maandag 17 mei

Vanochtend wakker geworden met die mengeling van blijheid en droefenis die normaal is na bepaalde dromen. Ik geloof niet in de voorspellende betekenis van dromen. Ik geloof zelfs niet in een betékenis van dromen. Heel lang blijven liggen om van het gevoel te genieten. Als ik heel erg prettig gedroomd heb probeer ik terug in mijn droom te komen. Soms lukt dat, als is het meestal een soort van halfslaap waarin je terechtkomt.
Ja, het was een erotische droom, maar in al zijn aangenaamheid was hij te bizar om op te schrijven.
De elfde week in Portugal is begonnen. Het loopt op zijn eind. Gisteren kreeg ik tijdens het eten een fotokopie van een krant uit 1996 onder mijn neus geduwd door Elizabet. Er stond een gedicht met als eerste regel 'Sines é bela e graciosa'. Sines is mooi en gracieus (... als een jonge maagd, ging het verder en de zee was haar verloofde). De boodschap kwam over. Er zijn mensen die van Sines houden. Harry vertelde dat de auteur de mevrouw is die permanent in Fredemar woont, op kosten van de staat. Ik zal er maar aan moeten wennen, aan deze reacties.
Toen ik vanochtend naar de plee ging trapte ik in de gang dwars door de vloer.
Omdat ik nog steeds op een belangrijke e-mail zit te wachten bij Pedro langs gegaan. Op weg naar huis liepen we een stukje op. Ik vroeg of hij broers en zussen had (dat had hij al een keer verteld) en of hij een vriendin had. Nee. Een vriendje misschien? Hij reageerde heel gebeten. 'Als ik een gewone jongen uit Sines was geweest dan had ik je nu je op je bek geslagen,' zei hij. 'Hé, ik kom uit een tolerant land,' zei ik. Maar nee, het was geen gespreksonderwerp.
De e-mail was aangekomen overigens.



Ryszard Ryzlak
Kutno

Sines, Monday 17-5-1999


Dear Ryszard,

So it was you calling me. The owner of the pension told me someone tried to reach me a few times. He couldn't give me a name and I was expecting a call because of the problems I have with my car and computer. I never would have guessed it was you.
The young Portugese speak English quite well, especially those who stay at school after 15. Because Portugal is a poor country a lot of the youngsters stay at home after this age to work. The owner speaks French and that's the language we speak to eachother (I'm improving my French, but with an Portugese accent). The lady you talked to at the telephone, his girlfriend, only speaks Portugese. I I only know a few phrases in Portugese. I won't die of starvation, I'll never have to sleep in the open air and I can get my clothes washed and I even understand most of the meaning of the articles in newspapers by now, but a real conversation isn't possible. Yet. Because I'm thinking of renting an appartment in Lisbon, I will break the vow I ever made not to study ever again: I'm going to take lessons in Portugese. It's mostly the pronunciation that causes the problems. For me there's no logical connection between the word and the way it's pronounced.
You called them very sympathetic. They are. But they are also kind of shy and it's hard to really connect to them. Sines is a small village and like all over the world, small villages remain traditional, slightly xenophobic and backward. The Portugese remind me of the Hungarians and I think it's no coincidence I like the people of these two countries. Both are melancholic, like me, and both feel it's impossible to change things so you have to accept them as the are, like me. At the same time these people revolted against their government. The Hungarian, with bloodshed, against the communist regime in 1956, the Portugese, peacefully (even though some people were killed), in 1974. I'm curious what my revolt will be and against what or whom...
I'm leaving for the Netherlands the 7th of June. I won't have much time answering letters the last week, so sending the reply to this letter to the Netherlands is allright.

Yes, you sent me an impressive list of cd's of bands, even Dutch I never heard of. After Tea? Cargo? Cosmic Dealer? Drama? I will do my best to find them. You told me they were released on a German label. Even though there is free traffic between the member states of Europe, that doesn't mean you can actually get everything from another country. Books, cd's, wines, spirits will have to have a distributor first. I tried to order an old cd once and it took three months to get it. Once I heard a song in Belgium. I asked for the name of the band and the cd, but only after six weeks I could get hold of a copy in Utrecht. The idea of an united Europe is still an utopia and has nothing to do with the real Europe we are living in now. I'm not that paranoid, but sometimes it feels like a conspiracy of bankers and multinationals. I'll give you an example. We were told the Euro would end the hassle with exchange rates and commissions and thus would save the people money. But now the banks told us they will charge us for getting money from an ATM (cash dispenser), because they don't make money with exchange rates and commisions anymore. Go figure.

I didn't know Poland is in the NATO yet. Yes, it must be strange, after being taught for years that Germany is your worst enemy. Germany was ours to, but we are with them in the NATO for ages. Germany is even one of the most popular holiday destinations for the Dutch (it was for my father, even after being forced to work there during WW II). But you can't compare the Dutch situation with the Polish, your country being invaded and divided several times. Spain used to be our worst enemy and the Dutch and Portugese constantly invaded each others colonies. And who's afraid of these three countries now, these invaders and slavetraders, that at some time ruled the world?

