Maandag 7 juni

Ik had een afspraak met Pedro op het cultureel centrum om half 11. Ik werd natuurlijk pas om half elf wakker. Ik heb me onmiddellijk aangekleed en ben naar het centrum gelopen. Dat was dicht. Omdat ik van plan was Carlos van Notícias de Sines vier pasteis te geven voor het ontvangen van de faxen ben ik naar Vela d'Ouro gelopen. Er was nog geen vers gebak, maar wat er lag zag er nog goed uit. Om 11 uur was het centrum nog steeds gesloten.
Toen kreeg ik argwaan. Het was namelijk erg koel en rustig op straat. Op mijn kamer bleek dat ik me inderdaad vergist had. Mijn klokje heeft ook een stopwatch-functie. Het was geen 10.30 toen ik opstond, maar de klok liep gewoon tienenhalf uur. Het was negen uur. Pedro was laat. En hij dacht dat ik pas dinsdag zou vertrekken. Hij vroeg of ik om twee uur er nog zou zijn. Omdat ik op de post wilde wachten (misschien nog een bericht van Komrij) kon ik hem dat beloven. Ik heb foto's gemaakt terwijl we aan het werk waren en daarna heb ik hem de cd van Suede gegeven die ik gekocht had en die hij al voor mij en zichzelf had opgenomen.
Tenslotte mijn koffers ingepakt, nog broodjes gekocht en ontbeten en stuk voor stuk mijn koffers naar beneden gedragen. Een laatste rondje door Sines gelopen en alsof het zo bedoeld was alle koppen en konten gezien van de afgelopen weken. Ik wou dat ik een echte fotograaf was geweest, dan had ik van iedereen brutaalweg een foto gemaakt. Maar ik kan het niet. Ik sta mezelf teveel in de weg...

Het is in Portugal de bedoeling dat je voor het kamermeisje een fooi achterlaat (In het restaurant rondde ik de 1.220$00 altijd af op 1.300$00, meer is overdreven). Ik heb dus voor de oude mevrouw die Maria-Elize heet, een twee keer zo grote fooi als voor Harry's copine achtergelaten. Om te laten blijken dat ik die maar een slonzige schoonmaakster vond. Harry was druk bezig met het opknappen van de kamer en daarom werd het al met al een onhandig afscheid. Zoals altijd. Ik kreeg meteen ook weer zo'n overdreven brok in mijn keel. Het overhandigen van de fles Ierse whisky die ik voor hem gekocht had ging een beetje snel, netzoals met Pedro die me een fles port bracht als afscheidsgeschenk. Ik weet me nooit goed te gedragen, ik heb altijd het gevoel dat het te weinig is, dat ik te afstandelijk ben, of juist te emotioneel. Toen ik klein was zorgde ik altijd boven te zijn als er bezoek kwam en tegen de tijd dat het bezoek wegging was ik ook alweer vertrokken. Mijn oudste nichtje doet dat ook. Toen ik al in de auto zat klopte Harry's copine op het raam, zodat ik alweer spijt had van mijn financieel misnoegen.
Toen een rondje door Sines gereden, sentimentele dweil die ik ben, want misschien ben ik binnen de kortste keren weer terug. Deze keer met de achterbank plat, vanwege alle spullen die ik had aangeschaft. Dat laadde toch een stuk ontspannener in.
Toen ik in 1994 om zes uur 's ochtend terugreed naar Nederland zat ik juichend en zingend in de auto. Deze keer niet. Dat kwam ook omdat ik eerst ergens anders heen zou gaan, natuurlijk. Ik vertrok pas om zeven over half drie.
sinesmonfortinho
km-stand vertrek: 140.951
km stand aankomst: 141.341
afstand: 390 km


De rit was natuurlijk hetzelfde verhaal. Ik ben bij Montemor-o-Novo verkeerd gereden, maar dat kan ook zijn vanwege de nieuwbouwwijk die er opeens gebouwd was en in Portugal zijn ze niet zo secuur met omleidingen aangeven. Onderweg heb ik de route gefilmd, maar dat is niet goed voor de broodnodige concentratie. Ook als jij als eerste een smalle brug over mag ontmoet je nog een tegenligger die het dacht te halen. De weg naar Castelo Branco heb ik in 1995 met H. ook gereden, maar ik kon me er nog weinig van herinneren. Dit deel van de Alentejo is ook niet zo interessant.

