maandag 15 maart

Jiska Bours
Utrecht

Sines, 15 maart 1999

Lieve Jiska,

Twee dagen doet een brief erover om van Utrecht in Sines te komen. Ik heb het wel eens meegemaakt dat een brief naar zes straten verderop in Utrecht er langer over deed. Ik neem aan dat mijn antwoord ook langer onderweg zal zijn. Jammer dat ik je gemist heb op mijn 'afscheidsfeestje'. De bier-opmaakbijeenkomst duurde wat langer dan ik dacht, omdat iedereen aan de wijn en het fris ging. Ik ben om half een de Bastaard binnen gelopen. Goede vriend B. was er inderdaad, maar die heeft met geen woord over jouw aanwezigheid gerept. Hij is een onbetrouwbare boodschapper. Hij liep ook al vier weken met een bandje met muziek van Doe Maar op zak dat zijn geliefde voor mij had opgenomen en dat hij steeds nog maar niet in mijn brievenbus had geduwd. Ik zou niet teveel op hem vertrouwen op het gebied van boodschappen doorgeven.
'Is er zon in Portugal?' vraag je. Sinds vandaag goddank wel, dus als aanwezigheid van zon voor je – zoals je schrijft – een zaak van leven en dood is, kom dan als de sodemieter maar hiernaartoe. Ik verlangde ook al heel lang naar goed weer. Ik ben die regen zo beu. Vorig jaar oktober ben ik met H. naar New York geweest in de tijd dat het er nog mooi zacht herfstweer moest zijn, maar we hebben de helft van de tijd kutweer gehad. Ik ben erg gewend geraakt aan zonvakanties in het hoogseizoen, dus ik heb Portugal in 1997 en 1998 gemist. In 1994 heb ik hier ook in mijn eentje in deze periode gezeten en ik kan me alleen maar zon herinneren. Ik geloof dat ze nu in Portugal de regen aan het inhalen zijn die in december en januari had moeten vallen. De vooruitzichten voor de komende periode zijn goed. Ik heb vandaag aan het einde van de dag bij het kasteel van Sines gezeten, in de ondergaande zon. Omdat de zon de hele dag op de stenen heeft geschenen, stralen ze een behaaglijke warmte uit. Op een gegeven moment was ik omringd door oude mannetjes die daar kwamen ouwehoeren. Ik geloof dat ze echter ook staan te wachten tot de vissersschepen weer binnenkomen, met hun kleinzoons, zoons of jongere broers. Er blijft af en toe wel eens een schip achter.

Ik ben hier inderdaad voor de research van mijn tweede boek. Ik dacht dat ik er wel eens over verteld had. Het speelt zich af in de fictieve plaats Porto Branco, waarvoor Sines model staat. Ik moet me voorzichtig een beetje gaan inmengen. Portugezen zijn heel vriendelijk, maar op een afstandelijke manier. Ze laten niet snel het achterste van hun tong zien, zoals Nederlanders. Of ik genoeg weet te ontlokken is niet zo heel belangrijk, als het nodig is verzin ik het wel, daar ben ik schrijver voor.
Het weg zijn is het belangrijkste. Wat dat betreft hoop ik dat mijn drie maanden hier een therapeutische werking hebben. Ik bedoel dat niet in de psychologische zin van het woord en ook niet dat ik dingen van me wil af schrijven. Het is meer dat ik er op deze manier eens toe gedwongen word wat meer te schrijven en zo weer terug op gang te komen, in plaats van in de Bastaard zitten, tv-kijken, aan mijn Daf sleutelen, literaire festivals organiseren, enzovoort. De afgelopen twee jaar is er niet veel concreets uit mijn handen gekomen. Wat leuke dingen voor Rails, dan heb je het wel gehad. Alleen al het verslag van de reis hiernaartoe was bijna 7.000 woorden en uren van op het toetsenbord rammen. Heerlijk. Het is al zo lang geleden dat ik niets anders aan mijn hoof had dan lezen, schrijven en mezelf verwennen door elke dag uit eten te gaan. Ik ben een beetje roestig in mijn vingers en hoofd geworden. Vroeger associeerde ik als een bezetene, nu komen de beelden nog maar moeizaam en in geringe getale opzetten. Het is alsof niets meer op zijn plaats valt. Ik hoop dat dat door het elke dag schrijven weer beter wordt. Schrijven is veel oefenen. Zoiets als vioolspelen, geloof ik. En ballet. Jack in tutu.

Ik hoop alleen dat ik het mezelf niet te moeilijk heb gemaakt met dat dagboek op internet. De zegeningen van het web zijn hier nog niet echt tot iedereen doorgedrongen, vooral niet in dit gammele pension. Het is spotgoedkoop, ik betaal iets van elf gulden per nacht, maar daar krijg je dan ook helemaal niets voor. Een doorgezakt bed met mottige paardendekens, een krakende stoel, een kledingkast met niet-passende deuren en een nachtkastje zonder bodem. Twee douches op de gang en een viezige wc. Licht op de gang dat niet werkt en wapperende was voor mijn raam.
En ik vind het geweldig.
In deze zelfde kamer heb ik in 1988 na mijn afstuderen twee maanden gewoond. De dingen die toen gebeurd zijn vormen de basis voor mijn tweede roman, het vervolg op de eerste (ik weet trouwens niet eens of je die gelezen hebt). Wat ik ervan kan gebruiken is een tweede. De Hell's Angels, de dronken Denen, de aangespoelde Fransen, de Italiaanse maffia... Ik wil dat tweede boek laten vertellen door een psychotische Portugees die alles van mieren weet. Die verteller is gebaseerd op Antonio die hier in 1988 rondliep, psychotisch was na een lsd-trip en alles van mieren wist.
Net zoals ik voor
De gemonteerde vrouw op een gegeven moment meer wist van de Hongaarse Opstand van 1956 dan Igor Cornelissen, zo moet ik nu ook alles van mieren weten. Ik heb daartoe The Ants van Hölldöbler & Wilson gekopieerd, om hier eens op mijn gemak tot me te nemen. Het bizarre is dat inmiddels zich een nest Farao-mieren in mijn kamer heeft gevestigd. Je verzint het gewoon niet. Zover gaat mijn drang tot research nou ook weer niet, dus ik heb vandaag een deel van de dag besteed aan het zoeken naar mierengif dat ook tegen Farao-mieren helpt. In de tussentijd hangt de plastic zak met boter, kaas, jam, fruit en broodjes met een touwtje aan het plafond. Als Discovery Channel-verslaafde weet ik dat dat ideaal is om de beren weg te houden, en tegen mieren blijkt het ook te helpen. Het is een stuk rustiger geworden op de vloer.