Best Wishes,
Jack


Floor Scheltens
ZEIST

Sines, maandag 17 mei 1999


Lieve Floor,

Dus volgens jou is de cello voor vrouwen het instrument met het meeste sex-appeal. Ja, ik kan me de foto's ook zo voor de geest halen van een naakte vrouw die een cello tussen haar gespreide benen houdt, maar dat heeft niets met het sex-appeal van het instrument te maken. De vorm wel, vooral als je die foto van Man Ray voor de geest haalt. Een drumstel is niks. Hoe kun je nu ooit een romantisch potje voor je geliefde drummen? 'Zal ik ik je eens lekker in slaap drummen, schat?' Ik kan me meer voorstellen bij gitaar of piano. Dwarsfluit, of panfluit, daar trek je een raar bekkie bij. Een vrouw met een sax, dat is weer heel Freudiaans. Een man die een gitaar bespeelt ook. Het woord 'bespelen' alleen al. Zowiezo maak je meer indruk met muziekinstrumenten dan met woorden. Maar wie schrijft er nu om indruk te maken op de vrouwen? Rudy Kousbroek. Hij zei een keer in een column dat hij schreef in de hoop dat er een meisje naar hem toe zou komen en zou zeggen: 'Met u heb ik altijd een keer naar bed gewild.'
Overigens denk ik dat mannen alles doen om indruk te maken op vrouwen. Boeken schrijven, voetballen, Kosovaren martelen, in het Zwanenmeer dansen, bergen beklimmen. En homo's dan? Ook die, die willen indruk maken op hun moeder.
Ik vraag me af waarom vrouwen dingen doen. Ik denk niet om indruk te maken op mannen. Om indruk te maken op andere vrouwen. Ook.
Zoals je zelf al opmerkte, in de harmonie of fanfare vind je ze eigenlijk niet, instrumenten met sex-appeal. Eigenlijk is zo'n hele harmonie/fanfare/ drumband van een ongelofelijke truttigheid. De majorettes uitgezonderd, natuurlijk, maar dat is te gemakkelijk.
Ik ga me overigens altijd heel ongemakkelijk voelen van harmonies. Dat doet me denken aan de zwoele zomeravonden in Zundert dat ik naar bed moest, terwijl het nog licht was en ik in een nachtmerrieachtige halfslaap raakte waaruit ik opgeschrikt werd door de schelle tonen van een harmonie. Het is stompzinnig, maar je kunt het vergelijken met Hedwig in
Van de koele meren des doods, die het benauwd krijgt van knopenwinkels. Overigens, toen ik dat boek moest lezen in mijn eerste jaar kon ik me die angst levendig voor de geest halen. Ik raak in paniek van losse knopen. Ik zat vorig jaar bij Casa Sanchez te wachten op een tafel, toen de eigenaar een knoop naast mijn wijnglas legde en vroeg of ik die verloren was. Ik wist niet hoe snel ik er een servet overheen moest leggen, tot stomme verbazing van mijn toenmalige geliefde. Ik heb geen enkele moeite met knopen vast aan mijn kleren, daar kan ik normaal aan pulken, maar op het moment dat ze losspringen heb ik moeite om ze zelfs maar op te rapen. Als je toen die verloren knoop teruggegeven had, had ik waarschijnlijk gezegd dat hij niet van mij was. Ik krijg bijvoorbeeld al kippenvel van het woord 'knopendoosje'. Een heel naar woord.
Als ik een knoop van de manchetten van mijn overhemd verlies niet ik ze voortaan vast (met koperen nietjes, ijzeren gaan roesten als je ze vergeet te verwijderen voor het wassen).
Zo hebben we allemaal wat. Ik ga tenminste niet de fietsenstalling af om aan fietszadels te ruiken. Nou ja, niet van herenfietsen in ieder geval....

Brieven schrijven is inderdaad een prettig tijdverdrijf. De laatste tijd was het er een beetje bij ingeschoten. Hier in Sines heb ik alle tijd van de wereld. Ik was van plan een heel persoonlijk dagboek te gaan schrijven, openhartig, nietsontziend, maar dat lukt me niet. Ik ben iets te zelfbewust. Ik vind het al snel aaanstellerij, zoals ik me de laatste tijd ook meer iemand voel die de schrijver uithangt, dan dat hij het werkelijk is.
Persoonlijker dan dit wordt het niet, want ik moet echt een gezicht tegenover me hebben om de moeite te willen doen aandacht te besteden aan mijn zinnen. Het is uitsloverij, brieven schrijven, zoiets als met losse handen voorbij een groepje meisjes fietsen, of met grotere slagen gaan rijden als je een terras passeert op je skates. Tegelijk probeer ik natuurlijk observaties en verhaaltjes uit. Het nietsontziende gaat gewoon door, in telegramstijl, met hatelijke opmerkingen over mezelf, de wereld, de klootzakken die me dwarszitten en beschrijvingen van de dromen die ik elke nacht heb, in een dagboek achter slot en wachtwoord.
Een roman schrijven gaat dus een stuk sneller als je net doet alsof het eigenlijk een heel lange brief is (toen ik in zes athenaeum verliefd was heb ik tijdens de kerstvakantie een brief van 160 kantjes aan het wazige object van mijn verliefdheid geschreven, dus dat kan ik wel).

Ik ben bang dat je dus nog even moet wachten op mijn volgende roman.


Liefs,
Jack




Dinsdag 18 mei 1999


Jiska Bours
UTRECHT

Sines, 18 mei 1999


Lieve Jiska,

Ik geloof helemaal niet in voorbestemming of hogere machten die een spelletje met me spelen, maar af en toe kan ik me voorstellen dat mensen zich wel laten meeslepen. Even kijken, wat is me allemaal overkomen. In 1994 heb ik in Porto
Schindler's List gezien, die een Oscar voor de grootste kitschfilm kreeg. Die was laatst hier op tv. Mieren spelen een belangrijke rol in mijn komende boek en er zat een mierennest in de kamer die ik per se wilde hebben. Er is nu een plaat uit die Ants heet. In 1994 hoorde ik voor het eerst Mr. Jones and I van Counting Crows hier in Portugal op de radio. De laatste weken wordt de plaat weer regelmatig gedraaid (en nu krijg ik opeens een briljant idee, even noteren) samen met andere groepen die ik toen voor het eerst hoorde: The Cranberries, Suede. In De gemonteerde vrouw staat een scène waarin een plastic zak tussen de Boedapester flats heen en weer waait. In de eerste week zag ik zo een zak minutenlang boven het strand rondzweven. Voorbeelden te over.
En wat betekent het? Niets.

Je mag me gerust brieven op luchtpostpapier sturen. Alle brieven gaan binnen Europa toch al via luchtpost rond. En het ziet er inderdaad veel gezelliger uit en Nederland lijkt er een stuk verder weg door te liggen. Dat is ook de reden waarom ik met de auto naar Portugal gaan veel lolliger vind. In de tijd die het me kost van Sines naar Lissabon te rijden, was ik met het vliegtuig al van Lissabon naar Schiphol gevlogen. Met de auto is veel geleidelijker, je kunt gemakkelijker aan je nieuwe omgeving wennen en op de weg terug groeit het verlangen op een prettige wijze (twee dagen later is het alsof je nooit bent weggeweest).
Ik krijg hier gemiddeld zeven brieven per week, al negen weken lang. Het is grappig hoe elke envelop er toch weer anders uitziet. Sommige herken ik al van ver. De kringloopenveloppen van Vrouwkje, de HEMA-enveloppen van jou.

Ik heb helemaal niets met denksporten. Ik kan me nog herinneren hoe neurotisch mensen bij mij op de Van Lieflandlaan raakten als de NRC met het cryptogram kwam. Het hele weekend waren ze ermee bezig. Het komt omdat ik heel slecht ben in abstraheren. Dammen, schaken, Cluedo, Stratego, het is allemaal niet aan mij besteed. Toen ik in 5 Athenaeum na drie proefwerken een 2+ gemiddeld stond heb ik wiskunde laten vallen en ben ik Frans gaan doen. Dat leverde me een tamelijk waardeloos vakkenpakket op en ik was waarschijnlijk de enige vwo'er in Nederland die eindexamen deed met scheikunde en biologie zonder wiskunde. Daar ging mijn droom om diergeneeskunde of biologie te gaan doen. Daarom is MS-DOS nooit bij me aangeslagen en de Mac wel (het heeft een rood puntmutsje en loopt gefrustreerd door het bos: Paulus de Doskabouter), daarom heb ik nooit goed leren koppelen en schakelen en rijd ik in een Daf en daarom is Trivial Pursuit het enige spelletje dat ik nagenoeg altijd win.
Ik moet dingen concreet voor me zien. Papier en cijfers doen me niets. Ik kan uren naar een tabel kijken zonder hem te begrijpen, terwijl een korte uitleg al genoeg voor me is.