Af en toe ook nog gestopt om koeienborden te fotograferen en regelmatig moeten glimlachen om de plaatsnamen. De leukste vond ik 'Agua todos os dias': 'Elke dag water'. Natuurlijk heb ik nog leukere over het hoofd gezien omdat mijn Portugees niet zo goed is. Ik weet bijvoorbeeld niet of ik 'Cebolas de cima' als 'Bovenste uien' of 'Uien van boven' moet vertalen. Maar zijn 'Boerengat' of 'Achtmaal' eigenlijk ook geen rare namen?
Ik heb wel gelachen om de vrachtwagens met acht vrouwen in de laadbak die van de oogst afkwamen. Wat voor oogst? Geen flauw idee. Hoe dieper je in het binnenland komt, hoe meer ezelskarren, hoe meer schaap- en koeienherders. God, wat hou ik van dit land.
De auto reed nog steeds kut. De wielen trilden als een gek. Gelukkig reed ik door een gebied waar de Europese subsidies goed werden besteed en het asfalt lekker zwart en glad was.
Toen ik Monfortinho naderde kreeg ik dat vreemde gevoel van afschuw weer, die absurdistische walging en de neiging om om te draaien of door te rijden die ik altijd heb als ik dat- of diegene nader waar ik vol verlangen aan gedacht heb. Is het de angst dat de werkelijkheid zal tegenvallen? Het is ook als ik op familiebezoek ga. Of is het weer die verschrikkelijke onzekerheid over hoe je je moet gedragen? Ik heb het al eerder geschreven, ik ben geen ontdekker, maar een terugkeerder. Het is zo vervelend dat je eerst moet ontdekken voor je kunt terugkeren.
Termas de Monfortinho ligt nagenoeg op de Spaanse grens. Mijn routeplanner kent het niet, maar het ligt boven Zebreira. Het was nagenoeg uitgestorven toen ik binnenreed en ik was er weer doorheen voor ik het doorhad. Als er vijfhonderd mensen wonen is het veel. De oude stad bestaat uit één lange straat. De restaurants die de Rough Guide beschrijft zijn bijna allemaal gesloten. De beschreven aantrekkelijke, goedkope, maar verwaarloosde pensions vlakbij het kuurbad waren er allemaal nog. Het was niet overdreven: ik had een kamer met douche en tv'tje voor 2.000$00. En dat verwaarloosde viel ook mee, Fredemar is er erger aan toe. De pensionhoudster moest wel eerst de geiser aansteken. Doe produceerde echter voornamelijk gaslucht en geen warm water. Ik was de enige gast. 'Pension Caetano'. Dat moet naar Nederlandse begrippen zoiets betekenen als 'Hotel Mussert'.

caetano
voor pensão Caetano in Monfortinho

Er is niets zo triest als een badplaats buiten het seizoen; een kuuroord benadert het angstwekkend. T. de Monfortinho bestaat uit één lange straat die 's avonds voor het flaneren wordt gebruikt door de vijfhonderd bewoners. En het blijft hier lang warm, in het binnenland.
Ik ben gaan eten in O Garfo, het café-restaurant, winkel, garage en benzinestation midden in het dorp. Het restaurant was een stuk feestelijker dan de restaurants in Sines, zodat ik me meer een man alleen voelde dan de drie maanden ervoor. Geluikkig was ik niet de enige gast. De eigenaren & familie zaten gelukkig ook te eten. Het karafje wijn kwam aan. Ik leunde weemoedig op de tafel om een trieste snik te onderdrukken en kieperde daarmee een vol glas over me heen, tot hilariteit van de andere gasten. 'A Manha,' zei de eigenaar toen ik wegging. Ik dacht het niet. Op mijn kamer, na een korte wandeling, naar een slechte film of tv-serie gekeken. Ik moest wel. Tegen tienen ging alles dicht.




