lui in de volle zon trouwens altijd winterjassen? Omdat ze geen vet meer hebben?
Junks is een groot woord. Er wordt 's avonds veel geblowd rondom het kasteel, maar ik denk dat je hier wel pushers hebt die je gratis heroïne geven om te roken om eens een keer te proberen. Ik weet het wel zeker, want zo is de Hell's Angel die hier in 1988 rondhing eraangegaan.
Harry zat veel te kankeren op de medische zorg, de organisatie van de politie en het juridisch systeem. Hij is in Frankrijk geweest. Hij had daar een huisarts die verplicht was te komen, ook midden in de nacht. 'Wat moet ik hier doen,' zei hij, 'naar de brandweer bellen?'
Het grappige is dat hij alles ontkent wat ik zeg en het dan later bevestigt als hij op dreef is. Het probleem van Portugal is dat het een land uit 1900 is dat zich opeens in het jaar 2000 bevindt.
Ik zag vandaag twee Nederlandse echtparen (ik identificeerde ze onmiddellijk, op vijftig meter) die naar de tabakswinkel, tegenover het postkantoor, keken. 'Kek nou is. Illemaol meej tegeltjes.' 'Ja, da's natuurlijk net zo goeiekoop as stuukken.' 'Jao, da zalt wel zèèn.' Waren het nog Brabanders ook. Een hoop geouwehoer achter me. Jammer dat ze niet op het terras kwamen zitten. Had ik wel eens naar willen luisteren.
Volgens mij is 'illemaol meej tegeltjes' duurder dan stucken en dat is waarom ze het ze doen, huizen helemaal betegelen als een binnenstebuiten badkamer. Het is trouwens erg lelijk.
Ik heb al erg veel brieven geschreven, gemiddeld vier per week. Ik ben al nagenoeg door mijn enveloppen heen. Het wordt tijd dat ik mijn energie ook eens in andere dingen ga steken. Een boek bijvoorbeeld.
Zaterdag 10 april 1999
Kwart voor drie. Ik ben nog redelijk op tijd opgestaan. Brood gehaald en toen naar Santiago gegaan om naar een supermarkt te gaan. Daarna via de toeristische route terug. Onderweg tamelijk veel Belgen en Nederlanders gezien. Met sleurhutten. Als je dan vanuit de verte Sines nadert zie je een vaalgele walm boven het dorp hangen. Het stinkt verschrikkelijk als de wind verkeerd staat.
Zes overhemden en drie t-shirts gewassen, kan ik er weer even tegen. Lekker, die lucht van in de buitenlucht gewassen kleding. De wind stond goed.
Vanmiddag weer op het strand zitten. Gisteren was ik er om vier uur, tot kwart voor zes, maar het was verschrikkelijk heet. Hoe deed ik dat vijf jaar geleden? Toen ging ik later. Ik heb een beetje zitten freewheelen met mijn werkboek, niets aan de mieren gedaan. Het is erg taai.
Ik ben nog niet naar de krant geweest, maar maandag verschijnt een nieuwe aflevering, dus ik ging er van uit dat eind deze week geen goede tijd was om te proberen iets af te spreken.
Zondag 11 april 1999
Het is weer zonnig en de zon brandt fel, maar er staat een flinke wind. Zal ik op het strand gaan liggen, of zal ik thuisblijven? Het is nu twee uur en het is te heet.
Ik kan ook op een terras gaan zitten werken. Laat ik dat maar doen. Heb ik ook wat te zien, in de tussentijd.
(later)
Vandaag overcviel het me weweer: far gevaoel vamlevemnzsvruegde.. Jezu, ben ik beziopen dat ik dit niet meer opgeschereven kreijg. Laat dan opok matr.
Vanwaar deze laatste wartaal? Je leest het volgende week.