(Op dit moment stormt het buiten. Slagregen die door de kozijnen heen komt en over een half uur door het dak. Godallemachtig. Portugal. 17 mei. Al weken lang hebben we hooguit twee halve dagen zon per week. Geen wonder dat ik Nederland niet mis. In 1994 had ik na vier weken strakblauwe lucht in april enorme behoefte aan Nederlands weer: regen, stapelwolken. En nu krijg ik het hier geserveerd.)

Het loopt een beetje fout met mijn infiltratiepogingen. Mijn stukje voor de krant is niet in goede aarde gevallen. Het blijkt dat nagenoeg iedereen het slecht gelezen heeft. Dat komt misschien door de titel 'Niemand houdt van Sines'. Of misschien is de ironie in de vertaling verloren gegaan, dat kan natuurlijk ook. Ik moet toch eens afleren ironisch te zijn. Alle problemen die ik op mijn nek haal komen door mijn ironische grappen.
Ik stuur het stukje hierbij mee. Ook in Portugese vertaling.

hond2

Ik heb de schurft aan honden, maar het verhaal over jullie hond ontroerde me – al kan dat ook komen door de manier waarop je het vertelde. Zouden honden ook kinds kunnen worden? Ik denk af en toe nog wel eens aan Pukkie, de hond van mijn eerste hospita. Dat beest kon zo ongelofelijk zuchten en mij bedroefd aankijken.
En ruften, maar dat kwam van de kanker (ik hoop dat het bij mij een andere oorzaak heeft).
Ik heb niet alleen de schurft aan honden, ik ben er ook bang voor. Maar om een of andere reden niet voor de Portugese honden.
Ze zijn altijd bezig, ze lopen altijd met een duidelijk doel voor ogen ergens naar toe (net als de meisjes van Sines, die om twee uur 's nachts met zekere stap over straat gaan). Bij Vela d'Ouro, waar ik 's ochtends en 's middags altijd mijn koffie drink bewaken twee ongelofelijk schurftige mormels met veel kabaal hun gebied. De kleine keft hysterisch, de grote ontbloot kwijlend zijn tanden. Daarna komen ze aan mijn voeten liggen, want hoe erg ik honden ook haat, ik schop ze nooit. En die beesten zijn zo dom dat ze daardoor denken dat ik ze aardig vind. Ze zijn in ieder geval erg komisch, vooral als er een pick-up voorbijkomt met een enorme hond in de laadbak. Dan worden ze overmoedig omdat ze toch wel weten dat het beest er niet uitkan.
Toen ik hier net was trof ik aan het strand een enorme herder die onmiddellijk op me af kwam. Het was zo'n herder met een dikke vacht. Hij duwde zijn neus tegen mijn tas, maar het bleek dat hij wilde spelen. En hij begreep maar niet dat ik geen apport met hem wilde spelen. Ik heb hem nooit meer gezien trouwens.
De zwerfhonden schijnen hier een groot probleem aan het worden te zijn, vooral aan het strand in het noorden. Ik kan me inderdaad de troepen herinneren toen ik in 1995 met Helen in Nazare was. Er liep een hond die zijn voorpoot gebroken had en waarvan de breuk nooit geheeld was. Het leek alsof hij een extra gewricht had gekregen, zag er afschuwelijk uit. Ik heb de schurft aan honden, maar mijn hart brak.
Je komt hem nog een keer tegen.

Ach, praat me niet over dwingende behoefte aan seks en aan, inderdaad het mooiste, het gevoel daarna dat je alleen maar wilt liggen, babbelen, doezelen en elkaar wilt fijnknijpen. Het gevoel dat je nooit bij een vreemde hebt, maar alleen bij die ene bij wie je dom mag zijn, bij wie je voeten mogen stinken, die moet lachen als je haar 's ochtends recht overeind staat, die je niet uitlacht als je moet huilen om een tekenfilm of Beverley Hills 10210.

Overigens! ben ik 10 juni weer terug. Donderdagavond in De Bastaard. Elf uur.

Liefs,
Jack


nostalgie
Ninguém gosta de Sines

"Sines (...) é a única terra nesta parte da costa que os visitantes podem deixar de visitar sem pensar. Vasco da Gama nasceu aqui, mas devia estar a revolver-se no túmulo se pudesse ver o que as refinarias, estradas, caminhos-de-ferro e oleodutos têm feito com os arredores."
Isto é o que diz o Rough Guide Portugal, e será difícil encontrar outro guia turístico com uma opinião diferente sobre Sines. Mesmo o escritor luso-holandês José Rentes de Carvalho, autor do livro Portugal, een gids voor vrienden (Portugal, Guia para os Amigos), aconselha os visitantes a ficar longe. A diferença é que ele lembra o belo passado da antiga vila de pescadores.
Apesar de tudo, estou aqui, neste lugar onde toda a gente diz não se dever ir (e eu ainda nem comi na Varanda do Oceano, a única razão para ir a Sines, de acordo com ambos os guias). Apenas porque não se vê um monte de turistas alemães irascíveis, holandeses barulhentos ou franceses arrogantes.
Tento perceber como é que as bichas no posto dos correios funcionam, porque é que as mulheres portuguesas usam tanta lixívia, porque é que os restaurantes têm frango na ementa mas nunca têm realmente frango, e se os portugueses gostam ou não gostam de cães.

Sou da Holanda, um desses países excessivamente organizados da Europa do Norte onde os autocarros e os comboios chegam a horas, onde o telefone, a electricidade e a água são baratos e nunca tÍm falhas e onde o sistema de saúde é de alta qualidade. É também um país onde chove bastante (nunca nos habituamos a isso, acredite-me), onde não se pode pintar a porta da frente da cor que se quer sem pedir uma autorização à câmara municipal, onde o jantar é servido, impreterivelmente, às 18h00, e onde uma bica custa 250$00.
Isto dá-me autoridade para julgar Sines? Provavelmente não, de qualquer maneira vou fazê-lo.