Dinsdag 8 juni 1999

's Ochtends op zoek gegaan naar brood. In de winkel van O Garfo zag ik een mevrouw met brood, maar dat bleek ze ergens anders gehaald te hebben. Ze legde uit waar, maar ik kon de winkel niet vinden. Het bleek dan ook een vrachtwagen te zijn, vanwaaruit het brood verkocht werd. Terug naar huis zag ik dames en heren van middelbare leeftijd naar het kuurbad lopen. Toen bedacht ik dat ik dat ook wel leuk vond. Het is ook de enige reden om naar T. de Monfortinho te gaan, verder is er helemaal niets. Eerst wilde ik een ritje door de omgeving maken.
Toen ik de auto startte vloog opeens mevrouw Caetano naar buiten. Of ik meteen wilde betalen. Dat was geen probleem en ik wilde ook voor de tweede nacht betalen, maar dat wilde ze weer niet.
Ik kan deze route van deze dag niet uit mijn routeplanner halen, dus ik kan het alleen beschrijven. Dit deel van Portugal is tamelijk desolaat. Het bestaat uit schrale weilanden waaruit op willekeurige plekken granietblokken oprijzen. In een reisgids werd het beschreven alsof een reus willekeurig stenen had staan rondslingeren. Dat was accuraat. Daarmiddenin ligt Monsanto, een van de mooiste bergdorpen van Portugal, bovenop een berg. Je moet het zien om het te kunnen voelen.
Bij Pena Garcia zag ik de eerste garage en daar liet ik de voorwielen opnieuw balanceren. De monteur krikte mijn auto bij de voorwielophanging op. Dat had ik nog nooit gezien, maar het zou wel kloppen. Ik vertelde dat ik ze een week eerder had laten balanceren en dat het alleen maar slechter was geworden ("Deze wielen. Andere week doen balanceren. Goed niet nu."). Ik weet niet of de garagehouder dacht dat hij daar verantwoordelijk voor was, ik hoefde in ieder geval niets te betalen. Wat zijn het toch aardige lui die Portugezen.
Maar balanceren (calibragem) kunnen ze niet. Ik had het idee dat mijn auto nog erger trilde dan eerst. In Frankrijk nog maar een keer dan.
Ik heb een heel gedetailleerde kaart van Portugal, dus ik durfde al die kleine weggetjes wel aan. Liefdevol gekeken naar de oude vrouwtjes, die waterflessen vulden aan een kraan die zomaar uit een rotswand stak. Voorzichtig ezelskarren ingehaald. Gewacht op overstekende schaapskuddes. Hand opgestoken naar oude mannetjes op bankjes in de schaduw. En zo stond ik midden in een klein dorpje met een kokende motor. Toen ik de motorkap opende meende ik een gat te zien in de radiateur, op de plek waar hij aan de voorwielophanging vastzit. Mijn flesje bronwater eringegooid en teruggereden naar de garage om mijn gram te halen.
Ik vergiste me echter in de afstand terug en het tempo waarin een halve liter water eruitstoomt. En ik miste de kraan die ik gezien had. Langzaam ben ik teruggereden, met de verwarming wijd open. Maar als het koelsysteem leeg is houdt alles op. Ik kreeg herinneringen aan de reis heen. De motor begon steeds raarder te klinken. Ik reed door een godverlaten stuk Portugal en ik was een tractorgarage voorbijgereden omdat ik dacht dat ik het zelf wel kon halen, weer zo'n stomme beslissing. Stond ik straks hier met een kapotgereden motor? Door op de stukken bergaf de auto in zijn vrij te zetten durfde ik steeds verder te gaan, tot ik eindelijk bij de kraan aankwam. Toen ik de motorkap opende rook ik verbrande olie, blauwe damp kwam van het motorblok. Een fontein van drie meter stoom kwam uit de radiateur toen ik daar het bergwater in goot en de leidingen gorgelden en sisten angstaanjagend. En ik maar estafettelopen met mijn flesje van een halve liter. Zonder water staan kan veel meer schade opleveren dan zonder benzine staan. Het liep met een sisser af.
Terug bij de garage, die veel verder terug was dan ik had gedacht, lekte de radiateur niet meer. De verdamping zal dan wel op een logaritmische manier gaan. bedacht ik. De liter koelvloeistof die ik erbij liet gieten was krankzinnig duur, maar ik vertrouwde niet op koeling alleen op water. Kan ook niet goed zijn voor de motor.
Teruggereden en toen een zo'n obscuur bergweggetje genomen dat ik me midden in een lieflijke dal met drie huizen en een kerkje vastreed. Weer terug en mijn achterbumper verloren, die ik provisorisch vastmaakte. Die opnieuw verloren op de weg, maar geen van de inhalers maakte me duidelijk dat mijn bumper aan de stroomdraadjes en op één moer achter mijn auto bungelde. Daar is het mooie ook vanaf. Door andere binnenweggetjes naar Penamecor gereden en een korte wandeling door het dorp gemaakt. Bij het kasteel trof ik een oude hippie uit Porto die met zijn vriendin een origineel granieten huis aan het restaureren was.