Tot en met vandaag nog niet echt veel gedaan. In het goedkoopste restaurant van Sines heb ik een gesprek met een jonge Duitser gehad, maar dat vlotte niet heel erg en hij ging niet in op de uitnodiging om in het café van mijn pension nog wat door te praten (zou hij gedacht hebben dat ik een nicht was?) Ik beschouw de gesprekjes met Harry, zoals ik mijn pensionhouder noem, stiekem toch wel als een beetje research. En de Braziliaanse soaps tijdens het eten ook. En het eten ook. En mijn spijsverteringsbevorderende wandelingetjes ook.

Ik vind het leuk om meer van je te horen. Je hoeft me niet te vermaken met geleuter. Ik sta ook open voor serieuze verhalen. Ik kan je niet garanderen dat ik zo snel zal blijven reageren als ik nu heb gedaan, maar je post is welkom. Schrijf maar naar bovenstaand adres, want het blijkt dat ik via de poste restante een gulden bewaarloon per stuk moet betalen.

Liefs,
Jack




dinsdag 16 maart

De afgelopen dagen heb ik besteed aan het opschrijven van mijn dagboek voor internet, maar het ziet ernaar uit dat ik op geen enkele wijze contact kan maken met Nederland. Harry's telefoon zit vast met een draadje dat in de muur verdwijnt en bij het hotel Sinerama, dat ik vanuit mijn raam kan zien kon het eerst wel, volgens een employee, en later weer niet volgens de bedrijfsleider. Eigenlijk alleen voor de gasten natuurlijk. Het zou zonde zijn van het werk als het niet lukt.
Vandaag niet veel gedaan. Ik heb de schoenmaker gevonden en ik heb mierengif gekocht en het nest volgespoten. Het lijkt erop dat het geholpen heeft, maar het weghalen van het eten uit mijn kamer hielp ook al een heleboel.
Ik ben ook mijn 28-200 mm vergeten, dus ik heb Lieke geschreven of ze me die wil opsturen. Verder ben ik bezig met een brief voor Austerlitz, al ben ik eigenlijk boos dat ik op het laatste moment maar weer eens iets moest inleveren, terwijl er helemaal niets gezegd is over het verhaal over Vincent van Gogh dat ik héb ingeleverd.
Er lopen nu iets van zeven junks rond in Sines. Dat zorgt wel dat ik op mijn hoede ben. Ik voel me in Sines wel thuis. Net of ik nooit ben weggeweest. Nog steeds dezelfde hoofden in dezelfde winkels. Wat dingen erbij, wat dingen dicht. Wat meer satellietschotels, af en toe iemand met een mobiele telefoon.
Vandaag een handig bureautje gekregen, met laatjes. Eigenlijk is het een side-table, maar een kniesoor.
Het was vandaag ook mooi weer. Bijna 20 graden en de hele dag volle zon. Ik heb inmiddels vier dekens, dus kou lijd ik niet meer. Maar rugpijn krijg ik wel.




woensdag 17 maart

Vandaag verschillende brieven geschreven. Ook al iets wat ik mis, brieven schrijven.
Verder weer een weinig zinvolle dag. Ik ben nog steeds op zoek naar een plek om mijn computer te kunnen aansluiten. Misschien communiceer ik het niet goed. Ik zoek alleen maar een plek waar het telefoonstekkertje in past. Ik ben een computerhandel binnengelopen en die verwees me naar een echt internetcafé, ook al hadden ze maar één computer, en ook nog eens bij mij in de straat. Mooi niet dus — het zou ook te mooi voor woorden zijn geweest. Van daar gewezen naar het Cultureel Centrum Nunez, waar inderdaad een computer aanwezig was. Misschien dat het daar wel lukt. Maar het gaat eigenlijk maar om één ding, ik moet gewoon bellen, ik moet gewoon ergens internationaal kunnen bellen.
Even kijken, mijn schoenen weggebracht om te laten repareren, dat was een heel slimme zet om dat hier te laten doen, langs de Intermarché gereden voor shampoo (huismerken kennen ze hier bijna niet in de mini mercado's, shampoo en zonnebrandcrème is er schreeuwend duur) en gewoon om te zien waar het was en weer angstig geluisterd naar zeer vreemde geluiden achter in de auto. Ik vertrouw het allemaal niets. Een beetje door Sines gelopen en verwonderd naar de hoeveelheid nieuwbouw gekeken. Het oogt allemaal wat postmodernistisch en dat is in ieder geval mooier dan wat ze in de jaren zeventig hier hebben weggezet.
Vanaf vrijdag is het 'Semana de juventude', week van de jeugd met allerlei leuke dingen, zoals theater, mime-workshop, in-line skaten (toch spijt dat ik de mijne heb thuisgelaten) en zelfs een drum'n'bass avond. Nou, we zullen zien.
Naast Fredemar zit Augusto, eerst een gewoon café, maar nu een café waar rondborstige vrouwen je een bier voor vijfhonderd aansmeren. Vijf keer zoveel als bij Harry. Ik moet er toch maar eens kijken. Ik voel me toch zo'n beetje een geile vrijgezel. Ik moet in contact komen met iemand die goed Engels spreekt en me heel veel kan uitleggen.
Ik ben nog steeds bezig met de brief voor Austerlitz.