Não discuto a necessidade do desenvolvimento de complexos industriais e de portos aqui porque isso deve ter o seu sentido. Deve. Mas estou estupidificado por ver a maneira como eles foram feitos. Podiam ter sido feitos de uma forma mais estética. Compreendo que os planos foram feitos sob o regime de Caetano e que, originalmente, incluíam 'secar' a baía. É a decisão de um regime que não se preocupa com a qualidade de vida dos residentes.
Mas, nos anos seguintes, foi assim tão difÌcil voltar atrás nessas decisões? Fazer, pelo menos, um plano para concentrar a indústria, para deixar Sines intacta.
Noto que se tentou mudar certos planos um pouco aqui, reduzir o desenvolvimento um pouco ali, alterar o lugar proposto para a instalação de uma nova indústria. São acções desesperadas, feitas para aliviar a dor mais forte, mas que acabam quase sempre em desastre. A marina é um triste exemplo. Mesmo a avenida marginal (Av. Vasco da Gama): para que servem quatro faixas de rodagem se o limite de velocidade é de 50km por hora? Tenho a impressão de que alguém, em Lisboa, decide sobre Sines baseado em mapas, desenhos e cálculos, sem se preocupar em vir vê-la por si próprio. Essa pessoa veria que há gente a viver em Sines.

Em todos os restaurantes, em todas as lojas, existem imagens da bela Sines dos anos cinquenta e sessenta, como fotografias de uma mulher que se foi embora, porque não era apreciada o suficiente, nas paredes do seu amante obsessivo. Demasiado tarde, demasiado tarde. Se olharmos superficialmente, pode pensar-se que Sines está, como o amante choroso, a cair, lentamente, numa situação desleixo.
Mas julgo que não é culpa dos sineenses se têm o pior cinema do mundo, o ar poluído, a fotocopiadora da biblioteca municipal avariada durante 17 meses ou se ainda não têm um museu apropriado. As actividades culturais e desportivas, no entanto, impressionam-me. Tenho até inveja do Carnaval de Sines, que, baseado nas fotografias, me parece mais excitante que o carnaval que eu conheço. Mas, na Holanda, Fevereiro é de congelar.

Se todas as mudanças tivessem trazido algum bem à cidade... mas se eu entendo correctamente o grafitti "Sineenses querem trabalho", a indústria destruiu o turismo sem oferecer empregos em compensação.
É possível produzir postais que não mostrem nenhuma indústria, mas, quando estou sentado na praia, olhando para estes enormes e feios muros cinzentos à minha frente, penso: se eles não vos conseguiram dar empregos, deviam, ao menos, ter-vos dado uma vista.

(tradução do original em inglês)


Niemand houdt van Sines

"Sines [...] is de enige plaats aan dit deel van de kust die bezoekers gerust kunnen overslaan. Vasco da Gama is hier geboren, maar hij zou zich in zijn graf omdraaien als hij kon zien wat de olieraffinaderijen, wegen, spoorwegen, pijpleidingen en boorputten met de omgeving hebben gedaan."
Hier spreekt de Rough Guide editie Portugal en het zal niet meevallen een reisgids te vinden met een andere mening over Sines. Zelfs de Nederlands-Portugese José Rentes de Carvalho, schrijver van Portugal, een gids voor vrienden, raadt zijn lezers aan weg te blijven. Het verschil is dat hij nog de voorbije schoonheid van het voormalige vissersdorp noemt.
Ondertussen ben ik toch hier, in deze plaats waarvan iedereen je aanraadt er weg te blijven (zonder nog bij Veranda do Oceano gegeten te hebben, volgens beide gidsen de enige reden naar Sines te gaan). Juist vanwege het gebrek aan chagrijnige Duitse, lawaaierige Nederlandse en arrogante Franse toeristen, terwijl ik me ondertussen afvraag hoe het systeem van in de rij staan bij het postkantoor nu werkt, waarom Portugese vrouwen zoveel bleekwater gebruiken, waarom elk restaurant kip op de kaart heeft staan, maar die altijd op is als ik er zin in heb en of Portugezen nu wel of niet van honden houden.

Ik kom uit Nederland, een van die overgeorganiseerde landen in het noorden van Europa, waar de treinen en bussen op tijd rijden, telefoon, electriciteit en water goedkoop zijn en nooit uitvallen en waar de medische zorg een hoge standaard heeft. Het is ook een van die landen waar het altijd regent (en geloof me, regen went nooit), waar je je voordeur niet zomaar in elke kleur mag schilderen zonder vergunning, waar het eten stipt om zes uur op tafel staat en een kop koffie 250$00 kost.
Geeft mij dat het recht te oordelen over Sines? Waarschijnlijk niet, maar ik doe het toch.

Ik ga de noodzaak van de ontwikkeling van industriële complexen en havens hier niet aanvechten, want over de noodzaak moet nagedacht zijn. Dat móet. Maar ik kijk met verbazing naar de manier waarop ze zijn aangelegd. Dat had best mooier gekund. Ik heb begrepen dat de plannen zijn gemaakt onder Caetano en dat het oorspronkelijk de bedoeling was zelfs de baai te asfalteren. Typisch een beslissing van een regime dat niet om mensen maalt.
Maar, was het in de jaren daarna zo moeilijk om deze beslissingen terug te draaien? Men had op zijn minst de industrie kunnen concentreren om Sines intact te laten. Ik zie dat bepaalde plannen hier een beetje zijn bijgesteld, dat sommige uitbreidingen daar wat zijn beperkt en dat voorgestelde plekken voor nieuwe industrie wat opgeschoven zijn. Zulke wanhopige pogingen de ergste pijn te verlichten lopen altijd uit op een ramp. De jachthaven is een triest voorbeeld. Zelfs de avenida marginal (Avenida Vasco da Gama): wat heb je aan een vierbaans snelweg waar je maar 50 kilometer mag rijden. Ik heb het idee dat iemand in Lissabon plannen maakt voor Sines op basis van plattegronden en statistieken, zonder ter plekke te gaan kijken. Dan had hij gezien dst er ook mensen wonen in Sines.

arpuro
In elk restaurant, in elke winkel, hangen foto's van hoe Sines er in de jaren vijftig en zestig uitzag, als foto's van een vrouw die vertrok omdat ze niet gewaardeerd werd, aan de muur van een geobsedeerde geliefde. Te laat, te laat. Als je oppervlakkig kijkt lijkt het alsof Sines, als de treurende minnaar, wegzakt in een staat van vervuilde zelfhaat.
Maar ik denk niet dat het de schuld is van de Sineenses dat ze de slechtste bioscoop ter wereld hebben, dat de lucht vervuild is, vol olie ligt, dat het fotokopieerapparaat van de bibliotheek al zeventien maanden kapot is en er nog steeds geen fatsoenlijk museum is. De sportieve en culturele sctiviteiten zijn juist indrukwekkend en ik ben jaloers op het carnaval van Sines, dat, als ik de foto's mag geloven, er een stuk opwindender uitziet dan het carnaval dat ik ken. Maar goed, in Nederland vriest het in februari.