penamecor

Hij sprak me aan en leidde me rond door de ruïne, waar hij in augustus al een theehuis wilde hebben. Dat zou niet meevallen, want hij kon geen werklui krijgen. Hij was erg vriendelijk, bood me water aan, kersen, allemaal zonder dat ik één moment het idee kreeg dat hij me iets wilde opdringen. Van zijn vriendin kreeg ik een rondleiding door Penamecor en hun winkeltje ("Dit huis. Vijfde eeuw. Hier gewoond. Heilige Isabel.") Ze vertelde dat de andere inwoners hen voor gek verklaren dat ze een granieten huis opnieuw opbouwen, terwijl ze er net zo goed een kunnen metselen. Aardige lui, die ga ik nog een keer opzoeken. Ik voelde me meteen ook een wereldreiziger.
Onder mijn auto lag een plas koelvloeistof.
Toch met hernieuwde weemoed door het gebied gereden. Hier speelde ik met H. in 1995 nog 'de liftster en de onbetrouwbare automobilist'. Het was niet het verscheurde gevoel van drie maanden eerder. De tijd heeft toch wat veranderd.
Vlakbij was Pedrogão, waar Harry's vader woont. Het plaatsje is groter dan ik dacht, dus ik heb hem niet gevonden. Vandaar ben ik doorgereden naar Castelo Branco. Bij een supermarkt lekstopper gekocht en souvenirs ingeslagen. Dat moest nog steeds.

Ik was veel te laat terug, dus het kuurbad zat er helaas niet meer in. Gedoucht en een routebeschrijving naar Frankrijk gemaakt. Lekker gegeten in een ander restaurant, spullen ingepakt en de wekker op zes uur gezet, zodat ik om zeven uur kon vertrekken. Eerst nog wat gedronken in de bar naast Caetano, gekeken naar een Baywatch-aflevering en mijn teveel aan escudo's uitgegeven aan pakjes Marlboro voor je weet nooit wie.




woensdag 9 juni

monfortinho-chatelleraux
km-stand vertrek: 141.570
km stand aankomst: 142.759
afstand: 1.189 km