Vandaag is het een paar keer bewolkt geweest, maar verder zonnig. Ik zag al mensen aan het strand liggen en zelfs een duik in het water nemen. Maar nu ik gezien heb dat het riool in de baai loost, kan ik wel iets anders bedenken dan daar het water in te gaan.
Ik heb het eerste paar sokken al weggegooid. Verder zal ik een paar zwemvliezen, twee paar schoenen, drie overhemden, zes boeken, acht paar sokken en acht onderbroeken achterlaten. Allemaal uit de mode voor me, of versleten. En ook wat T-shirts met te mallotige opschriften. De kilo's tijdschriften, mijn zomercolbert dat echt te versleten is geraakt, enzovoort. Toch vrees ik zwaarder terug te komen dan ik weggegaan ben. In bepakking dan. Zelf val ik af bij het leven. Mijn broek gaat steeds losser zitten. Ik denk dat ik via Porto terug ga. Ga ik wat flesjes port kopen. Misschien weer een fles uit 1960. Heb ik weer een doel.
Ik ben begonnen mijn kleren twee dagen te dragen. Nog vier overhemden te gaan. Ook voor dat wassen moet ik een oplossing zien te vinden.
Hetzelfde vrouwtje dat in 1988 hier schoonmaakt maakt nog steeds schoon hier. Ze herkent me ook nog steeds.
Kwart over zeven, ik zal eens wat mensen gaan bellen.


H. S.
Utrecht

Sines, woensdag 17 maart 1999

H.,

Ik heb al heel wat kaartjes verstuurd naar je en ik weet niet wat ik al wel of niet verteld heb, dus met het risico dat ik me herhaal, een brief.
Ik ben pas om half vier vertrokken, nadat ik snel nog allerlei inkopen moest doen, zoals een snoertje kopen voor de modem van mijn PowerBook. dat lijkt achteraf vergeefse moeite, want alle telefoons zitten hier aan de muur vast gesoldeerd, dus ik kan nergens inloggen. Als je naar de internetpagina's hebt proberen te kijken, wist je dat misschien al. Ik hoop dat ik nog een of andere gelegenheid daartoe krijg. Ik ben er al sinds maandag mee bezig en als ik het niet oplos blijf ik ermee tobben, allemaal ten koste van mijn werk. En daarvoor was ik hier.
Toen ik vorige week maandag naar mijn auto liep was ik bang dat de junks misschien een ruit hadden ingetikt. Ik schrok me dus een ongeluk toen ik dicht bij mijn auto kwam. Het leek alsof de voorruit overlangs was gespleten. Maar het was je roos. Ik was erg ontroerd, maar achteraf was het misschien je vloek. Ik hoop dat je per briefkaart daarover al wat hebt meegekregen.
De reis was een hel. Met mijn stomme kop zonder benzine gestaan midden in de nacht, langs de snelweg, met al mijn spullen in de auto. Wat zou je weer gelachen hebben. Ik durfde hem niet alleen te laten en heb geprobeerd hem richting benzinepomp te duwen. Maar in mijn eentje, bergop, viel dat niet mee. na anderhalf uur had ik hem zestig meter verder gekregen. Ik heb staan janken, krijsen, gillen van frustratie en woede op mezelf. Waarom doe ik dit toch iedere keer weer? Je hebt goed laten weten dat je er niet bij was om me op het goede pad te houden. Ook letterlijk. Ik ben zo vaak verkeerd gereden. Op de hele reis trouwens maar 75 kilometer meer afgelegd als in 1996, dus dat valt eigenlijk nog mee.
Wat een frustratie allemaal. Ik ben alleen maar bezig geweest met het luisteren naar de motor en de banden. Ik hoorde alleen maar rare piepjes en steuntjes en ratels. Alsof het autootje tegen me werkte, omdat ik het gore lef had alleen naar Portugal te gaan. Ik heb veel gehuild, Helen, omdat ik alles herkende. Toen ik 'mè-è-è' deed bij het eerste bord met koe die toch op een schaap leek, sprongen de tranen vanzelf in mijn ogen.

Toen ik door het Douro-gebied reed werd ik zelfs al weemoedig naar de reis die we niet hebben gemaakt. Bragança was gelukkig heel anders in de kou (en ik heb verdomde kou geleden...) en de dag erna, toen ik langs Luís met zijn Daf ben gereden heb ik besloten om in één ruk naar Sines te rijden. Geen Coïmbra, geen Lissabon. Ik had in een ruk naar Sines moeten rijden, ik had al die herinnering-opwekkende routes moeten laten zitten. Maar ja, zelfs de rit door Spanje heeft zijn herinneringen. De startmotor begaf het trouwens toen ik op zoek was naar dat tortilla-restaurantje naast de benzinepomp uit 1995. Het is gesloopt en vervangen door een enorm hotel met een restaurant. En waarschijnlijk met hoeren.