En als al de veranderingen nog maar iets opgeleverd hadden, maar als ik de grafitti op de bruggen met 'Sineensen querem trabalho' goed begrijp, heeft de industrie het toerisme kapot gemaakt zonder er werk voor in de plaats te brengen.
Het is mogelijk om ansichtkaarten te maken van Sines waarop geen spoor van de industrie is te zien, maar als ik op het strand zit en naar de twee massieve muren tegenover me kijk denk ik, als de industrie jullie geen banen geeft, dan hadden ze op zijn minst voor uitzicht kunnen zorgen.

Vanavond werd het grappig bij A Nau. Ze hadden 'Arroz de pato' op het menu staan, een rijstschotel met stukjes eend. Maar voor de tweede keer was het op terwijl ik wilde bestellen. De eigenaar, de zwijgzame, begon opeens te ratelen. Ik kon er geen touw aan vastknopen en schoot opeens in de lach, waarop hij ook begon te lachen. Toen hij even stil was zei ik: 'Não falla Português', maar dat maakte weinig indruk, hij begon alleen het hele verhaal weer opnieuw te vertellen.
Het komt erop neer dat ze het alleen tijdens de lunch serveren, omdat anders de eend te droog wordt. Denk ik.




woensdag 19 mei 1999

Ik hoorde gisteren van Carlos dat veel mensen geïrriteerd op mijn stukje in de krant reageren. Zelfs Fransen die hier wonen waren het er niet mee eens. Volgens Carlos was het veel elkaar napraten zonder het gelezen te hebben. Al is het niet de taak van de schrijver mensen te plezieren (van de ene kant, van de andere kant juist wel), ik vind het niet leuk. Ik voel me steeds meer een vreemde.
Vandaag bij Ponto d'Encontro gezeten, tegenover het kasteel. De Rosse was er. Ik zie haar heel vaak. Zaterdag weer met een kind, een dochtertje, maar ik kan me bijna niet voorstellen dat het van haar is. Ik zie haar er te weinig mee.
T-man was er ook, maar hijzei helemaal niets tegen me en ging met zijn rug naar me toe zitten. Gewoon maar eens vragen wat hij van het stukje vond. Wat maak ik me eigenlijk ook druk?
Ik moet nog zoveel te weten zien te komen. Ik moet nog zoveel mensen dingen vragen en ik voel me zo'n jandoedel, zo'n ongelofelijke sukkel. Het is redelijk zinloos geweest. De eerste de beste journalist had in drie dagen meer te weten gekomen dan ik in drie maanden. Zelfs als ik hier een half jaar zou wonen zou ik nog geen dieper contact krijgen dan nu. Ik voel me onuitgenodigd. Is het dan toch mijn uitstraling, die afstand houden seint? Ik ben geen journalist. Ik kan heel moeilijk mensen aanspreken. Ik voel me belachelijk als ik iemand ga uitvragen. Ik hou niet niet van de geforceerdheid. Als ik zelf geïnterviewd word gebeurt er ongeveer hetzelfde: alleen ga ik dan onzin uitkramen. Of ik formuleer op zo'n manier dat ik als een idioot overkom. Vorig jaar ben ik door Rails gevraagd om mensen te gaan interviewen en dat heb ik geweigerd. Het hoort niet bij me. Dus wat doe ik hier dan in hemelsnaam?
Maakt het uit. Ik ben een schrijver en als het nodig is verzin ik het wel. In Dgv bleken heel veel dingen die ik verzonnen had perfect te kloppen met de werkelijkheid.
Ik denk wel heel veel na. Ik begin steeds beter te snappen hoe ik zelf in elkaar zit, maar ik heb geen zin het op te gaan schrijven.
Stukje voor MacFan geschreven. Nu nog een stukje voor Brabant Cultureel (de uitnodiging lag hier in Portugal al klaar toen ik aankwam) en dan heb ik alle opdrachten gedaan. Dit weekend ga ik naar Rijk, dat is weer een paar dagen verloren. Maar wel op een prettige manier.
Mislukt. Is het mislukt? Ik weet het niet.

Harry loopt te klagen. Het dak zou gerepareerd moeten worden, maar hij verdient op het moment bijna niets. Ik denk dat hij nu een omzet van honderd gulden per dag heeft. Hij is wel druk begonnen met onderhoud. Hij heeft zelf de verrotte planken in de gang bij de wc vervangen en is nu begonnen kapotte sloten te repareren. Ik maak grapjes dat hij de klusjesman mag worden als ik Fredemar koop. Niet dat ik Fredemar koop, want de kleur bevalt me niet. Hahaha.
Een eigen pension in Portugal, het idee is geweldig, maar Sines is niet de juiste plek. Er is een nieuwe krant voor Sines en omgeving verschenen (tot frustratie van Carlos) en daarin stonden de plannen voor een gashaven, die ten zuiden van Sines moet komen. Nog even en ik ga de Rough Guide echt gelijk geven ook. Het is jammer. Fredemar is een geweldig gebouw met al die rare hoekjes en nisjes. Het is misschien het slechtste pension van Sines, maar ik ken de andere niet en ik heb in Portugal wel eens in slechtere gezeten, met water dat van de gang de kamer inliep, of met beddegoed dat naar pis stonk. Een pension in een mooie omgeving (liefst met de zee onder handbereik), met fietsen en een wasmachine voor de gasten. In Tavira, dat zou nog het allermooiste zijn.

Harry zapte vanavond weer eens langs de satellietkanalen en stopte bij de blote vrouwen en mannen. Hij keek geduldig naar de blote kerels in afwachtig van de blote vrouwen, tot ik hem vertelde dat het over homo's en lesbiënnes ging. Weer die rare reactie. Ik had er in Zakenlunch in Sintra van Komrij al over gelezen. Al vraag ik me soms af of Portugezen alleen maar spontaan reageren op een manier waarop veel Nederlanders het niet meer durven.