's Ochtends met koud water gedouchet en naar de Spaanse tv gekeken. Ik ontdekte tot mijn schrik dat het aan de andere kant van de rivier, tien meter verderop een uur later was. Mijn reisschema klopte al niet meer voor ik vertrokken was. Om 6/7 uur was ik klaar om te vertrekken, maar ik moest nog betalen en mevrouw Caetano was nergens te bekennen. Via de eigenaresse van de bar heb ik uiteindelijk duidelijk kunnen maken dat ik geld op het nachtkastje had achtergelaten. Dat vertrouwden ze onmiddellijk. Zo vreemd dat tegelijk overal tralies en alarmen op zitten.
Over de grens ben ik gestopt en heb ik nog eens teruggekeken naar mijn geliefde landje. En toen weggereden. Ik zat maar te wachten op een speciaal gevoel. En dat kwam niet. Een reis terug is natuurlijk geen omgekeerde reis heen. Behalve dat ene bekende gevoel: ik moest door dertig kilometer verlaten berglandschap en ik had niet getankt. Ben ik zo hardleers? Ja. De auto trilde als een gek door de bijna honderd kilo bagage en het opkrikken bleek ook de uitlaat beschadigd te hebben. Op tijd een pomp gehaald, trouwens.
Dus nu reed ik terug en ik voelde helemaal niets. Geen heimwee, geen verdriet, geen verlangen naar mijn huis of vrienden. Dat is niet helemaal waar. Misschien komt het omdat ik de hele tijd maar naar de motor luisterde, naar de piepjes, knarsjes en fluitjes. Het fluiten van de Variomatic is een prettig geluid. De doorontwikkeling van de Variomatic die in Nissans, Fords en Fiats zit maakt dat geluid ook. Ik zal het nog vaak horen, want ik blijf een automaatrijder, voor altijd. Geen rampverhalen verder. Twee keer een inschattingsfout gemaakt bij het inhalen die goed afliep, bijna een adelaar aangereden die van schrik zijn prooi liet vallen en dat was het wel. Ik had gelukkig mijn schema ruim opgesteld met lange pauzes, zodat ik mijn uur tijdverschil bijna helemaal inhaalde en om tien over half acht was ik al in Bordeaux. De dag van de drie landen. Bij Bordeaux reed ik dus finaal fout. Ik weet nog niet of ik een afslag heb gemist, of dat er een nieuwe aansluiting was gemaakt. Vloekend rondjes gereden, tot het me weer bekend voorkwam. De batterij van mijn camera was toen alweer leeg. Daarna doorgereden tot Angoulême, maar omdat ik daar met H. in 1996 heb geslapen ben ik doorgereden. Daarbij pakte ik ook daar weer de verkeerde afslag. Of waren dit uitvluchten? Mijn behoefte om door te karren was al met al toch het symptoom van de hond die zijn nest ruikt. De eerstvolgende stad was Poitiers en toen ik daar binnenreed besefte ik dat ik een fout had gemaakt. In Poitiers zit Futuroscope, een geliefd dag- of zelfs weekendtripje, dus alle hotels zaten vol. Het was tegen tienen en ik had nog niet gegeten. Gelukkig zag ik een MacDonalds, maar die ging verdomme net dicht toen ik uit de auto stapte. Toen ben ik maar doorgereden naar Chatêllerault. Daar ben ik toen echt gestopt, want nu was ik in staat om helemaal door te rijden naar Nederland, ook al was dat nog achthonderd kilometer.
F1
Bij het Première Classe hotel kon ik mijn auto voor de deur parkeren. Dat was mooi. Maar eten eten kon ik nergens meer. Godverdomme, het land dat zich op de borst klopt om zijn culinaire prestaties en je kunt er na tienen nergens meer eten. Mijn avondeten was dus een Mars uit de koeling, voor 8 franc. Op de kamer bleek het licht uitgevallen. Wanhopig rond het hotel gedrenteld en zelfs overwogen een andere kamer te nemen en het geld terug te vorderen. Gelukkig sprong het na een half uur weer aan. Tandenpoetsen met zaklantaarn is geen pretje. Voor het eerst een aflevering van South Park gezien. Dat is inderdaad een erg leuke serie.




donderdag 10 juni

chatellerault-utrecht
km-stand vertrek: 142.771
km stand aankomst: 143.559 (voorlopig cijfer)
afstand: 788 km (voorlopig cijfer)


Nationale feestdag in Portugal: de dag van Camões, de dag van de reiziger en dus een mooie dag om aan te komen. Ik heb uitgeslapen, geprofiteerd van het 'petit déjeuner à volonté' en nog wat inkopen gedaan voor onderweg. De ramen schoongemaakt, de voorruit voor de helft, zodat je de enorme hoeveelheid dode torren goed kon zien. Ik heb me in mijn berekening goed vergist. Ik denk dat ik vijfhonderd insecten per dag uit de wereld help, maar gelukkig wegen ze geen kwart gram, maar hooguit eentiende of vijfhonderdste gram per stuk. Het blijft veel.
Het weer was deze dag een stuk slechter. Betrokken, koud.
Bij Parijs reed ik natuurlijk fout. Denk ik. Ik ben teruggereden, omdat ik dacht dat ik een afslag had gemist. Het ging weer mis. Weer teruggereden en toen helemaal om Parijs heengereden, over de 'Francilienne', de route voor echte schijtlaarzen die bang zijn de rest van hun leven op de Périferique door te brengen. Daar midden in een regenbui terechtgekomen zodat de in twee dagen opgespaarde beestjes van de ruit spoelden. Anderhalf uur om Parijs voorbij te komen en Parijs amper gezien. Altijd een hoogtepunt. Stad van de liefde.
Na Parijs is het echt saai. Noord-Frankrijk, de Borinage, Brussel, de E19 met zijn rare brede middenberm waar het Witte Bos ter ere van alle verdwenen kinderen had moeten komen, Antwerpen, St. Job in 't Goor, Hoogstraten, Meer, Zundert. Wat kan ik er meer van zeggen? Vrachtwagenkonten, dieseldamp.
Ik ben bij mijn peetoom langsgegaan, zoals bij het vertrek. Opgelucht en gastvrij ontvangen. Door mijn geboortedorp gereden, via omwegen naar Utrecht en om kwart voor elf stond ik voor mijn huis, het donkere hol, het woontechnische misbaksel, het subsidiegedrocht. De auto leeggeladen, geparkeerd en even een praatje met Willem gemaakt. Toen naar huis gelopen en nog even naar mijn trouwe autootje gekeken, waarvan ik nu de stuurinrichting wel kapotgereden moet hebben. Er lag een grote plas koelvloeistof onder.
Gedouchet, de band van mijn fiets opgepompt en naar de Bastaard gereden, die vol bekenden zat, omdat Ingmar de tweede druk van zijn tweede bundel had gevierd. Raar om met Jiska in een gesprek van gedachten te wisselen. Tommy droeg me de hele tijd van vreugde in zijn armen rond (hij was dronken). Ingmar was natuurlijk al naar huis, het was twaalf uur geweest.
Het was net alsof ik nooit was weggeweest.