Ik weet niet waarom ik je dit allemaal vertel. Hier in Sines voel ik me inderdaad thuis, en is alles redelijk onbesmet, al hebben we hier samen geslapen en een paar dagen doorgebracht. De nieuwigheden van 1995 staan er nog: de strandtenten, maar ze hangen half uit elkaar, de looppaden zijn kapotgetrapt, het zeil wappert in de wind. 'C'est Portugal', zegt Harry met een schouderophalen. Gelukkig geldt het ook voor het betaald parkeren. Alles staat er, maar het werkt niet.
Verder zijn er wat meer satellietschotels, er is veel reclame voor mobiele telefoons en af en toe zie ik daadwerkelijk ook iemand met zo'n ding staan. De Kreidlers en Zündapps waarop de vissertjes rondreden zijn nagenoeg allemaal vervangen door bromscooters, maar die Willempie-helmen dragen ze nog steeds. Het is geen gezicht.
Er hangt een groepje van zeven junks rond tegenover het postkantoor. Ik probeer me hun gezichten in te prenten, zodat ik ze kan herkennen als het nodig is. Nu nog een betonblok zoeken om mijn PowerBook aan vast te ketenen.
Harry is heel aardig voor me. De foto die jij in 1995 hebt gemaakt hangt in de receptie van het pension en hij vertelde dat hij tegen iedereen zegt dat er vaak een Nederlandse schrijver bij hem logeert. Vandaar dat hij nu voor een bureautje heeft gezorgd op mijn kamer. En ik kreeg ook een bord eten van hem, toen ik de 13de om half twaalf uitgehongerd aankwam. Hij vroeg nog naar je. Waarom vertel ik dit toch de hele tijd.
Had ik je al verteld dat er een nest mieren in mijn kamer zat? Harry wilde hem eerst ook niet verhuren omdat hij niet goed genoeg was. Ik snap nu ook wel waarom. Vrijdagnacht begon het te stortregenen en toen liep het water zo mijn kamer in. Er zit zo'n enorme kuil in mijn bed dat ik geen rug- maar nekpijn heb en de lichtschakelaar hangt los uit de muur.
Die mieren... hoe kun je het bedenken. Ik ontdekte ze zaterdag en zondagochtend hadden ze mijn afvalzakje gevonden. Een enorme karavaan van de wastafel naar het nachtkastje. Af en toe kwam er een voorbijstiefelen met een korst brood van tien keer zijn grootte op de zijn rug. Ik ben begonnen met de boel beter schoon te houden en het afvalzakje buiten te zetten. Ik heb ze ook nog proberen af te schrikken met ruitenwisserantivries, wat een soort spiritus is, maar dat hielp niet voor lang.
Overigens, er zijn grenzen aan de research die ik wil plegen, dus ik heb gisteren een spuitbus gif gekocht (eerst de prijzen in vijf winkels vergeleken) en het nest doodgespoten. Het voordeel van dit gif is dat het ook tegen eventuele kakkerlakken helpt. En als het spuiten niet helpt kan ik ze ermee op hun kop slaan.

Goddank schijnt de zon en is het warm.
Zie maar of je in hebt om terug te schrijven. Ik hoor nog wel van je.

Liefs,
Jack




donderdag 18 maart

Als ik er aan denk hoe ik als achttienjarige ten strijde trok tegen de auto's, dan is het opzienbarend met welk een plezier ik achter het stuur zit. Vandaag op en neer geweest naar Vila Nova de Milfontes, waar een Nederlands gezin woont. De rit ging door heel aangenaam Alentejaans landschap. Ik dacht altijd dat dat een paradox was, maar nee. Bochtige weggetjes, heuvel, dalen, weilanden, vergezichten. Slaperige dorpjes, voortsukkelende mannetjes. En dan rondrijden, met het dak of het linkerraam open, arm naar buiten leunend, muziek keihard.
Wat is alles dan ver weg. Zelfs de constante zeurtoon op de achtergrond in mijn hoofd dat ik eigenlijk zou moeten schrijven.
Toch is het een vruchtbare dag geweest. Ik wil de verteller van mijn boek modelleren naar Antonio, die in Sines in 1998 rondstiefelde, bietsend en babbelend. Antonio was op zijn dertiende op nationale tv geweest, omdat hij alles van mieren wist. Hij was een zeer intelligent manneke, maar de aandacht pakte verkeerd uit. Hij raakte aan de drugs, waarna een LSD-trip hem fataal werd en hem psychotisch achterliet. Hij zei altijd dat hij niet 'loco' was, maar dat er iets kapot was in zijn hoofd. En hij wilde naar Amerika. (Dat ligt recht tegenover Portugal. Toen ik terug in Nederland was zag ik een film van Wim Wenders, waarin een filmploeg in Portugal is om een sf-film op te nemen. Een van de karakters in de film staat ook de hele tijd naar Amerika te kijken. Mag ik dan het nog gebruiken? Ik vind van wel)
Later hoorde ik (later meer over via welke weg dat was) dat Antonio spoorloos verdwenen was. Toen ik hier in 1994 zat was hij inderdaad nergens te bespeuren. Ik heb wel naar hem gevraagd, maar veel informatie kreeg ik niet en toen boeide het me nog niet. Later besefte ik dat een hyperintelligente psychoot als verteller allerlei mogelijkheden biedt.
Vandaag was ik dus op bezoek bij Thijs en Hanneke Winnebunt die hier al twintig jaar wonen en vakanties aanbieden. Ik heb even gekeken wat ze hadden, maar het ging er me voornamelijk ook om om wat meer over de omgeving te weten te komen. Daarbij moet je geloof ik een jaar vantevoren reserveren. Toen ik uitlegde waarom ik in vredesnaam vrijwillig in Sines zat en het verhaal over Antonio vertelde, bleek dat hij tegenwoordig rondhangt in Milfontes. En soms in Lissabon en soms op het vliegveld van Faro, waar hij de overgebleven etensresten van de toeristen opvreet. Het moet hem zijn, want Thijs beschreef hem precies zoals ik me hem kan herinneren: het abrupte stapje, in hoog tempo, met één hand heen en weer zwaaiend. Hij zwerft een beetje heen en weer, dus Thijs heeft beloofd dat hij me zal bellen zo gauw hij hem in Milfontes ontwaart. Ik ben benieuwd. Het zou erg sterk zijn en een soort van godsgeschenk. Scheelt weer een hoop verzinnen.
Ik kreeg van Thijs ook nog
Zakenlunch in Sintra van Komrij mee, dat was aardig. Ik moet Nijgh & Van Ditmar even schrijven dat ze me een paar exemplaren van De gemonteerde vrouw sturen. Ik had er toch meer dan een moeten meenemen. Ik merk dat ik nog steeds moeite heb om uit te leggen wat mijn vak is. Meestal zeg ik maar dat ik journalist ben, of zoiets. Ik moet ook op mijn tong bijten om in Sines niet precies uit te leggen wat ik van plan ben.
Morgen mag ik op het cultureel centrum proberen met mijn computer in te loggen op internet. Daarna mag het niet meer, dan moet ik iets anders bedenken. Ik kan wel surfen in de bibliotheek (Hé! Kan ik de Volkskrant op internet lezen. Heb ik daar zin in? Eigenlijk niet. Ik mis het dagelijkse Nederlandse leven niet zo. Nog niet. Ik heb het echte vakantiegevoel over me, terwijl ik hier eigenlijk ben om te werken. Het is was erg aardig van de jongen die het kantoor van de 'Centro de Juventude' beheerde. Pedro heette hij. Misschien kan hij me helpen een adres te vinden waar ik wél mijn modem kan aansluiten, want het is wel kut dat er niets van mijn dagboekplan komt. In Amerika heb je telefooncellen waar je een stekkertje in kunt stoppen. Dat zou voor mij ook wel wat zijn, al zie ik me 's nachts niet met een laptop op straat staan.
Mijn schoenen zijn prachtig gerepareerd, met extra dikke zolen en hakken. Ook zeer vakkundig gedaan, voor weinig geld. Ik kreeg voor ik vertrok bij Mister Minute niet eens mijn sleutel gekopieerd, na drie pogingen werkte het nog niet.
Vandaag een dode das op de weg zien liggen. Of een marter misschien, ik heb nog nooit zo'n beest in het echt gezien. Nog even overwogen of ik hem in de berm moest schuiven, maar hij lag net na een bocht en zoals de Portugezen rijden leek het me dan toch maar slimmer om door te rijden.
Ik ben via Porto Covo (Poertkòvoe) teruggereden. Het viel me weer op dat tegen het einde van de dag altijd auto's met de neus naar de zee staan geparkeerd staan. Soms met stelletjes, soms met mannen alleen. Kun je dan ook als je aan de zee woont nooit genoeg ervan krijgen? Het zijn wel mooie zonsondergangen.
Ik hou van de zee. En van het geluid dat de golven maken op het strand van Sines.