I
nge Nouws
UTRECHT

Sines, 19 mei 1999


Beste Inge,

Ja, in Oog en Al wonen is op stand wonen. Het Laarpark van Utrecht. Rijnsweerd is ook op stand, maar dat is meer voor nieuw geld: hoogleraren, softwareverkopers. Daar mag je gerust in badjas de vuilbak buiten zetten. Het was overigens ook de wijk waar de meeste NSB'ers woonden in de oorlog en het zal me niet verbazen als er nog steeds buitensporig veel op extreem-rechts wordt gestemd in je nieuwe wijk. Hou de krant in de gaten rond verkiezingstijd, zou ik zeggen.
Hier in Sines staat een prachtig herenhuis met zicht op zee te verkrotten. Men zegt dat het van de fascisten is geweest, dus ik mag graag denken dat ze het expres in elkaar laten storten.
Ik heb het inderdaad naar mijn zin hier, al ligt het niet aan het weer. Of misschien juist wel. Het is al een maand Nederlands weer, met zware slagregens, storm, stapelwolken, mist, afgewisseld met tropische temperaturen. Maar hier aan zee staat er altijd een frisse wind. Misschien hou ik het langer vol in mijn eentje dan ooit door dit Nederlandse weer. Ik hou van afwisseling. Altijd alles hetzelfde is zo saai. Altijd mooi weer, altijd friet, altijd kleine mensen met donker haar, wat is Nederland dan toch afwisselend.
Over drie weken precies ben ik terug in Nederland. Ik heb er nog helemaal geen zin in. Ik ben het hier wel beu, maar niet in Portugal. Ik vertrouw het niet van mezelf dat ik niet terugwil. Ik heb me een hoop gezeik op de nek gehaald in Nederland, dat zal wel meespelen. Maar hoe ver je ook vlucht, je neemt altijd jezelf mee.
Ik kreeg een brief van C. dat ze zwanger is. Op 28 mei gaat ze trouwen. Ik ben uitgenodigd voor de bruiloft en ik weet dat ze het oprecht leuk vindt als ik kom, maar haar aanstaande haat me, netzoals al haar vrienden, dus ik stuur maar een kadootje vanuit Portugal. Jammer, ik had wel een keer borden kapot willen gooien.
Je op 26 april gedateerde brief was op 14 mei afgestempeld en ik kreeg hem de 17de. Zoals je dan misschien niet weet is mijn computer kapot gegaan. Ik ben al het werk van de eerste zes weken kwijtgeraakt en daarna, toen ik mijn Zipdrive opgestuurd heb gekregen is het nooit meer hetzelfde geworden. Ik ben helemaal van slag geraakt. Ik doe niet heel veel aan mijn boek. Daar staat tegenover dat ik zenuwachtig word als ik niet minsten tweeduizend woorden op een dag schrijf. Ik probeer in mijn brieven en dagboekpagina's zoveel mogelijk indrukken en observaties te stoppen die me later handig zullen zijn. Maar op deze manier doe ik het geen tweede keer meer.
In ieder geval, ik ben alle verjaardagen en adressen kwijt. Ik heb back-ups laten opsturen, maar mijn laatste algemene back-up was van vorig jaar november. Dus Oscars verjaardag was gewist. Ik maak nu twee keer per dag een back-up. Het zal me geen tweede keer meer gebeuren. Als ik terugben ga ik een cd-recorder kopen en alles in tweevoud archiveren. En ook een nieuwe Mac, trouwens. Als ik het kan lijden. Ik heb bijna geen geld meer en er komt helmaal niets meer binnen. Toch maar eens voor schrijfklusjes gaan lobbyen.

Bedank Nina maar voor de prachtige tekening. Ik kijk hier rond voor leuk Portugees speelgoed, maar de winkels zijn hier ook overspoeld met 'Euro-trash': dezelfde plastieken rommel die je overal ter wereld ziet. De Portugese souvenirs die ik voor mezelf gekocht hebben liggen ook in de categorie drank en eten. De kitsch uit Fatima uitgezonderd, natuurlijk.
Tien juni hoop ik overigens terug te zijn, maar dat hangt af van mijn auto die steeds vreemdere geluiden begint te maken. Vandaag is de nieuwe startmotor gearriveerd, dus dat probleem is hopelijk opgelost.
Ik zie trouwens dat we opeens een strakblauwe lucht hebben, daar ga ik maar eens van profiteren.

Groeten en liefs aan iedereen,
Jack



Vrouwkje Tuinman
UTRECHT

Sines, 19 mei 1999


Lieve Vrouwkje,

Ik ken niemand met zijn weinig geduld in het beantwoorden van brieven als jij, op mij na dan, in verliefde toestand. Ik ben het overzich totaal kwijt op welke kaart, brief of e-mail van jou, en in welke volgorde verzonden, ik reageer.
Bedankt dat je aangeeft welke fouten ik allemaal in je adres heb gemaakt. Wat ik ook heel vaak doe is na de juiste postcode 'UTRECHT' schrijven in plaats van de plaats van bestemming. Af en toe heb ik het idee dat ik kortsluiting in mijn hoofd heb. Het komt steeds vaker voor dat ik huisnummers en postcodes verhaspel of in plaats van de straatnaam de titel opschrijf van het liedje dat ik net op de radio hoor. Zal wel een vroege vorm van Alzheimer zijn, sprak de hypochonder. Gelukkig heb ik nog nooit de verkeerde brief in de verkeerde envelop gedaan.
Ik heb met opgetrokken wenkbrauw het verslag van het Rails-feest in de Telegraaf gelezen. Natuurlijk omdat ik niets vertrouw wat ik in die krant lees en ook omdat ik eruit begreep dat het al met al toch een leuk feest was. Ik ben naar het feest van de vijfhonderdste aflevering van 'Goede Tijden Slechte Tijden' geweest en dat was ook zo'n media-event. Ik heb nog geprobeerd een gezellig gesprek met een van de acteurs te voeren, maar verder dan 'Oh, leuk' kwam het niet. Maar met goede catering. (Overigens heb ik met een andere acteur van GTST op een verjaardagsfeestje eens heel lang staan praten en dat was een hele geschikte vent. Voortaan dus alleen de acteurs aanspreken en niet de actrices.) EN ER WAREN MODELLEN! Godverdomme, ik heb atijd een keer naar een feest gewild waar modellen kwamen.
Lang geleden sprak ik eens een Belgische nicht die veel in Amsterdam kwam en die het de hele tijd over het 'artstiek mejeu' had, waar hij vrijwillig in de tuin ging zitten wroeten. Het leek me best interessant, zo'n 'artstiek mejeu', tot ik op een gegeven moment doorkreeg dat hij mij als een van de representanten daarvan zag. Gelukkig had ik geen tuin, anders had hij elke zomer met zijn harkje en zijn schepje voor de deur gestaan.

Ik heb in Fatima, zoals beloofd, een sneeuwbolletje gekocht (was niet goedkoop).