woensdag 23 juni


Vrouwkje Tuinman
Utrecht

Utrecht, 23 juni


Lieve Vrouwkje

Ik kreeg vandaag je brief die je op 3 juni naar Sines stuurde. Een lange omweg voor dingen die ik inmiddels allang weet. Er moeten meer brieven onderweg zijn geweest. Ik hoop dat ze alsnog aankomen.
Hoe lang ben ik nu alweer terug? Bijna twee weken alweer. En ik dacht dat in Portugal de tijd snel ging. Mijn koffers zijn uitgepakt, maar de rommel ligt nog in stapels opgeslagen in de hoeken van het hondenhok waarin ik woon. Hoe kan een mens zoveel rommel verzamelen. Ik heb mijn telefoontjes gepleegd, ik heb de problemen opgelost, de rekeningen betaald, de tekorten aangezuiverd, de stapels kranten, tijdschriften, giroafschriften en brieven weggewerkt. Ik heb een bruiloft gemist. Er zijn meer kinderen geboren.
Ik wou dat ik terug in Portugal was, al besef ik dat daar het dagelijkse gezeik ook begint als ik er daadwerkelijk ga wonen. Maar toch. Gelukkig krijg ik regelmatig e-mails van Pedro.

Donderdag ben ik dus toch aan aangekomen. Niet alle dromen kunnen meteen uitkomen en ik kon het niet laten naar de Bastaard te gaan. Grijnzend stond ik voor de deur en de ontvangst die me toeviel had ik niet kunnen verzinnen. Twee meter Tommy die als een dolle stier op me afstoof en me teder door het hele café ronddroeg. Meerdere malen. Ik voelde me welkom.
Door mijn intensief bijgehouden dagboek had ik niet idee dat ik nog veel te vertellen had, maar ik was vergeten dat nog steeds een minderheid in Nederland een computer heeft, daarvan een minderheid internet en daarvan een minderheid wist dat ik die pagina's bijhield. Nog steeds heb ik amper behoefte veel erover te praten. Tenzij het aan de orde komt.
De opkomst was vrijdag dan zelfs teleurstellend. Waarschijnlijk omdat mijn jolige antwoorden in mijn gastenboek bij sommige mensen verkeerd is aangekomen (solipsist als ik ben), of weet ik veel. Ik verheug me teveel. Altijd vallen de dingen tegen, ik heb een rijke fantasie. (Vooruit, soms is de werkelijkheid mooier dan de fantasie, maar dat valt niet goed in woorden te vangen.) Ik vond het leuk dat jullie er waren, echt, en het spijt me dat ik drie kwartier te laat was. Op tijd komen zal ik nooit leren.
Het was wel leuk, met Loesje uit Tilburg die eigenlijk voor Giphart kwam en Jean-Marc, die Fokke & Sukke's aan het weggeven was. Loesje vleidde me enorm: toen ze zag dat ik naar haar oorlelletjes zonder gaatjes keek zei ze dat ze inderdaad 'knabbeloortjes' had, een woord uit DGV. Ze had het gelezen, eindelijk een aankomend journalist die leest. De PR-mevrouw van Nijgh, Ineke Boerrigter, vertelde eens dat ze met een collega door Amsterdam CS liep toen die zei: "Het ruikt hier naar andermans eten." Kwam ook uit mijn boek. Wat is het toch simpel een schrijver blij te maken.