vrijdag 19 maart

Vrouwkje Tuinman
Utrecht

Sines, vrijdag 19 maart 1999

Lieve Vrouwkje,

Als medewerker Nieuwe Media voor Rails zal het je misschien wel interesseren dat het hier in Portugal, in Sines, een van de industriecentra van het land onmogelijk is mijn computer aan te sluiten. Nee, begin niet over het feit dat ik een Mac heb, want dat is het probleem helemaal niet. Nagenoeg elk huis en elk café heeft een ouderwetse aansluiting: de telefoon zit met een draadje vast in de muur. Ik kan op geen enkele manier een connectie maken. Er zijn wel pensions en hotels die wat moderner in de spullen zitten, maar als je geen gast bent kun je het vergeten. Ik heb deze hele eerste volledige week in Portugal besteed aan het vinden van een oplossing. Ik ben naar het postkantoor geweest, waar ze me tot mijn stomme verbazing vriendelijk probeerden te helpen. Ik ben gewend dat iemand in dienst van het land zich achter een loket als een achterlijke potentaat gedraagt. Zo was het tien jaar geleden toen ik hier voor het eerst was en zo was het vijf jaar geleden toen ik hier voor de tweede keer was (vakanties tussendoor niet meegeteld). Misschien hielp het dat ik niet door een van de twee sjagrijnen werd geholpen die er al sinds 1988 werken. Het jongere volk is toch iets anders opgevoed, merk ik. Maar goed, op het postkantoor konden ze me niet helpen en verwezen ze me heel vriendelijk naar de vestiging van Portugal Telecom, waar niemand Frans of Engels spreekt. Mobiele telefoons verkopen is belangrijker dan een vreemde taal leren, geloof ik. De juffrouw reageerde gelukkig goed op mijn lieflijkste glimlach die inmiddels op mijn gezicht zit vastgebakken en belde Pedro op in het hoofdkantoor. Pedro sprak wel Engels. Sterker nog, hij was in Scheveningen geboren "Maaw iek sprek die tal niet mer", maar zelfs dit bloedverwantschap leverde me niets op. Ik ben ook nog naar de Turismo gegaan, die gerund wordt door een oudere jongere (dat jongere verdwijnt zo gauw hij spreekt en de gaten in zijn bovengebit zichtbaar worden) en die had wel een idee. Een vriend van hem had een café en daar mocht ik vast het snoer van de modem in de muur pluggen. Dat mocht ook wel, alleen het kon niet, want ook deze vriend was behept met een ouderwetse aansluiting. Bij andere cafés mocht het gewoon niet. De angst voor de techniek is hier heel groot. Men is bang dat de boel kapot gaat en een computer is hier toch een soort van ding van de duivel. Heel mijn mooie plan om een dagboek bij te houden vanuit het buitenland loopt zo in de soep. Ik mocht in de bibliotheek ook niet internetten, omdat ik niet in Sines woonde en geen abonnement had. Terwijl gisteren de vooruitzichten juist weer goed waren, toen ik op de Posto de Informação Juvenil een bijzonder aardige jongen ontmoette die zelfs bereid was om alle inloggegevens van hun abonnement bij mij in te voeren. Om eenmalig te kunnen mailen, daarna moest ik een andere oplossing vinden. Hij heette Pedro. (Weer een andere Pedro, maar ze heten hier allemaal Pedro of Antonio.) Vanochtend zouden we dat gaan regelen. Nu ben ik gisteren toevallig bij een Nederlands gezin in Milfontes geweest en daar kreeg ik als studielectuur Zakenlunch in Sintra van Gerrit Komrij mee, dus toen was ik meteen bang dat ik vanochtend voor niets naar het Centro zou lopen. En terecht. Maar tot mijn stomme verbazing werd er een briefje bij me bezorgd waarin Pedro zijn excuses aanbood voor zijn afwezigheid en voorstelde om het maandag op te lossen. Ik kan je dat boek van Komrij nog steeds aanraden, maar dit was wel in tegenspraak tot wat ik verwachtte. Ik heb nog een mogelijke oplossing achter de hand, maar daar wil ik nog geen gebruik van maken. Durf.
Ja, dit is dan het moderne Europa, met het Internet dat de hele wereld bijeenbrengt, maar in Portugal loopt de boel al vast. Terwijl ik in Sri Lanka, vorig jaar rond deze tijd al kon e-mailen, goddomme. In ieder geval heb ik weer een idee voor mijn volgende column in MacFan. Gelukkig heb ik floppies meegenomen.