Is mijn verblijf in Portugal mislukt? Het is vandaag mijn 70ste dag in Sines en over 21 dagen sta ik weer aan de bar in de Bastaard. Alles wat ik aan mijn boek had gedaan is weg en de laatste back-up die ik hier heb dateert van november vorig jaar. Dus die ene fantasie van weggaan en met een complete eerste versie van mijn roman terug te komen moet ik dus vergeten. In dat opzicht is mijn reis mislukt, want in die resterende achttien dagen komt er toch niets meer van.
Aan de andere kant heb ik inmiddels als web-dagboek meer dan 80.000 woorden geschreven (een roman van 240 bladzijden) en een niet onaanzienlijk deel daarvan is bruikbaar voor mijn roman. En ik heb nog drie weken te gaan. Daarbij heb ik de liefde voor het schrijven weer teruggevonden. Als ik een dag niet schrijf voel ik me onrustig. Dit in tegenstelling tot twee jaar lang dralen voor ik op het allerlaatste moment achter mijn Mac ging zitten. Ik hoop dit gevoel in Nederland vast te kunnen houden en op mijn stille werkkamer het boek wel af te kunnen maken.
Ik heb ook dingen vernomen en bedacht die gouden vondsten zijn voor het boek. Die heb ik echter niet in het web-dagboek genoemd, terwijl ik van plan was daarin zo uitgebreid en open mogelijk te zijn. Dus wat dat betreft is het ook mislukt, al telt dat niet. Het webdagboek kost ook veel te veel tijd. Ik heb me daarin vergist. Het opmaken van het werk van een week kost een hele dag. Voor iemand met een Mac is HTML vijf stappen terug. Tien.
Wat het webdagboek opgeleverd heeft is in ieder geval een aantal fans, mensen die nog nooit van me gehoord hebben en nu ineens alles van me willen lezen. Dat is leuk, van dat oprechte onbevooroordeelde enthousiasme.

Overigens heb ik me niet geliefd gemaakt in Sines met mijn stukje voor de krant. Het blijkt dat mensen niet verder komen dan de titel 'Ninguem gosta de Sines', (Niemand houdt van Sines). Zonder het stukje verder te lezen vinden ze dat ik een lul van een buitenlander ben die zijn bek moet houden. Dat is jammer, want ik neem het juist op voor Sines. Tegelijk is het ook heel komisch, deze reacties. 'Infiltreren' zit er niet meer, dat is nu ook wel jammer. In plaats daarvan word ik overal weggekeken,

Het zij zo,
Jack




Donderdag 20 mei 1999

Niet veel gedaan. Nog maar honderd pagina's
The Ants en ik ben klaar. Ik haal er aardige dingen uit. Een grappig voorbeeld: een mier werkt hooguit twee uur per dag; de rest van de tijd ligt hij te slapen of een beetje voor zich uit te staren. Dat is mooi in tegenstelling tot het beeld dat wij hebben van het nijvere mierenvolkje. Straks weet ik echt alles van mieren. En over een halfjaar ben ik alles weer vergeten. Ik krijg wel goeie invallen. De laatste weken zijn misschien nog wel heel productief.
Ik ben al een tijdje moe en suf. Vandaag besefte ik dat mijn ginseng al een tijdje op is. Ik had twee flessen bij me, maar een daarvan was bedorven. Ik heb in Lissabon ginseng - royal jelly pillen gekocht, maar dat is niet het echte spul. Ik draai al sinds 1992 op ginseng. Als het op is word ik een paar weken later suf. Klinkt bijna als een verslaving.
Vandaag wakker geworden uit een nachtmerrie. Ik stond ergens in de rij toen er nominaties werden geroepen voor de 'Taas van het jaar', uitgereikt door Van Kooten & De Bie. Ik kreeg onverwacht de tweede prijs en werd daarna geïnterviewd voor de tv.
Later bleek dat ik voor gek gezet werd met die prijs. Ik was de slechtste schrijver, performer, mediafiguur. De andere prijs was de echte prijs, voor de beste prestaties. Iemand vroeg of ik dat dan niet door had gehad? Waarom had ik me laten interviewen? De kranten stonden er vol mee. Ik las het alsof ik het niet had meegemaakt. Een studentenvereniging zegde een optreden af. Ik wist dat ik de lul was, maar deed net of het me niets kon schelen. Ik dacht, dit duurt jaren voor mensen het vergeten zijn. Niet dus.
Vandaag geld als huwelijkskado voor C. naar Griekenland gestuurd. Ik wilde drachmes kopen, maar dat was onmogelijk. Bij één bank ben ik boos weggelopen omdat iedereen voor mij werd geholpen. Zelfs als er met hekjes rijen gemaakt zijn, kruipt iedereen voor. Ik zal eerst moeten leren aan het 'balcão' te gaan hangen, met papieren te gaan zwaaien en de lokettist te onderbreken voor ik ooit geholpen wordt. Ook geen afstand houden uit privacy-overwegingen, want het gat wordt meteen opgevuld (alsof je achter een vrachtwagen rijdt). De haast is zo vreemd als je het gebrek aan tempo op andere gebieden ziet.
Goed, kwaad naar een andere bank gelopen, daar konden/wilden ze alleen drachmes bestellen als ik een rekening had lopen.

Op het postkantoor zag ik het allermooiste meisje van Sines. Ik kon mijn ogen niet van haar afhouden, vloekend van bewondering weggelopen. Inkopen gedaan bij de winkel hiernaast en toen liep ze weer voorbij. Nog even naar haar gekeken. Wat een schoonheid. Een natuurlijke schoonheid, met een lieve uitstraling. Maar wat maak ik me druk? Niet voor me weggelegd. Ik ben waarschijnlijk de enige mens ter wereld die nog nooit een vakantieliefde heeft beleefd. O, wacht eens, ik vergeet Lou in Barcelona 1993. Maar die zoende me pas toen ik net de sleutels in de brievenbus van het logeerdadres had gegooid. Goed, ik ben waarschijnlijk de enige mens ter wereld die een vakantieliefde van drie minuten heeft beleefd. In ieder geval, de redelijke heilzame geestelijke eenzaamheid wordt langzaam verdrongen door de lichamelijke eenzaamheid.
Net als gisteren weer bij Ponto d'Encontro aan het mierenboek gewerkt. Herken de vaste gezichten al. Niemand die iets zegt, maar ik ook niet.

Donderdag is altijd doorseindag. Pedro vertelde dat het spookt in het centro cultural. Het is het ziekenhuis geweest. Hij werkt in het voormalige lijkenhuis. 's Nachts schijn je er stemmen en voetstappen te horen. Weer een mooie anekdote. Er schieten nu ook weer allerlei dingen voor mijn boek naar binnen. Dat is goed.
Vandaag wordt een broodjesdag. Ik loop zeer smerig te ruften, waarschijnlijk door de enorme hoeveelheden vlees (en ik kan me ook een vreemd bijsmaakje aan het eten van gisteren herinneren) die ik binnenkrijg. Aardbeien, perziken en meloen gekocht.
Het weer wordt iets beter, maar vandaag ben ik door de koude wind van mijn plekje verdreven. Ben al wel aardig verkleurd.