Ik heb het grote 'Giphart & vrienden over vrouwen'-interview in Elle nog niet gelezen. Ik heb het idee dat we langzaam naar een matriarchale maatschappij aan het groeien zijn, dat is het enige wat ik over vrouwen kan zeggen. Er valt bijna niets meer te zeggen dat niet generaliserend of clichématig is, deze uitspraak inbegrepen. Zijn vrouwen van rond de dertig het beste? Ik zou dat ook zeggen als ik geïnterviewd werd door een blad voor vrouwen rond de dertig. Ik heb eens iemand horen zeggen dat je meisjes via hun moeder moest veroveren, maar dat bleek iemand die het nog nooit gedaan had en we zijn niet allemaal Humbert Humbert.
Er zijn overigens ook intelligente vrouwen van 22 met gevoel voor humor.

Ik heb twee weken bijna niet geschreven. Deze brief is weer de eerst in bijna drie weken. Ik mis het. Maar is er ook zoveel dat mijn aandacht kan afleiden. Ik heb nog niet eens de twaalf volgeschoten rolletjes weggebracht. Het heeft ook tot vandaag geduurd voor ik de terugreis heb opgeschreven. De fut ontbrak me. Ik voel me raar en ontheemd. Soms word ik dagen aaneen om kwart over zeven wakker, dan weer pas als Middageditie op tv is (b.w.v.s.). Ik voel me thuis en tegelijk verdwaald. Ik versta iedereen en tegelijk interesseert me heel veel niet. Ik ben niet meer gewend elke dag te koken en beperk me tot salades.
Ik weet dat dit geklaag op de rand van de kokketerie balanceert, en weet niet goed wat ik er zelf van moet denken. Ik ben een kwart jaar weggeweest. Dat klinkt langer dan drie maanden of zelfs als 95 dagen. Ik ben bang dat ik onmiddellijk in dezelfde sleur terechtkom van begin dit jaar en alleen maar suffe dingen ga doen (gelukkig doe ik ook weer leuke dingen). Toen ik donderdag de tiende van mijn huis naar de Bastaard fietste zag ik in die anderhalve kilometer meer mooie vrouwen dan in drie maanden Portugal (goed, er was een feest in Tivoli, dat vertekende het een beetje). Ik was nog geen dag terug en ik poepte weer normaal, na twaalf weken diarree. (Is het je trouwens opgevallen dat in de bioscoop het woord 'diareclame' is veranderd in 'dia-reclame'?)
Ik hou van Nederland, geloof ik, maar niet meer zoals vroeger.

Het is zo raar dat niets veranderd blijkt, al is dat maar goed ook. Wat kan er veranderen in drie maanden? Mijn videotheek is afgebrand en er staat onzichtbare kunst op de Utrechtse daken. Het gemeentehuis is doorschijnend geworden.
Ik ben langzaam weer aan het wennen. Ik heb begin jaren tachtig in eigen beheer een gedichtenbundel uitgegeven (nee, die mag je niet lezen) met daarin een gedicht dat eindigt met: "Ik pas in mijn jas, mijn jas past in de stad, waarom pas ik niet in de stad?" en dat gevoel heb ik steeds meer. Of steeds nog. Het komt wel weer goed. Of misschien ook niet.
Ik denk dat het me vooral tegenviel dat er geen erehaag voor me was opgericht toen ik Utrecht binnenreed.

Het bericht dat ik binnenkort voor Rails misschien weer op reis mag is goed nieuws. Ik wil op pad. Ik wil weg. Uiterlijk september 2000 moet mijn tweede roman in de winkel liggen en daar ga ik ook aan werken. Op 12 juli moet ik wat ingeleverd hebben, de 15de gaan we het doorpraten. Ik heb genoeg enthousiaste reacties op het dagboek en de brieven gekregen. Ronald zag er al een boek in, maar dat vind ik nog overdreven, al zal ik grote stukken kunnen gebruiken.
Ik heb er zin in.

En dan? Ik heb de smaak te pakken en heb meegedaan aan de 'green card'-verloting van dit jaar. Ik ben goddank al een keer in New York geweest, zodat ik niet meer hoeft te ontdekken. Ik hoef alleen maar terug te keren.

Liefs,
Jack