bureau
Ik heb de luiken moeten sluiten om het scherm van mijn PowerBook te kunnen, zo fel schijnt de zon nog om zes uur 's avonds. Ik zit al een paar uur lekker binnen. Niet om de zon te vermijden, maar omdat ik al bijna vier uur in de zon heb gezeten. Mijn voorhoofd voelt strak en mijn neus droog, dus ik moet toch maar de zonnebrandcrème gaan aanspreken die al sinds de zomer van 1998 ligt te wachten op een vakantie naar Portugal.
Maar ja, er kwam iets tussen. Het klimaat nodigt niet echt uit om te werken. Ik zag de foto's van de carnavalsoptocht en de dames op de praalwagens zagen er heel Braziliaans uit. Qua weinig kleren. Dus in februari moet het hier toch goed uit te houden zijn. Vorige week, tijdens mijn reis heb ik pech gehad. Veel regen en wind. En 's nachts twee keer niet kunnen slapen van de kou. Ik heb ook veel geluk gehad, ik heb niet echt geconcentreerd gereden en hervond mezelf soms centimeters van de berm of gewoon op de andere weghelft. Niet goed. Ik ga al het verdere onheil niet beschrijven, dat moet je op de internetpagina's maar herlezen, als het me lukt ze erop te zetten. Desnoods achteraf.
Maar het weer dus. Ik denk dat we tien uur onafgebroken zon per dag wel halen en tussen 11 en 4 is het zeker 20 graden. Dat gaat de komende dagen alleen maar beter worden, weet ik nog van de vorige keer. Ik streef naar het ritme van om half 10 opstaan, douchen, ontbijten, koffie drinken, brieven naar het postkantoor brengen. Dan van 12 tot 4 schrijven. Dan een kopje koffie drinken en daarna doorlopen naar het strand met een boek. Ik heb mijn sjieke gebonden Ulysses , Rayuela , Op zoek naar de verloren tijd 5 , Verzameld Werk van Elsschot en 3a+b van De tandeloze tijd (tandenloze tijd?) toch maar meegenomen uit mijn eigen kast en niet geleend. Om te beginnen lees ik een stapel pockets, die ik daarna weg kan gooien. Nou ja, achter kan laten. Ik ben nu met De zelfmoord van de meisjes bezig . Bevalt me wel. Ik heb ook nog De informatie van Martin Amis bij me, dat ik van Ronald heb gekregen. Hij heeft het ook aan Tommy gegeven, geloof, waardoor ik nog gevraagd heb of het een stille hint was. Het is lang geleden dat ik met een boek aan het strand heb gezeten, ik was vergeten hoe lekker dat ook alweer is. Een beetje naar de meisjes in bikini kijken (het straffeloze voorrecht van de vrijgezel), wegmijmeren op het geluid van de ruisende golven en meedrijven op de ongebreidelde fantasie van iemand die een verhaal bedenkt. En dan gaat er een mobiele telefoon.
Je wordt doodgegooid met reclame voor mobiele telefoons, maar goddank zijn er maar heel weinig mensen die er een hebben. Het is hier echt nog het penis-verlengstuk dat het een jaar of twee, drie geleden in Nederland was. Hoewel ik er ook veel vrouwen mee zie lopen. Het is in ieder geval een teken van nouveau-richerigheid. De economie in Portugal gaat vooruit, maar zoals overal betekent het voor de bovenlaag dat ze rijker worden en voor de onderlaag dat je straatarme kansarmen op het platteland en in de sloppenwijken krijgt en een welgedane middenklasse in de grotere dorpen en de steden.
Ik ben wel blij dat ze er zijn, omdat ik hoopte in mijn tweede boek een beeld te kunnen gebruiken met mobiele telefoons.

301
(kamer 301)

Ik kreeg overigens te horen dat ik in het slechtste pension van Sines logeer. Dan is het bijna komisch als je weet dat de pensionhouder Harry de kamer die ik per se wilde hebben (301) niet aan me wilde verhuren omdat hij te slecht was (terwijl ik dit schrijf steekt er nu zo'n verkoelend briesje op, waardoor ik blij ben dat ik vannacht onder vier dekens, een sprei en een plaid kan slapen, met mijn pyjama aan). En dat terwijl hij hem sinds de vorige twee keer dat ik hem huurde mooi wit had opgeschilderd. De witte verf maakte eigenlijk alleen maar duidelijk wat een gribushok het is, alsof je rouge op de wangen van tandeloze ouwe hoer smeert.