Vrijdag 21 mei 1999

Ik word gek van de kat van de buren. Het beest is al weken krols en loopt maar te krijsen en te krijsen. Vanavond stonden er twee honden voor de deur van Fredemar te neuken. Op het strand liggen elke dag stelletjes te zoenen. Ik wil ook op het strand liggen zoenen.
Vorig jaar, toen ik met H. in New York was, heb ik bij een Chinees gegeten. Natuurlijk kregen we een wenskoekje. Op de achterkant stonden zes getallen, als lottogetallen. Ik was van plan nog een keer zo'n formuliertje in te vullen, zoals de Portugezen hier fanatiek doen. Vanmiddag hield Harry zo'n ding onder mijn neus. Ik moest het voor hem invullen. Ik heb die zes getallen ingevuld. Toen heb ik er ook een voor mezelf ingevuld, met dezelfde getallen. Alleen maar om te bewijzen dat alles toeval is, dat er geen voorbestemming is. Als ik win ga ik Fredemar kopen, heb ik gezegd. Ik heb me overigens vergist in de prijs. 100.000.000$00 is geen negen ton, maar 1,1 miljoen gulden. Ex kosten.
Harry denkt dat hij een oplossing heeft gevonden voor de kalmte in het café. Volgens hem is het te donker binnen. De mensen die voorbij komen lopen zien niets als ze binnen kijken. Darrom begon hij vanavond de gloeilampen van 40 watt te vervangen door halogeenlampen van 100 watt. Ja, het wordt een stuk lichter en wat zien de mensen dan: mij en Pessoa die moedeloos aan de bar hangen.
Weinig gebeurd van vandaag. Er zat een man naast me die een gesprek met me probeerde aan te knopen. Hij vroeg uit welk deel van Frankrijk ik kwam. het gesprek lukte niet. Harry zijn auto was kapot. Vrijdag kwamen ze hem terugbrengen: weer twee van die groezelige mannetjes. Harry moest twaalfhonderd gulden betalen. Hij voelde zich genaaid.
Ik ben al begonnen met mijn koffer te pakken voor de terugreis. Ik geloof dat het genoeg is geweest.
Morgen ga ik naar Torre, om weer een weekend de koloniaal uit te hangen met Rijk.



Zaterdag 22 en zondag 23 mei 1999

Op tijd vertrokken, zodat ik de tijd had om rustig te rijden. Het was een warme dag. Ik ben via Troia met de veerpont naar Setúbal gegaan. Ook weer een traject met herinneringen. Sinds gisteren ben ik van slag door een boze briefkaart die ik heb gekregen. Terwijl het me koud zou moeten laten, maar dat doet het niet. Ik wil dat iedereen me aardig vindt, voor altijd.
Onderweg gestopt om een doos mousserende wijn te kopen. Twee keer bijna verongelukt wegens het agressieve verkeersgedrag van een Portugese. Vrouwen lijken nog feller dan mannen achter het stuur. Je leert rijden. Je leert opletten, in ieder geval.
Ik werd weer gastvrij ontvangen door Rijk en Ann, volgestopt met drank (gintonic) en eten (Indisch). Nieuwtjes uitgewisseld (kabinet gevallen, grond verkocht, gang van de zaken) en ge-ohaad. Het gevolg was dat ik om een uur redelijk aangeschoten in bed lag.
Zondag werd ik dus met een kater wakker. Zelfs douchen, haarwassen en scheren kreeg het watten gevoel niet weg.
Nog even bezig geweest om een guts kaarsvet uit mijn (die ochtend gewassen) broek te strijken. Mijn oma vroeg altijd hoe ik dat nou met wassen en koken deed, als ik geen vriendin had. Het ging er bij haar niet in dat ik dat zelf kon. Sterker: ik ben beter in huishouden dan de meeste vrouwen en ik ben ook altijd boos dat ze mij overslaan in de supermarkt als er proefpakjes wasmiddel worden uitgedeeld. Als ik een maatschapje aanvraag, wordt het ook altijd geadresseerd aan MEVROUW J. Nouws. Koperen gaspitten blinkend maken, damesbroekjes hagelwit wassen, wc's reinigen én ontkalken, het heeft voor mij geen geheimen. Arnold van de Bastaard kwam laatst nog met de tip dat Biotex goed helpt tegen ontstekingen. Ik kan niet wachten tot ik een kloppende vinger heb.
Na het uitgebreide ontbijt, wederom met een 'Buck's Fizz' zijn we naar Sintra gereden, waar een grote markt is. Sintra is nog steeds een aangename stad, ondanks dat het een enorme toeristenattractie is. Ik heb wat souvenirtjes voor mijn nichtjes gekocht. Daarna een toeristisch rondritje door de omgeving gemaakt, die tot mijn verbazing mooier is dan ik gedacht had, al ben ik hier al meerdere keren geweest. Rijk wist mooie weggetjes met spectaculaire uitzichten.
Ik was met Rijk en Ann uitgenodigd om te komen barbecuen bij een Nederlandse makelaar en haar man. Ze woonden achter het casino in Estoril. Ik kende de straat wel, daar ben ik een paar keer doorheen gereden. En nu zat ik bij een van die huizen te barbecuen. Zoals elke Nederland in een dorp gewoond zou moeten hebben voor hij in de stad gaat wonen, zo zou elke Nederlander een jaar of wat in het buitenland moeten wonen. Ik ben echt verbaasd door de gastvrijheid die Nederlanders in het buitenland vertonen. Makelaars worden zelden ingeschakeld in Portugal. Men is nog gewend dingen onderhands te doen. Het gevolg is dat je snel genaaid wordt: de grond die je dacht te kopen blijkt van de buren te zijn, het huis is wel van jou maar de grond niet, dus of je dat even wilt verwijderen. Langzaam verandert dat. Omdat de hypotheekrente in Portugal in korte tijd van 24 naar 5% is gezakt zijn de Portugezen helemaal gek geworden. Een vrijstaand huis kost al gauw zes of zeven ton. In een land waar een modaal inkomen dertienhonderd gulden is! Zoals je in Spanje op elke straathoek een apotheek hebt, zo heb je hier inmiddels op elke straathoek een makelaar. Het lijkt Utrecht wel. (Vroeger zaten in Nederland de apothekers in de duurste gebouwen van de stad, nu zijn het de makelaars. In ieder geval in Utrecht.) Een jaar of vijf, tien geleden kocht je nog een huisje voor twintig mille. Nu vragen ze voor een bouwval hier in Sines, met vergunning er een hotel van te maken, 1 komma 4 miljoen. Ik kan me herinneren dat ik er nog aan gedacht heb naar huizen te kijken...
Rijk vertelde ook dat er erg veel erg rijke Portugezen zijn. Ik geloof het best.