301bed
Het ergste was eigenlijk het bed, waar zo'n diepe kuil inzat dat ik 's ochtends niet wakker werd met rugpijn, maar met nekpijn. Maar zoals de Rough Guide zegt, Harry is erg vriendelijk en hij heeft me al een bureau bezorgd en sinds vanmiddag staat er een andere twijfelaar op mijn kamer, met een lattenbodem. Hij is apetrots op het feit dat er een schrijver in zijn pension logeert. H. heeft een foto van hem en mij gemaakt in 1995 en die hangt trots boven de receptie. Ik heb hem een exemplaar van de DGV gegeven en dat ligt nu al meer dan een week achter de bar van het cafe.
Zoals je al schreef, ik geniet van de afstand tot Nederland en al moet ik toegeven dat ik al gekeken heb hoe groot de omweg is naar Nederland als ik via Porto ga, wat mij betreft ga ik hier voorlopig niet weg. Ik heb het echt heel erg naar mijn zin. Ik voel me erg goed en ik heb het idee dat ik nog meer ben afgevallen, sinds mijn ziekte. Portugal is goed voor de lijn. Smeuïge roddels mag je me altijd wel meedelen. Het hele circuit laat me verder koud. Ik was helemaal vergeten dat het Boekenweek was. Alleen zal ik een droom moeten opgeven. Bij de makelaar zag ik dat een huisje in deze omgeving niet voor niets is. Voor 80.000 gulden kun je een krot kopen. Een stuk land aan zee doet al gauw 400.000 gulden. Maar dan heb je wel 6 hectare, met twee ruines. Dat zijn twaalf voetbalvelden geloof ik. Probleem is dat Portugal geleerd heeft van de ecologische ramp die de Algarve nu is en dat het hele kustgebied onder Setubal tot en met Sagres nu beschermd landschap is. Je mag niet hoog bouwen en je mag niet meer dan een minimaal percentage van je land (ik geloof een half procent) bebouwen. Maar hier voorgoed wonen is niets voor mij, denk ik. Hebben van de zaak is het eind van het vermaak en meer van die dingen, ik weet het niet. De niet geconsumeerde liefde blijft langer leven en meer van die onvolwassen dingen, maar voor volwassen gedoe moet je niet bij mij zijn (dat is volgens mij een van de voorwaarden om te schrijver te willen zijn, niet volwassen willen worden). Ja, laat alles maar ver weg in Nederland. Ik lees oude Blvd.'s, oude VN's, oude Safe's (ik moet zeggen dat sinds Ruud hoofdredacteur is ik voor het eerst een Safe ook daadwerkelijk helemaal heb gelezen), het nieuws op tv gaat alleen over Portugal of over de naderende Europese eenheid. De telenovela van dit moment is 'Torre de Babel' vol ingemene vrouwen, die meer dan vroeger weinig verhuld ronddarren in slaapkamers en overspelige hotelkamers. Antenne 3 draait overdag weer bijzonder aangename nieuwe muziek ('s avonds komt er af en toe een pastoor palaveren, maar ik heb ook 30 bandjes bij me) en elke weekend draait er een film. Ik heb al 'Celebrity' gezien, morgen draait 'Payback' en ergens in de komende weken 'A Bug's Life', de veel leukere mierenfilm dan 'Antz', vanwege door Pixar van Apple's Steve Jobs gemaakt. Ik schrik er zelfs van dat ik nog maar netto 9 weken hier zal zijn, 63 armzalige nachten. Als het nodig is blijf ik wat langer (maar ik ben ook benieuwd hoe huilerig heimweeig mijn brieven over 6 weken zijn...)

Ze vieren vandaag in Portugal Dia do Pai, Vaderdag, omdat het de dag van Heilige Jozef is. Ik heb nog wel even kort aan mijn vader gedacht (dat wil zeggen: meer dan normaal), ook omdat zijn sterfdag precies over een maand is. Harry, de pensionhouder, loopt een beetje te monkelen. In 1995 heeft hij zijn hart uitgestort bij H. Hij woont in zonde samen met een vrouw hier, maar zijn wettige echtgenote en en zijn kinderen wonen in Frankrijk. Daar zit een hoop leed achter. En stof voor een verhaal, maar ik ben niet voor hem naar Portugal gekomen.
Overigens deed je brief er exact twee dagen over. Omgekeerd zal het wel niet zo zijn, maar het is nu vrijdag.

Liefs,
Jack




Zaterdag 20 & zondag 21 maart 1999

In meerdere opzichten kan mijn vertrek naar Portugal als een vlucht worden gezien en je kunt het net zo futiel en dramatisch maken als je zelf wilt. Op de vlucht voor het dagelijkse leven in Nederland dat bestaat uit de krant lezen, beantwoorden van e-mails, websurfen, aan de telefoon ouwehoeren, stukjes schrijven, Explosief kijken (iedereen heeft zijn beschamende zwakte, de mijne is dat ik verslaafd ben aan reality-programma's), mensen opbellen en aan de bar hangen. Op de vlucht voor het troostende bad van de watten daaglijksheid, zodat je niet aan werken hoeft te denken. Op de vlucht voor de stommiteiten die je hebt uitgehaald en waarvoor je liever geen rekenschap wilt afleggen. Op de vlucht voor mijn ex-geliefde. Op de vlucht voor de tijdverslindende verlokking van andere vrouwen.
Het zal allemaal wel ergens tussenin liggen.
Zo dramatisch is het allemaal niet. Als het moet ben ik in vier uur reistijd terug in Nederland. Als ik echt had willen vluchten, dan was ik wel naar Sri Lanka gegaan, of Marokko. Ik geloof echter in de heilzame werking van regelmatig weg te zijn uit je dagelijkse bestaan. Alleen. Omdat je dan alles beter waardeert enzovoort. Ik kan me in de twintig jaar dat ik Utrecht woon maar drie keer herinneren dat de stroom uitviel. Gisteren viel hij hier twee keer op een avond uit. Ik was bang dat het mijn schuld was, maar de combinatie van PowerBook, printer, gettoblaster en spaarlamp boven mijn bureau slokt hooguit 60 watt op (ik ben waarschijnlijk de enige in Nederland die de moeite neemt dat uit te rekenen). Gelukkig heb ik eraan gedacht een zaklantaarn mee te nemen, waarschijnlijk omdat er nog onbewuste herinneringen aan 1988 en 1994 in mijn hoofd zaten. Het zijn nietszeggende ontberingen, zoals het doorgezakte bed, het ontbreken van warm water op de kamer zodat het scheren niet lekker gaat, de gore plees en douches beneden. Zelfs de problemen die ik met de auto had zijn nu lachwekkend simpel voor me, met mijn IRK en credit-card, waarmee je in Frankrijk gewoon een ijsje kunt kopen. Op mijn eerste Interrailreis in 1986 heb ik wel eens een dag niet kunnen eten omdat ik nergens mijn girobetaalkaart kon verzilveren. Nu trek ik hier gewoon geld uit de muur. Maar het is zo prettig, die breuk met de dagelijkse sleur.
Maar goed, je kunt vluchten wat je wil, voor jezelf vluchten is onmogelijk. Na twee dagen ben ik op mijn kamer van drieënhalf bij drieënhalf weer bezig met hetzelfde als thuis in Utrecht: verplaatsen. Binnen de kortste keren had ik me weer omringd met onmisbare papieren, doosjes, koffertjes en stapels tijdschriften die ik constant verplaats van stoel, naar bed, naar tafel, naar bovenop PowerBook en weer terug naar stoel. Gelukkig frustreert het me nu iets minder dan wanneer ik thuis ben, maar ik begin in te zien dat de troep waardoor ik voortdurend omringd ben (snoertje, snijmes, schoenen, boekje, pennen, foto van bruid in lingerie) minder te maken heeft met het gebrek aan ruimte, maar met mijn gebrek aan efficiëntie.
Dat in ieder geval alweer geleerd.

Vrijdagavond is de Semana de Juventude begonnen. Met een groot concert in de Salão de Musica. Flinke teringherrie die ik geprobeerd heb te overstemmen door de radio aan te laten. Ik laat mezelf graag in slaap vallen met bijvoorbeeld Brian Eno, maar een radio die drie uur doorspeelt, dat is niet goed. Ik weet dat ik het op de lagere school ook deed, maar meestal nam je dan op een gegeven de muziek en de stemmen op in je dromen, die dan al gauw nachtmerries werden. Waarschijnlijk droom je het eerste uur van je slaap niet. Ook deze keer werd ik wakker van een nachtmerrie.
Zaterdag was weer een mooie dag en ik besloot de hele dag maar op het strand te gaan zitten. Op het moment ben ik me aan het inlezen en waarom zou ik dat binnen doen? Vantevoren mijn gekleurde overhemden en ondergoed gewassen, die in de zon wapperend zo lekker naar buiten gedroogde was gaan ruiken. Daarvoor een beetje besmuikt het ligbad gebruikt dat ik hier in 1994 heb ontdekt. Op het strand was een zeildemonstratie en het barstte er van de jongeren. Tussen mijn leeswerk door even de rituelen van de jeugd bestudeerd. Toch een paar interessante dingen gezien en ik hoop er de komende dagen meer van aan de weet te komen. Over de billen van de Portugese meisjes kan ik al wel een verhandeling schrijven en dat ga ik ook een keer doen.
Op zaterdag is pension F. officieel dicht en daarom ga ik maar naar de film. Gisteren draaide Payback - A Vincença met Mel Gibson. Een beetje een flauwe film, maar dit is in het algemeen toch het genre waaraan ik zal moeten wennen. Er zat weer hooguit een man of dertig in de zaal, maar beduidend minder meisjes dan vorige week. De zaal is in een afstotelijk bruin en beige geschilderd, de klapstoeltjes zijn van skai terwijl de keiharde zittingen naar voren buigen en het geluid is abominabel slecht. Geen wonder dat hier geen mens komt.
Na de film ben ik even langs het autootje gelopen en daarna heb ik nog even overwogen naar Festa Coloured Sound te gaan, de drum'n'bass avond die mijn vriend Pedro van het cultureel centrum heeft mee-georganiseerd. Ik was echter bang dat ik er niet hip genoeg uitzag. Het was wel grappig om aan de deur het vaste morsige mannetje te zien staan dat daar in 1976 waarschijnlijk door de communistische partij (PCP) voor het leven aan een baan is geholpen, maar nu geflankeerd door een reusachtige (d.w.z. groter dan ik) buitenwipper met aanstellerig dingetje in zijn oor. In de zaal ernaast, de onvermijdelijke bunkerachtige Salão de Povo die je in de Alentejo overal ziet, was het wekelijkse bal aan de gang. De opgedirkte middenstand die zich laat vermaken door een accordeontrio met ritmebox. Of zoiets.
Ik was blij dat ik opeens een berstende koppijn had gekregen, zodat ik niet voor de onmogelijke opgave stond een keuze tussen de twee zalen te moeten maken.

baai
Gelukkig was ik ook moe, zodat ik ruim voor zes uur het gedrum en gebas niet meer hoorde en vanochtend om het christelijke negen uur wakker werd.
Het begin van de lente heb ik vandaag gevierd door lekker vroeg naar het strand te gaan en omdat ik mezelf keurig met Kruidvat Babyzonnebrandcrème Factor 15 heb ingesmeerd, ben ik Echt Verkleurd (in plaats van verbrand). Alleen aan de voorkant. Ondertussen het boekje van Marriëtte Haveman gelezen
Over fotografen, zodat ik me dus echt niet schuldig hoef te voelen. Ook nog de bijna 500 fotokopieën van The Ants op volgorde gelegd en wat witte was gedaan.
In de VN die ik nu aan het lezen ben stond in de column van Natasha Gerson iets over de zegeningen van 'gaffer-tape'. De fotograaf waarmee ik naar Sri Lanka ben geweest zwoer er ook bij en het is verdomd handig. Oersterk en toch scheurt het gemakkelijk af. En zoals Natasha had gezien: je kunt er in hotelkamers, waar nooit een stopje in de wasbak zit om te voorkomen dat je gaat wassen, de afvoer van je wasbak mee dichtplakken, zodat je kunt wassen. En twee uur later heeft het nog steeds niet losgelaten. Dank je, Natasha!